Robotachtige blues en eigenzinnige pop van laconiek Think Tree

Concert: Think Tree. Gehoord: 25-6 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 26-6 Doornroosje, Nijmegen, 27-6 Burgerweeshuis, Deventer, 28-6 Tivoli, Utrecht, 29-6 Nighttown, Rotterdam, 30- 6 OOC, Venlo.

De Amerikaanse underground heeft in de afgelopen jaren niet veel meer opgeleverd dan een schijnbaar eindeloze reeks a-melodieuze gitaarbands. Begrippen als underground en avantgarde hebben in de popmuziek veel van hun betekenis verloren, want alles is al eens gedaan en nostalgie naar de jaren zestig viert hoogtij. Een origineel geluid van een oprecht eigenzinnige groep is zeldzaam. Think Tree uit Boston is zo'n groep die bestaande conventies aan haar laars lapt en die toch met muziek voor de dag komt die het aanhoren meer dan waard is. In het vierjarig bestaan verscheen tot nu toe alleen het mini-album Eight-Thirteen. De titel verwijst naar een wiskundige reeks en de muziek wordt gekenmerkt door de mechanische ritmes die herinneren aan de industriele invloeden in de Europese new wave van enkele jaren geleden. Daarbij maakt Think Tree gebruik van ter plekke opgewekte elektronische klanken, in combinatie met vooropgenomen fragmenten uit tv-programma's, speelfilms of gewone gesprekken. Think Tree's eigenzinnigheid begint al bij het instrumentarium, dat in vrijwel alle facetten afwijkt van de standaard rock & roll-bezetting. Alleen de vervormde elektrische gitaar van Will Ragano is tot op zekere hoogte traditioneel. Daarnaast zorgen de elektronische percussie en de nadruk op dreigende synthesizerklanken voor een robot-achtige variant op de blues. Ook funk, country en volksmuziek worden aangestipt, maar nooit lang genoeg om aanleiding te geven tot een weldadig gevoel van herkenning. Think Tree's geluidskanonnade heeft iets ongemakkelijks, zeker wanneer zanger Peter Moore zijn stem vervormt tot een laag grommende keldergalm en hij vervreemdende teksten zingt over een 'Porcupine Coat'. Zo nu en dan verplaatst hij zich in de rol van de laconieke entertainer, om na een vrolijke kwinkslag of spontane dansje weer abrupt zijn strenge toon aan te heffen. Op de meest geslaagde momenten klinkt Think Tree als de perfecte kruising tussen de zweverige space-muziek van Hawkwind en de toegankelijke synthesizerpop van Tears For Fears. De uitstalling van apparatuur op het podium heeft iets aandoenlijks, want het is bijna ouderwets zoals de twee synthesizermannen alles zelf spelen, zonder hulp van de automatische piloot die bij dit soort instrumenten vaak wordt ingeschakeld. 'The best thing that happened to me - was a memory' luidde het refrein van het meest toegankelijke nummer, dat overigens een allesbehalve zachtmoedige of nostalgische lading kreeg vanwege een begeleiding van bulderende scheepstoeters. 'Time heals no wounds' was de enigszins pessimistische strekking van de toegift. Gelukkig kon Peter Moore er bij lachen, in de wetenschap dat zijn groep zojuist een vet platencontract met een niet nader genoemde firma heeft afgesloten.