'Als het er op aan komt helpen barricades niet'

LJUBLJANA, 27 JUNI. Het is kwart over drie als Radio Slovenie zijn normale programma onderbreekt voor een bijzondere mededeling. Een colonne tanks van het federale leger is, zo deelt het ministerie van informatie van de juist eenzijdig onafhankelijk geworden Joegoslavische deelrepubliek Slovenie mee, vertrokken uit de kazerne van Vrhnika, op dertig kilometer van Ljubljana, en begeeft zich in de richting van de Sloveense hoofdstad. Nadere bijzonderheden volgen.

Het is een zoele nacht. Op straat lopen de laatste feestgangers naar huis die hebben deelgenomen aan de vrolijke pantoffelparade na het onafhankelijkheidsfeest. Een uurtje tevoren nog leek wel de halve stad op de been voor het straatfeest na de plechtigheid voor de Sloveense onafhankelijkheid. Men danste en barstte op de mooie oude pleinen van de stad in spontane samenzang uit. Dat het federale leger de hele dag al had geprobeerd de vreugde over de niet-erkende onafhankelijkheid te drukken, onder andere door voortdurend maar met MiG-straaljagers gevaarlijk laag over de oude stad te vliegen, had het Sloveense zelfvertrouwen niet kunnen schokken. Om kwart voor vier 's nachts blijkt op straat dat de Sloveense autoriteiten terdege rekening houden met de mogelijkheid dat met militair geweld een eind zal worden gemaakt aan het onafhankelijke en soevereine Slovenie. Op alle toegangswegen tot het centrum van de stad zijn barricades opgeworpen van stadsbussen, vrachtwagens en betonmolens. Politieagenten formeren in het licht van de opkomende zon aanrijdende bestelwagentjes tot ordelijke versperringen. “Als het er op aankomt, helpt het niet tegen tanks”, meent een van de weinige nieuwsgierige passanten op dit uur. Maar hij blijft, met steeds meer anderen, staan kijken. Turend tussen de kieren van de barricaden, om te zien of de tanks er al aankomen, en luisterend, of in de verte hun geronk al hoorbaar is. Binnen een uur na de aankondiging op de radio is Ljubljana een geheel gebarricadeerde stad. Paniek blijft niet uit: nadat de radio abusievelijk heeft gemeld dat de eerste tanks zijn gearriveerd bij het parlementsgebouw, is het in het centrum van de stad een geren en geroep van jewelste. De meestal zeer jonge leden van de Sloveense politie en de 'territoriale verdediging', die iedereen hier inmiddels al gewoon het 'Sloveense leger' noemt, zwaaien met antitankgeschut en andere wapens. Bevelen worden door elkaar heen geroepen, voorbijkomende auto's gemaand door te rijden of om te draaien, waarna ze dan meestal door weer een ander groepje de andere kant worden uitgestuurd.

Pag. 5

Tanks verpletteren Sloveense barricade van auto's; Hier en daar parkeren vaderlandslievende burgers hun eigen auto als versperring op de weg

