Geldmarktrente fractioneel lager

AMSTERDAM, 26 JUNI. De rente op de Nederlandse geldmarkt is fractioneel gedaald gedurende de verslagweek. Interbancaire deposito's met een looptijd van drie maanden werden bijvoorbeeld gisteren aangeboden op 9,14 procent. Aan het begin van de verslagweek bedroeg dit tarief nog 9,18 procent.

Interbancair daggeld werd gisteren zelfs verhandeld op een niveau onder de voorschotrente (8,5 procent), hetgeen een gevolg is van de scheve verdeling van de contingentsruimte bij de banken. Door de daling van de Nederlandse geldmarktrente liep het renteverschil met Duitsland enigszins terug. Gisteren voorzag de Deutsche Bundesbank het Duitse bankwezen tussentijds, dat wil zeggen een dag voordat de nieuwe speciale belening ingaat, van extra middelen. Dit bleek noodzakelijk omdat de geldmarkt boven verwachting werd verkrapt. Door gebruik te maken van de mogelijkheid om tegoeden van (lagere) overheden tijdelijk uit te lenen aan commerciele banken, kon worden vermeden dat de interbancaire daggeldrente in Duitsland zou stijgen tot boven de huidige Lombardrente van 9 procent. De Bundesbank wenst het Lombardtarief als plafond voor de geldmarktrente te handhaven om excessief gebruik van deze (nood-)faciliteit te voorkomen. De Nederlandsche Bank heeft de binnenlandse geldmarkt bewust verruimd teneinde een daling van het renteverschil met Duitsland te bewerkstelligen. De positie van de gulden ten opzichte van de Duitse mark liet een dergelijk beleid toe. De verruiming van de geldmarkt bleek dermate groot, dat het bankwezen een besparing op het contingent van 4 procentpunten kon realiseren. Dit betekent een stijging met 2 procentpunten ten opzichte van vorige week. Ook in de weekstaat van De Nederlandsche Bank per 24 juni komt de verruiming van de geldmarkt naar voren, zij het in beperkte mate. Op maandag 24 juni lagen de voorschotten aan de gezamenlijke banken 800 miljoen gulden lager dan een week eerder. Cruciaal is echter dat de banken gedurende de gehele verslagweek slechts een beperkt bedrag van De Nederlandsche Bank leenden. Dit hing onder meer samen met het feit dat per 21 juni een nieuwe kasreserve-verplichting van kracht werd die 2,8 miljard gulden kleiner was dan de vorige. Voorts werd de geldmarktruimte in positieve zin benvloed door het feit dat de jongste speciale belening, die op dezelfde dag als de kasreserve inging, bijna 1,7 miljard gulden groter was dan de belening die per 20 juni afliep. Door de aanpassing van beide geldmarktinstrumenten werd de verkrappende werking, die uitging van de betalingen aan het Rijk, gecompenseerd. Per saldo vloeide er 3,8 miljard gulden in de schatkist. Met name de storting op de jongste staatsleningen, ter grootte van 7 miljard gulden, zorgde ervoor dat de Staat haar schulden bij De Nederlandsche Bank (met een omvang van 2,2 miljard gulden) kon aflossen.

Bron: NMB Postbank Groep