Van onbekende soldaat tot een kassucces

HENGELO, 26 JUNI. Hij is in het leger, pas negentien jaar, kan hard lopen en is wereldkampioen bij de junioren. Maar verder was tot gisteravond Richard Chelimo voor de atletiekwereld een onbekende soldaat. Een Keniaan zoals er tegenwoordig maar al te veel worden aangeboden aan toernooidirecteuren, die de namen niet meer uit elkaar kunnen houden en slechts kunnen hopen dat de paar duizend dollar welke ze er voor uittrekken die ene briljante aankoop oplevert. Jos Hermens, die voor de Adriaan Paulen Memorial in Hengelo het buitenlandse deelnemersveld samenstelde, haalde een hoofdprijs uit de grabbelton vol talent. Chelimo bezorgde het atletiekgala een onverwacht hoogtepunt door op de 10.000 meter het wereldrecord tot minder dan drie seconden te naderen.

Op een uitgestorven voetbalveld achter de tribune loopt hij laat in de avond rustig zijn rondjes. Chelimo is dank zij z'n eindtijd van 27.11,19 na Arturo Barrios (27.08,23) de tweede snelste loper aller tijden geworden op die afstand. Of hij nu zeker is van deelname aan de wereldtitelstrijd in Japan, heeft hij zijn Londense manager met een benepen stemmetje gevraagd. Natuurlijk, zegt deze. Chelimo houdt het op een voorzichting God knows. Hij durft de waarde van zijn verrichting niet al te hoog in te schatten, want in zijn vaderland kan de bond soms knap verrassend uit de hoek komen. Zorgvuldig hoeven ze er niet met hun talenten om te springen. Afstandlopers van wereldklasse zijn uit voorraad leverbaar. Chelimo komt uit een dorpje in Rift Valley op vierhonderd mijl van Nairobi, woont en traint op 2000 meter hoogte, eet thuis de onbespoten groenten die in eigen tuin verbouwd wordt en liep als schooljongen net als alle kinderen die op het platteland wonen dagelijks de kilometerslange weg naar school. “Maar ik woonde behoorlijk dicht bij school, hoor”, zegt de bijna verlegen Chelimo. “Vijf kilometer.” Het waren jarenlang per dag tien noodgedwongen trainingskilometers. Manager John Bicourt: “Als je in Kenia bent zie je overal om je heen kinderen hardlopen naar school. Het landschap nodigt ze er ook toe uit. Het is geschapen om hard te lopen.” Pas in 1987 begon Chelimo met wedstrijden. Op nationaal niveau. Twee jaar geleden kwam er een hele tijd niets van omdat hij een knieblessure had, maar begin 1990 werd hij tweede op het wereldkampioenschap veldlopen voor junioren in Aix-les-Bains en verder greep hij de op de baan wereldtitel bij die categorie op de 10.000 meter. Hardlopen is voor hem een vanzelfsprekendheid. Hij veerde gisteravond in het druilerige Fanny Blankers Koen stadion met speels gemak over het kunststof, waarop de Marokkaan Hammou Boutayeb - zo had hij de organisatie onder de voorwaarde van strike geheimhouding laten weten - een het wereldrecord wilde aanvallen. Plannen waarmee Chelimo niet naar Hengelo was gekomen. Nadat Hermens dit weekeinde eindelijk was gezwicht voor de gefaxte smeekbeden van Bicourt, die van alle wedstrijdorganisatoren een bijna bits 'volgeboekt' kreeg voor zijn pupil, had de jeugdigde Afrikaanse atleet zich voorgenomen zo ontspannen mogelijk naar de race toe te leven. Bicourt haalde hem gisterochtend met zijn auto op bij het Londense huis, dat de manager heeft gehuurd om de Kenianen tijdens hun Europese toernooi in te huisvesten. Een korte reis op de wedstrijddag leek hem beter dan een meerdaags verblijf in een hotel. “Ze moeten op hun gemak zijn. In Londen kan dat. Ik zorg ervoor dat ze maismeel hebben en we hebben zelfs gezorgd voor geitevlees... Dingen die ze gewend