Kamer eens met nieuwe scholen voor onderzoek

ROTTERDAM, 26 JUNI. De Tweede Kamer gaat akkoord met de oprichting van een groot aantal onderzoekscholen. In deze scholen moet een groot deel van de universitaire onderzoekersopleiding worden geconcentreerd.

Dat bleek gisteren tijdens overleg tussen de Kamer en minister Ritzen (onderwijs). De Kamer wil wel dat er voldoende ruimte blijft voor de onderzoekersopleiding in vrijblijvender organisatievormen, zoals in de zogeheten 'netwerken' van assisten-in-opleiding (aio's). Onderzoekscholen krijgen daarom ook de eerstkomende jaren geen extra geld. Een ruime Kamermeerderheid stemt in met een procedure waarbij de scholen moeten worden erkend door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) als zij voldoen aan een tiental criteria. Die betreffen onder meer bestuurlijke onafhankelijkheid, selectie van docenten en studenten, samenhang en concentratie van het onderzoek en aantallen aio's. Verbetering van de onderzoekersopleiding moet het uitgangspunt moet zijn voor de scholen, aldus de Kamer. Hoogwaardige onderzoekcentra die een rol spelen in het wetenschaps- en technologiebeleid, kunnen beter in aparte onderzoekinstituten worden ondergebracht. Het overleg was nodig doordat Ritzen de Kamer eerder had beloofd een aantal punten nog eens uiteen te zetten. Ook zou hij zijn standpunt verduidelijken over enkele moties. Het bleef gisteren echter onduidelijk of over de moties na het zomerreces zal worden gestemd. Het CDA handhaaft in elk geval een motie waarin de erkenningsprocedure wordt afgewezen. De fractie wil dit overlaten aan de universiteiten. Eerder, eind april, waarschuwden alle fractie al tegen het ontstaan van een omvangrijke bureaucratie: de Kamer had toen kritiek op het grote aantal commissies dat de KNAW voor de beoordeling van de voorstellen in het leven wilde roepen. PvdA en VVD hadden gisteren wel grote moeite met de manier waarop de universiteiten de scholen de komende twee jaar willen invoeren. In 1992 en 1993 willen deze slechts 24 scholen voor erkenning voordragen. De grotere universiteiten mogen drie voorstellen indienen, de middengroep twee en de kleinere universiteiten een voorstel. Volgens PvdA en VVD zal dit ten koste gaan van de kwaliteit van de scholen. Ook Ritzen had grote moeite met deze aanpak. Hij wil de universiteiten echter het voordeel van de twijfel geven. De Kamer denkt aan ongeveer honderd scholen over vier of vijf jaar.