'Illegalen die hier komen zijn Belgen, Duitsers en Engelsen'; Nederland is geen aantrekkelijk land voor illegalen

DEN HAAG, 26 JUNI. De staatssecretaris belde. Het was vorig jaar zomer, medewerker dr. M.M.J. Aalberts van het aan het ministerie van justitie verbonden Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), had zojuist een relativerend onderzoek over het illegalenvraagstuk in Nederland gepubliceerd. Daaruit bleek dat het aantal illegalen veel lager was dan staatssecretaris van justitie Kosto tot dan toe had aangenomen. Aalberts: “Ik heb hem gezegd dat het probleem dus erg meevalt. Dat is een jaar geleden. Politici hebben nu eenmaal een geheugen van een halve dag.”

Vandaar, zegt Aalberts, dat het kon gebeuren dat Kosto de laatste weken, samen met partijgenoot en PvdA-leider Kok, op ogenschijnlijk geharnaste wijze tegen 's lands illegale populatie ten strijde trok. Een “actief verwijderingsbeleid” als “onvermijdelijk sluitstuk” van beleid diende prioriteit te krijgen, zei Kok twee weken geleden tegen de PvdA-partijraad, want “iedereen zal beseffen dat we niet tienduizenden illegalen in ons land kunnen laten rondlopen”. Ter nuancering diende dat de vice-premier hiermee niet anders dan bestaand kabinetsbeleid voor het voetlicht bracht, maar sinds de Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt een direct verband aanbracht tussen crimineel gedrag en - sommige - illegalen, ging er een andere suggestie van zijn betoog uit dan Kok wellicht beoogde. En in datzelfde klimaat kwam Kosto vervolgens met de medededeling dat het aantal illegaal hier verblijvende buitenlanders op 50.000 a 100.000 moet worden geschat. Binnen enige weken was een taboe gesneuveld. Maar wat te denken van het getal van 100.000 illegalen? Kosto zei dat het hier een schatting betrof, logisch, want een beetje illegaal zorgt dat hij buiten de computerbestanden van de overheid blijft. Niettemin had Kosto, aldus zijn woordvoerder, wel enige bronnen: een onderzoek van de Amsterdamse GG en GD en een cijfer van de hoofdstedelijke Vreemdelingendienst. Beide diensten hadden een berekening gemaakt, en “dat hebben we geextrapoleerd zodat we op 50.000 a 100.000 illegalen voor heel Nederland uitkwamen”. De cijfers van de Amsterdamse vreemdelingendienst zijn gebaseerd op “natte vingerwerk”, zegt een medewerker van de GG en GD in de hoofdstad. De laatste dienst, de andere bron van de staatssecretaris, stelde in november 1988 inderdaad vast dat er in “de grote steden” zo'n 20.000 a 30.000 illegalen verblijven. Dat aantal is volgens de onderzoeker, L. Singels, gebaseerd op “een mondelinge uitspraak” van een woordvoerder van de Amsterdamse politie die in september 1988 het aantal illegalen in Nederland op dertigduizend schatte, en op een rapport van de Raad van Kerken dat uitkomt op “tien- tot twintigduizend”. A. van Groenendael, destijds onderzoeker aan de Universiteit van Nijmegen en een van de samenstellers van dat rapport kan desgevraagd niet meer exact aangeven waarop hij zijn schatting baseerde. “Het was gewoon natte vingerwerk”, laat hij weten. “Het ene rapport sprak over achtduizend illegalen, een ander onderzoek over veertigduizend. Dat heb ik allemaal bij elkaar geveegd. Ik moest toch wat.” Het cijfer van de staatssecretaris vormt derhalve een extrapolatie van tweemaal natte vingerwerk. Op de eerste verdieping van het ministerie van justitie (“de staatssecretaris zit op de derde”), stelt WODC-onderzoeker Aalberts “dat er dus geen betrouwbare cijfers zijn”. Ze vindt het dan ook “niet zinvol” respectievelijk “onverstandig” enig cijfer te noemen. “Maar in de politiek zijn er soms hogere doelstellingen dan de werkelijkheid. Als je meer politie wilt kan het betekenis hebben een cijfer te noemen. Maar dan dient het als gelegenheidsargument. Vorig jaar riep Kosto dat er 100.000 waren, de DIA, een controledienst van Sociale Zaken, kwam daarna met 50.000, waarna een ambtenaar hier weer 80.000 als getal noemde. Laatst werd het Kosto weer gevraagd en die begint dan over 100.000. Iedereen praat elkaar na, niemand weet het. Van mij zul je geen cijfer horen.” Aalberts spreekt over “de illegalen als schijnprobleem” en zegt zich daarbij te baseren op “vrijwel al het onderzoek dat op dat terrein is gedaan”. Ze wijst op het relatief stijgende aantal uitzettingen van illegalen in relatie tot het aantal uitzettingen van vreemdelingen in het algemeen. “Dat is niet anders dan een produkt van beleid: er wordt hier op het ministerie enorm gehamerd op het uizetten van illegalen. Maar ga je kijken naar een ander gegeven - het aantal mensen dat door de Koninklijke Marechaussee bij binnenkomst als illegaal wordt gedentificeerd - dan blijkt dat cijfer zich te stabiliseren. Er zijn geen aanwijzingen dat er meer illegalen komen. “Want Nederland is geen aantrekkelijk land voor illegalen. Werk is er niet echt makkelijk te krijgen, een betaalbare woning evenmin, om over zoiets essentieels als een ziekenhuisopname maar te zwijgen. Waarom zouden illegalen het hier dan volhouden? Het verhaal van de Polen die een paar maanden in de bollen komen werken is natuurlijk anders. Of dat van de mensen in de illegale naai-ateliers. Dat zijn mensen die in feite economisch gewenst zijn. Die vertonen ook niet het criminele gedrag waarvoor we hier zo angstig zijn. Er zitten onder de illegalen ook veel oudere 'gezinsherenigers', vaak oude Turken of Marokkanen. Maar om daar nu op te gaan jagen? “Enige tijd geleden hebben we hier de CBS-bevolkingsbestanden van vijftig grote steden gelegd naast die van de Vreemdelingendienst. Dan blijken er idiote verschillen, tot in de honderden procenten. Dan denk je: dus toch. Maar als je er een nadere blik op werpt, blijken de verschillen vooral op te treden bij EG-burgers. Met andere woorden: de illegalen die hier zijn, dat zijn Belgen, Duitsers, Engelsen. Nu moet een Belg al heel wat presteren om hier illegaal te worden, maar dan nog: als er momenteel over illegalen wordt gesproken, heb ik niet de indruk dat men Belgen op het oog heeft.”