zijn te eten, maar die in hotels niet te krijgen zijn.” Twee uur voor het begin van de meeting arriveerden Chelimo en zijn manager in Hengelo. Natuurtalenten halen de ideale wedstrijdvoorbereiding nu eenmaal niet uit een boekje. “Ik heb me niet speciaal op een tijd gericht. Ik wilde alleen zien hoe snel ik kon lopen, maar aan het wereldrecord dacht ik pas toen drie ronden voor het einde tegen me werd geroepen dat het mogelijk was. Jammer dat de race eigenlijk iets te langzaam was”, commentarieert hij het sportieve hoogtepunt van de atletiekmeeting. De onbevangenheid waarmee Kenianen aan hun wedstrijd beginnen beschouwt Bicourt als de grote mentale voorsprong. “Ze hebben niet de druk van een moeder, een broertje of een moeder van een vriendinnetje die naar de televisie zit te kijken. Ze lopen gewoon en daar is het mee uit. Al komt er natuurlijk een dag dat de decadentie ook voor Keniaanse atleten toeslaat”. Ze worden wel de geldlopers van het atletiekcircuit genoemd. Door de sterke neiging erg veel wedstrijden in korte tijd af te werken. “We moeten voorzichtig met hem zijn”, zegt dicourt. “Ik weet dat managers van Afrikaanse atleten de kritiek krijgen dat ze hen te veel laten lopen. Het probleem is alleen dat ze het zelf 'snelheidstraining' noemen. Als je ze een paar keer adviseert dat ze beter een paar wedstrijden kunnen overslaan, zeggen ze dat ze dat net zo goed terug naar huis kunnen gaan en dat ze juist in Europa zijn om aan wedstrijden mee te doen. En lopen voor het geld? Wie heeft dat vandaag in Hengelo niet gedaan?” Voor getalenteerde Kenianen is atletiek de ideale manier om zich naar een financieel weelderige toekomst te lopen. Al zijn er vaak nationale verplichtingen die de weg naar fortuin versperren. Als het leger een wedstrijd heeft hoeft Chelimo niet te rekenen op een verlofdag, ook niet als ergens anders tienduizenden dollars liggen te wachten. Verder zijn er nog de bondsofficials die proberen een graantje mee te pikken van het kassucces dat de Keniaanse atletiek wereldwijd geworden is. Ruim twee jaar geleden werd op last van de internationale atletiek federatie IAAF de bestuurlijke top van de Keniaanse bond afgezet, omdat enorme sommen geld die voor atleten bedoeld waren in de zakken van bestuurders waren verdwenen. De winnaar van de Olympische 5000 meter van Seoul en meervoudig wereldkampioen veldopen John Ngugi, ook onder contract bij Bicourt, werd op die manier 400.000 dollar lichter. Sindsdien heeft de manager een bankrekening voor zijn atleten in Engeland geopend, waar een deel van het geld op wordt gestort. Maar omdat Bicourt die rekeningen beheert staat hij weer onder verdenking van de organisatie van managers, die vindt dat de Brit zijn atleten daarmee zodanig aan zich bindt dat ze niet meer bij hem weg durven te gaan. Voor Chelimo is het een nieuw probleem. Hermens bood hem voor Hengelo een symbolisch startgeld van 1000 dollar. Eenzaam aan een tafeltje wacht Bicourt tegen elven op een gesprekje met zijn Nederlandse collega. Na zo'n prestatie moet er gepraat worden, maar de hoogte van de premie kan niet worden vastgesteld. Het gala is met zevenduizend toeschouwers slecht bezocht en de nieuwe directeur is niet het type dat makkelijk met flappen wappert. “Als het aan mij ligt betaal ik hem voor deze prestatie tienduizend dollar”, zegt Hermens. Bicourt knikt instemmend. Een eindje verderop lurkt Chelimo een flesjes bronwater leeg. De volgende dag zullen alle toernooidirecties, die hem weigerden, aan de telefoon hangen. En zijn manager zal nee zeggen. Dat is pas rijkdom.