Gezellig een beetje griezelen om hol lachend Opera-Spook

Voorstelling: The Phantom of the Opera naar de roman van Gaston Leroux. Bewerking en regie: Ken Hill; decor en kostuums: Sarah-Jane McClelland; muzikale leiding: Donald Chan; spel: David Cleveland, Sylvia Rhyne, Robert Jensen, e.a. Gezien: 25-6 Circustheater Scheveningen. Nog te zien aldaar t- m 30-6.

Een klassiek gegeven om bij weg te zwijmelen: in de catacomben van de Parijse Opera huist eenzaam en onbegrepen een afzichtelijk verminkt wezen dat een hopeloze liefde heeft opgevat voor de sopraan Christine Daae, jong, mooi en een tikkeltje naef. Het thema van the beauty and the beast kent talloze variaties, The Phantom of the Opera is er een van en sinds een aantal jaren misschien zelfs bekender dan andere varianten dank zij de succesvolle gelijknamige musical-adaptatie van Andrew Lloyd Webber in Londen. Minder bekend is dat het Phantom-verhaal dateert uit 1911 en geschreven werd door de Fransman Gaston Leroux. Verwonderlijk is dit niet want Le Fantome de l'Opera, volgens Leroux gebaseerd op een waar gebeurde geschiedenis, baarde aanvankelijk nauwelijks opzien. Wereldberoemd werd het verhaal pas door de verfilmingen (vijf; de eerste, een stomme film uit 1925 met Lon Chaney in de hoofdrol, heeft de schrijver zelf nog meegemaakt) en de verschillende toneel- en musicalbewerkingen. De eerste die het stuk op de planken bracht was de Britse regisseur en toneelschrijver Ken Hill. Hij is ook verantwoordelijk voor de voorstelling die nu met een Amerikaanse bezetting een tournee door Europa maakt en op het moment is te zien in het Circustheater in Scheveningen. De illusie van de romantische, negentiende-eeuwse legende wordt in deze produktie met eenvoudige middelen in stand gehouden tegen de achtergrond van een - hoe kan het anders - knus en ouderwets lijsttoneel: veel Jugendstil-decoraties en rood pluche. De enscenering is weliswaar theatraal maar de voorstelling is niet zwaar en melodramatisch. Allerminst zelfs en wat mij betreft had wat meer pathos absoluut geen kwaad gekund. De meeste acteurs moeten daarentegen kennelijk de suggestie wekken dat het gaat om een luchtige komedie die bovendien een gezellig klein beetje om te griezelen is. De geestigheden zijn simpel en nogal flauw en de voorspelbaarheid is daardoor groot, maar ach, zo erg is dat niet. We komen immers om de holle lach van het Spook tussen de gewelven van het theater te horen echoen en de mistige tot uit nissen en hoeken te zien opwolken. De mooiste en smartelijkste scenes voltrekken zich in het geheimzinnige domein van het Spook, een Spook dat in feite een arme stakker van vlees en bloed is die hunkert naar wat liefde. De ontroering laat dan ook niet lang op zich wachten als hij voor het sopraantje uit het diepst van zijn ziel 'Ne'er forsake me, here remain' zingt, een song ontleend aan Faust van Gounod. Op zo'n moment blijkt nog eens duidelijk dat het vooral de muziek is die deze Phantom of the Opera enige dramatische kracht verleent en voorkomt dat het stuk wat al te braaf wordt.