Toch wordt steeds vaker verondersteld dat illegalen op grote schaal crimineel gedrag vertonen en misbruik maken van de sociale voorzieningen.

“Uit alle onderzoeken die zijn gedaan naar het misbruik van uitkeringen door illegalen, komt het cijfer nooit boven de 0,5 procent uit. Dat hele verhaal over misbruik van de sociale zekerheid is slechts een idee: iedereen zegt het, dus het zal wel waar zijn - zoiets. En het komt goed uit, momenteel, want het rechtvaardigt dat we de jacht openen. Ik begrijp het wel - en ik begrijp het niet. Want in feite kan iedereen zich bedenken dat het misbruik zwaar meevalt. Welke illegaal wil immers voor langere tijd het risico lopen in een administratie van een overheidsinstantie voor te komen?

“Dan de criminaliteit, ook zoiets. Als je de gegevens die daarover bestaan systematisch bekijkt, blijkt dat, voor zover er criminaliteit onder illegalen voorkomt, deze met name wordt gepleegd door ingezetenen van de EG.” Deze stelling illustreert Aalberts in haar rapport met het cijfer dat dertig procent van alle illegalen die Nederland worden uitgezet de Duitse, Franse of Britse nationaliteit hebben. Aalberts: “Blanke mensen dus, niet degenen uit de Middellandse Zee-landen die iedereen op het netvlies krijgt als het om crimineel gedrag gaat.” Binnen de groep criminele illegalen nemen Duitsers een voorname plaats in. Zo wordt van alle vreemdelingen twintig procent het land uitgezet “wegens het gevaar dat zij zouden opleveren voor de openbare orde, rust of nationale veiligheid”; bij Duitsers bedraagt dat percentage veertig. Aalberts ziet niets in het onder meer door staatssecretaris Kosto gepropageerde verscherpte verwijderingsbeleid. “Automatisch zal er op zwarten worden gejaagd”, stelt ze. “Maar dat zijn dus niet degenen die we moeten hebben - dan moeten we bij vooral Duitsers en Engelsen zijn. Het enige dat je met actief speuren creeert is ellende. Je kunt ze niet vinden, en in plaatselijke gemeenschappen veroorzaak je enorme spanningen.” In haar onderzoek van vorig jaar concludeert Aalberts dat het openstellen van de EG-grenzen niet zo zeer zal leiden tot een substantiele groei van het aantal illegale grensoverschrijdingen “maar dat vooral de verwijdering van criminele EG-onderdanen” voor problemen zal zorgen. De komst van migranten uit Oost-Europa zal volgens haar niet leiden tot een toename van het aantal illegalen. “Er moet voor een illegaal wel iets te doen zijn. Hij moet werk vinden of een uitkering kunnen krijgen. De kansen daarop worden steeds kleiner. Waarom zouden die mensen hier dan blijven? De geschiedenis heeft in ieder geval bewezen dat de meesten van deze 'kansarmen' vertrekken. Dus ook die zorg lijkt me koude drukte.”

U zegt in feite: er is geen probleem.

“Het komt natuurlijk wel vaker voor dat er op het Binnenhof schijndisdiscussies over schijnproblemen worden gevoerd. Iemand in het land roept iets en de gezamenlijke politici menen dat ze niet achter kunnen blijven. Zin heeft het niet, maar ja, ik ben geen politicus.”

Heeft u Kosto recent nog gesproken?

“Nee, sinds vorig jaar heb ik met hem geen gesprek meer gehad over de illegalen. Ik zou hem binnenkort weer eens kunnen bellen.”