Schierbeek met stok zorgt voor Hollandse beelden op Poetry

ROTTERDAM, 26 JUNI. Allereerst was er Bert Schierbeek, op de tweede voorleesavond van Poetry International. Hij beklom het podium met een stok. Daar moesten wij niet van schrikken - hij had gedacht dat hij bij windkracht acht wel kon fietsen. Maar hij was gevallen. Zijn eerste gedicht was al net zo Hollands als deze introductie. Er was sprake in van 'donderkoppen' en 'plenzende regen' en ook zei hij: “Het tocht in het leven van de mens,- hij huivert zich door het land.” Zo een Nederlands beeld, na al het Afrikaanse van de dag daarvoor. Het is aardig om je voor te stellen dat buitenlandse dichters zich elke ochtend over dergelijke beelden buigen terwijl zij hun best doen om er voor het jaarlijkse Vertaalproject Zweedse, Hongaarse, Afrikaanse gedichten van te maken. Vrijdagavond zullen zij laten horen wat zij van Schierbeeks poezie gemaakt hebben.

Zo was de avond begonnen, met deze allervriendelijkste dichter die midden in gedichten ook nog kleine toelichtinkjes verstrekte (“ze stutten de takken van de vijgebomen namelijk en daarom kun je zeggen n de ronde tempel van de vijgebomen' ”). Verder was het vooral een ratjetoe van landen en talen en soorten poezie. Er waren twee stille dichters met raadselachtige gedichten. “Prachtige, sterke beelden vind ik het - zonder dat ik ze begrijp,” zei presentator Robert Anker toen hij de Tsjechische Sylva Fischerova introduceerde en medepresentator Jan Eijkelboom zei het hem na bij de inleiding tot de Duitser Uwe Kolbe. Vooral die laatste las prachtig voor. Wat kan Duits toch mooi en chic klinken en wat is het toch heerlijk als iemand niet leest alsof elke zin een glijbaan is waarover hij plechtig naar beneden schuift. Fischerova las onbegrijpelijke maar aantrekkelijke regels over 'een kosmisch wereldei van wit papier' en ook voorspelde ze dat 'we allemaal elkaar weerzien in de hel'. Er waren ook twee olijke dichters, die toch veel meegemaakt hadden. De ene, Luuk Gruwez uit Belgie, stond nog niet of hij verklaarde al op opgewekte toon dat hij het ook niet helpen kon dat er om hem heen 'flink gestorven wordt'. Ja, dat kan heel vervelend zijn. De andere, Adrian Henri uit Engeland, las iets over een prins en een prinses met veel sprookjesregels erin ('de spiegel aan de wand heeft niets meer gezegd- sinds jij weg bent') en over een oestertje in de wasbak. Er werd gelachen. Daarop sloeg hij keihard toe met een gedicht uit 1987 over zijn overleden vrouw, waarbij een snik in zijn stem klonk. Hij moet dat gedicht vorige week in Enschede ook heel overtuigend gelezen hebben. De zaal was doodstil, maar niet iedereen was tevreden met dit optreden. Ik hoorde zelfs de karakterisering: 'een dichtende oliebol'. Jan Eijkelboom had het al gezegd toen hij Henri introduceerde: er wordt altijd onderscheid gemaakt tussen stille dichters en die heten dan 'serieus' of ook wel 'saai' en performers, die noemt men 'levendig' of ook wel 'tweede garnituur'. Het schijnt een onderscheid te zijn waar we van af moeten. Tot slot zong het publiek weer iets in het Afrikaans onder leiding van Niyi Osundare.

Vanavond lezen vanaf 20.00 uur in de Doelen: Lars Gustaffson (Zweden); Frank Koenegracht (Nederland); Willem Jan Otten (Nederland); Dave Smith (Verenigde Staten); Eugene Guillevic (Frankrijk); Yunna Morits (Sovjet-Unie); Kofi Awoonor (Ghana)