Op Utrecht aan

Wie stad en land wil leren kennen neme de trein. Vanuit zijn coupe heeft de reiziger een prachtig uitzicht op de achterkant van Nederland. De volkstuintjes waar met volle teugen wordt genoten van de schaarse zon, de rommelige bedrijfsterreinen die steeds meer landschap 'in cultuur' brengen, de autokerkhoven en de vuilnisbelten. Maar ook de weidse vlakten van de groene Hollandse polders, waar het water hoger staat dan het land. De meeuwen en de weidevogels, en langs de slootkant roerloos een reiger wachtend op een vis.

Hollandsche Rading ligt aan de rand van het Gooi, waar zand en veen elkaar ontmoeten. Vanaf het stationnetje wandelt de wandelaar langs de grens tussen Noord-Holland en Utrecht bijna onmiddellijk het bos in. Soms voert het pad langs prachtige lanen, met links en rechts hoge bomen. Maar elders zien de eikebomen er belabberd uit; een bord van Natuurmonumenten verhaalt van zure regen. Verspreid in het bos liggen akkers. Op het landgoed Eindegooi staat een prachtig wit landhuis, ingesloten door oprukkend bos. Op de aangrenzende boerderij sjouwt een jonge boer met een kruiwagen mest. De rust van de zondagmorgen wordt helaas verstoord door grommende sportvliegtuigjes. Ze stijgen als in een colonne op van het aanpalende vliegveld Hilversum, met tientallen tegelijk. In de jaren dertig had de geprivilegieerde elite de auto, nu het sportvliegtuig, dus dat wordt nog veel erger. Verplaats dat vliegveld maar naar de Maasvlakte, een groot deel van de duurste grond van West-Europa ligt nog braak. De wandelroute voert nu westwaarts, richting Loosdrechtsche Plassen. De dijk langs het Tienhovensch Kanaal, een grootse naam voor deze brede sloot, is tot aan Tienhoven godzijdank niet geasfalteerd. Dat is waarschijnlijk te danken aan de naburige eendenkooi van Natuurmonumenten, dat op borden laat weten dat het recht heeft op 'afpaling'. Zo blijft een unieke wandelroute, in het hart van Holland, behouden. Tientallen wandelaars en fietsers genieten van de ruimte en, ondanks het luchtrumoer, van de rust. Het uitzicht is indrukwekkend. Links, achter de wilgenkatjes, is de oneindige groene vlakte van polder Achttienhoven en polder Westbroek zichtbaar. Dichter bij Tienhoven wordt het veen steeds vaker afgewisseld met water. Het gevolg van de eeuwenlange winning van turf, waarna de oevers verder afkalfden door de wind. Rechts wordt de Breukeleveensche Plas zichtbaar, een afgesloten deel van de Loosdrechtsche Plassen. Vanaf Tienhoven is de asfaltlobby weer de baas. De wandeling voert nu zuidwaarts, richting Oud-Maarsseveen. Auto's, motoren en brommers maken de wandelaar een kwartiertje het leven zuur, maar dan biedt een polderweg rechts gelukkig een uitwijkmogelijkheid. Het land aan de rand van de Loosdrechtsche Plassen ligt lager dan de meer oostelijk gelegen polders, het slootwater stroomt tussen de bruine veenoevers door. Midden in de weilanden ligt de boerderij Nimmerdor, met de allure van een landhuis maar omringd door een geweldige rotzooi. Het lot van de wilgen lijkt met zo'n beheer bezegeld. Na het veen- en waterlandschap van Maarsseveen voert de route naar de Maarseveensche Plassen, die door welwillende autoriteiten zijn getransformeerd tot recreatiegebied. Dus moest de wilg hier wijken voor het geboomte dat nu eenmaal bij zulke gebieden hoort. Een drink- en eetgelegenheid is nog niet in zicht. Doorlopen dus, onder een autoweg door en langs twee molens en een prachtig landweggetje (auto's verboden) naar het slot Zuylen. En jawel, hier is wel een cafe, of, zoals dat in zulke kastelen heet, een theehuis. Wat kunnen cola en appeltaart toch heerlijk smaken. In dit kasteel, van middeleeuwse oorsprong maar in de achttiende eeuw verbouwd tot lustslot, schreef Belle van Zuylen een deel van haar beroemde brieven. Vervolgens gaat het, langs de Vecht, op de stad Utrecht aan. Uit onbestemde verten klinkt het gejoel van een voetbalwedstrijd.

(Route ontleend aan Burger, Koch & Sluis: Voetwijzer voor Nederland deel 3. Gelopen in omgekeerde richting, tot rand Utrecht 18 km, met buslijn 3 naar Centraal Station)