Afgewezen

DE DEMOCRATISCH gekozen leiders van Slovenie en Kroatie zullen zich vandaag de ogen uitwrijven. Terwijl de tanks van de federatie de prille onafhankelijkheid van de twee deelrepublieken onder hun rupsbanden vermorzelen, kijkt de vrije wereld toe. Sterker, met afgewend hoofd hebben de regeringen van het Westen laten weten dat de federatie hun voorkeur heeft, ook al is bekend dat het Servische communisme daarin de dienst uitmaakt. Wat elders in Oost-Europa werd toegejuicht, kan in Joegoslavie niet door de beugel: zelfbeschikking voor langdurig geknechte volkeren. Moskou, Washington en de Europese Gemeenschap hebben elkaar gevonden in de veroordeling van het Sloweense en Kroatische streven naar onafhankelijkheid. De afwijzing van geweld ten behoeve van het behoud van de federatie mag onder de gegeven omstandigheden worden beschouwd als niet meer dan een formaliteit.

Twee rechtvaardigingen worden aangevoerd voor de voorkeur om Joegoslavie als staat te behouden. Er is het beginsel van ordening en veiligheid dat in de verdediging van de status quo zijn uitdrukking vindt en er is het principe van de sociaal-economische levensvatbaarheid. Te kleine staatseenheden zouden geen overlevingskansen hebben. Bij het ontstaan van Joegoslavie hebben beide uitgangspunten een rol gespeeld: een aantal uit de verschillende imperiale erfenissen overgebleven volkeren werd destijds in een nieuw staatsverband bijeengebracht dat politiek en economisch levensvatbaar werd geacht. Voor de toezichthouders uit het omringende buitenland is het kennelijk onaanvaardbaar de oude, vermeende zekerheden ter discussie te laten stellen. DEZE DEFENSIEVE houding gaat voorbij aan nieuwe ontwikkelingen. Daarvan is de almaar toenemende interdependentie in de wereld de belangrijkste. Het fenomeen is in heel Oost-Europa en tot ver in de Sovjet-Unie waarneembaar, de wil om aansluiting te zoeken bij de door 'high tech' voortgedreven sociaal-economische en culturele integratie over oceanen en landsgrenzen heen. Het is niet toevallig dat het ontwikkelde noorden van Joegoslavie zich wil losmaken van het technologisch en ideologisch achterlopende zuiden, dat het de ballast wil afschudden die het remt bij deelneming aan de fascinerende ontwikkeling die even verderop aan de gang is. Ook in andere Zuideuropese landen is een dergelijke drang te registreren. Pogingen om Joegoslavie te behouden door de federale banden wat losser te maken, zijn daarom betrekkelijk vruchteloos. Weliswaar hadden die pogingen om politiek-psychologische redenen een kans gemaakt, als niet het Servische hegemonisme ze bij voorbaat had getorpedeerd, maar op den duur zou ook een dergelijke constructie geen oplossing hebben geboden. Slovenen en Kroaten verzetten zich niet tegen opgaan in een groter geheel, integendeel. Maar zij zoeken hun heil niet langer in Joegoslavie. Als gevolg van een historische vergissing en op grond van verouderde concepten worden zij nu afgewezen door het Europa waartoe zij willen behoren.