Radio noch troepen lijken precies te kunnen zeggen waar de colonnes tanks zich bevinden. Wel dat ze het kennelijk niet op Ljubljana zelf gemunt hebben, maar via de autoweg in een buitenwijk van de stad op weg zijn naar het vliegveld. Moeizaam vinden we ons een weg door concentrische cirkels van barricades, die doorgaan tot ver in de omgeving: een overweldigende hoeveelheid voertuigen van elk denkbare type en omvang. Hier en daar hebben zelfs vaderlandslievende burgers hun eigen karretje als versperring op de weg gezet. Nee, de tanks heeft hij zelf niet voorbij zien komen, wel voorbij horen komen, zegt de reservist-sergeant die met enkele honderden andere dienstplichtigen links en rechts van de autoweg in het gras ligt. Maar het was ook de bedoeling dat zij zich, met antitankgeschut, zouden terugtrekken als de tanks eraan kwamen. De Sloveense leiding wenste niet dat er geschoten werd. De tanks hebben korte metten gemaakt met de vangrail op de middenberm van de autoweg, toen het erom ging een als versperring neergezette wagen met zand te ontwijken. De sporen van hun ijzeren rupsbanden zijn duidelijk te zien. En dan te bedenken dat dit federale leger in Slovenie, volgens de Slovenen zelf tenminste, niets meer te zeggen heeft. “Geen tanks in onze straten” was een van de meest met gejuich ontvangen opmerkingen van president Milan Kucan, toen hij 's avonds bij het hijsen van de nationale vlag een lange rede hield. Hij refereerde toen ook al aan het feit dat de federale autoriteiten zo vrij waren geweest het luchtruim van Slovenie te sluiten, uit protest tegen de overname door de opstandige republiek van de verkeersleiding van het vliegveld van Ljubljana, Brnik. De burgemeester van de Oostenrijkse hoofdstad Wenen, ongeveer de enige buitenlandse hoogwaardigheidsbekleder van betekenis die bereid was de plechtigheid bij te wonen, heeft dus niet in Ljubljana kunnen landen, en moest naar het Oostenrijkse Klagenfurt uitwijken en daar de auto nemen. Als rond half zes de werkdag in Ljubljana begint, vroeg, zoals in alle Oosteuropese landen, raadt Radio Slovenie iedereen aan, rustig aan zijn dagelijkse werkzaamheden te gaan. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, door al die ringen van barricades, waarvan we er tussen het stadscentrum en het vliegveld wel tien tegenkomen. Enorme hoeveelheden politiewagentjes en groepen reservisten blijkt de jonge Sloveense staat in luttele uren op de been te kunnen brengen. Tegen de door de barricades ontstane verkeersopstoppingen kunnen zij weinig doen. Wel zijn ze zonder uitzondering behulpzaam bij het verstrekken van inlichtingen, en bij het beantwoorden van de vraag langs welke achterweggetjes een blokkade kan worden omzeild. De eigen soldaten van Slovenie, gisteren nog het heftig door tienduizenden mensen toegejuichte succesnummer bij de onafhankelijksheidsplechtigheid, worden bij deze actie kennelijk niet ingezet. Na een tocht door dorpjes die er extreem vreedzaam uitzien, komen we bij de laatste barricade op een secundaire route naar het vliegveld: drie forse vrachtwagencombinaties op een stukje weg met hoge zijkanten. De drie bestuurders spreken met de politieagenten, die vertellen dat een colonne tanks al tussen de bomen langs de startbaan staat, en een andere pantserkolonne al onderweg is. Tot niet geringe onsteltenis van de agenten, blijkt deze colonne juist dit weggetje te hebben uitgekozen. Het gezoem zwelt aan tot het geluid van brullende motoren, de agenten plaatsen hun auto's wat verder van de weg. Pantserinfanterie kamt het omringend bos uit, maar laat de agenten en ons, de verslaggevers, ongemoeid. Dan begint de oude T-72-tank met duwen. Na ongeveer tien minuten heeft hij de blokkade doorbroken, een rune van verwrongen staal achterlatend. “Dit is idioot, dit is te gek”, zegt een van de vrachtwagenchauffeurs. “Nu ziet u waarom we onafhankelijk willen zijn: ze doen maar gewoon wat ze willen”. De colonne handelt strikt volgens oorlogsinstructie. Bij het bereiken van de open vlakte draaien de koepels van de eerste drie tanks in het rond en richten een voor een op mogelijke doelen, de wagens van de Sloveense politie en het busje van CNN niet uitgezonderd. Dan verdwijnt de colonne om in een bos nabij het vliegveld positie te kiezen. Achter de colonne, zeven tanks en twee pantserwagens, wordt wederom het praktisch vernuft van de Slovenen duidelijk. Twee motoragenten met videocamera's nemen de schade op, want de Sloveense republiek zal een schadeclaim indienen bij het federale, door Slovenie sinds eergisteren als 'buitenlands' betitelde leger. De radio roept nu op om de auto's van de blokkades voorlopig aan de kant te zetten, opdat het verkeer binnen en naar de hoofdstad zijn weg kan vinden. Ze blijven echter in gereedheid voor de volgende noodsituatie. De vraag waarom het leger, in het kader van het streven van Belgrado de Slovenen en Kroaten weer in het federatieve gareel te brengen, nu juist het vliegveld moest innemen, bleef vanochtend nog onbeantwoord. Vanuit de verte was te zien, dat Slovenie de twee autobussen en de bagagekarretjes op de enige landingsbaan had geparkeerd, wellicht om de landing van militaire vliegtuigen te verhinderen.