Achteloze moordenares

Nikita. Regie: Luc Besson. Met: Anne Parillaud, Jean-Hugues Anglade, Tcheky Karyo. In: Amsterdam, Alfa 1; Den Haag, Babylon 1; Rotterdam, Calypso 1.

Het leven is hard, vindt de Franse cineast Luc Besson, maar er zitten toch hier en daar zachte randjes aan. Bessons eerder hier uitgebrachte speelfilm Subway ging over dat overgangsgebied tussen het grote stads-bestaan van asfalt en neon aan de ene kant en aan de andere kant de roze ruches van onvermoede emoties, en ook zijn nieuwste film Nikita concentreert zich erop. Nikita is een twintigjarige junk. Een professionele drugsgebruikster die uitsluitend deugt voor het uitoefenen van haar beroep: het verwerven van de nodige dope. De drugs verzwakten haar niet, integendeel. Het bestaan op straat maakte haar zo te zien ijzersterk, snel en gewiekst. Zelfs een eenvoudig potlood is in haar handen een geducht wapen, dat iemand kan laten bloeden als een pasgeslacht varken. Bovendien leeft Nikita consequent naar een voor haar manier van overleven doorslaggevend inzicht: ze respecteert geen enkele morele code. Nikita schiet van twintig centimeter afstand een politieman door zijn hoofd en verdwijnt voor dertig jaar achter de tralies. Daar wordt ze ontdekt door iemand die gaarne de vruchten plukt van haar twijfelachtige fysieke talenten en haar amorele karakter: ze wordt door de geheime dienst opgeleid tot staats-huurmoordenaar. Luc Besson werkte dit idiote gegeven niet uit tot een horror-spel, maar tot een charmante film die alleen al knap genoemd mag worden, omdat hij erin slaagt onvoorwaardelijke sympathie te wekken voor een weinig aantrekkelijke hoofdpersoon. Om te beginnen zien we haar koelbloedig en zinloos moorden en verminken, daarna wordt ze ook nog eens opgeleid om dat gedrag in opdracht te herhalen. En toch wordt ze ons dierbaar. De omslag van weerzin naar inleving wekt Besson met het meest platvloerse cliche dat er maar bestaat. Nikita wordt in een vaalverlichte kelderruimte op een stoel vastgebonden, een injectiespuit wordt in gereedheid gebracht en wij denken hetzelfde als zij: de autoriteiten zijn van mening dat voor dit ongewenste element niet dertig jaar kost en inwoning verzorgd kan worden, ze moet onschadelijk worden gemaakt. De camera vangt haar gezicht in een close up. Anne Parillaud is een goed actrice. Lief ziet ze er niet uit, aantrekkelijk evenmin. Maar dan breekt haar ongevoelig geplooide mond open. Tranen springen in haar ogen. Haar gezicht vertrekt zich in een angstkramp. Even is er alleen een snotterig geluidje te horen, en dan ... “Maman!!” gilt ze. En wie om zijn moeder roept is onweerstaanbaar, wat hij ook op zijn kerfstok heeft. Vanaf dat moment is het publiek van Nikita verkocht. In dat ene ogenblikje realiseert het zich dat deze egocentrische punk ooit een peuter was, een kindje dat een moeder nodig had. Daarna is er iets desastreus misgelopen. Wat dat precies is laat Besson in het midden, maar toch brengen wij er begrip voor op. We stappen over onze morele oordelen heen, identificeren ons onvoorwaardelijk met Nikita, en Besson kan verder met zijn film. Nikita is een wisselvallige film. Het aardigste gedeelte is de training bij de geheime dienst, niet alleen in schieten en vechten maar ook, onder leiding van Jeanne Moreau, in vrouwelijk gedrag, te beginnen met de vrouwelijke glimlach. De eerste opdracht die Nikita te volvoeren krijgt, maakt van de film een wat ordinaire actie-thriller, en de vernietigende intrede van de liefde in haar leven, waar haar alwetende leraar gek genoeg geen rekening mee heeft gehouden, smelt het verhaal om tot romantische tragedie. Het moorden zelf is nooit een probleem, het liegen erover tegen de beminde wel - en daar is het zachte randje dat het staalharde moderne bestaan zijn relief geeft. Ten slotte laat Besson zijn film uit zijn handen glippen. In de laatste minuten valt hij aan scherven als een sentimenteel mannendraakje, vol weemoed over die ene, onbereikbaar geworden super-Vrouw. Maar voor het zover kan komen, heeft Besson bewezen hoe aantrekkelijk zijn stijl van filmen is. Erg diepgravend wordt hij niet en het verhaalverloop van Nikita is al net zo weinig consistent als dat van Subway. Maar Besson heeft gevoel voor een swingende mise en scene. Hij weet een strakke montage te waarderen en ook de vertellende macht van een effectief gebruik van de geluidsband. Besson is de eerste om toe te geven dat zijn Nikita niet had kunnen bestaan zonder Eliza Doolittle uit My Fair Lady (uiterlijk en aankleding van Parillaud herinneren af en toe zelfs direct aan Audrey Hepburn in die rol). Even schatplichtig verklaart hij zich aan de kille autoriteiten uit Kubricks A Clockwork Orange. Maar de Schwung die Nikita in de allereerste plaats kenmerkt is, getuige Subway, des Bessons. En de, bij alle geweld en algemeen regerende gevoelsarmoede, tegen de klippen op florerende romantiek ook.