Engelse toptennissers zijn niet onbeschoft genoeg

LONDEN, 26 JUNI. Op het moment dat het toernooi van Wimbledon gisteren opnieuw definitief werd onderbroken door de regen kon het overwegend Engelse publiek, dat dagelijks toch wel goed is voor een recette van ongeveer een miljoen gulden, enigszins opgelucht adem halen over de vaderlandse inbreng op de All England Club. Durie en Grunfeld hadden inmiddels in het vrouwentoernooi de tweede ronde gehaald - drie Britse vrouwen sneuvelden - terwijl bij de mannen de Britse hoop Andrew Castle na welgeteld een game met opgeheven hoofd met een 1-0 voorsprong in de eerste set tegen het Joegoslavische service-kanon Goran Ivanisevic de baan kon verlaten.

De prestaties van het Britse tennis waren daarmee iets minder somber dan de prognoses bij de bookmakers, waar de keten van zaken van William Hill een notering van duizend tegen een geeft aan degene die het in zijn hoofd haalt te voorspellen dat een Britse deelnemer Wimbledon wint. De zaak werd zelfs volledig in het belachelijke getrokken tegen de achtergrond dat er wel nog twee mensen geld hebben gezet op de terugkeer van Jezus Christus op aarde - de notering voor een landing van een buitenaards wezen noteert 100 tegen 1 - maar dat er niemand te vinden is die op het Britse tennis heeft willen gokken. Ook dit jaar heeft de organisatie van de All England Club bij de mannen maar liefst zes zogeheten wild-cards uitgedeeld aan Engelsen om daarmee enigszins van een adequate vaderlandse inbreng in het speelschema te zijn verzekerd. Een noodgreep die absoluut noodzakelijk was omdat de ATP-ranking van zelfs de hoogst genoteerde Engelse speler (Jeremy Bates, 195) niet goed genoeg is om direct tot het hoofdtoernooi te worden toegelaten. Het is een van de grote raadsels van het Engelse tennis dat jaarlijks een vrijwel ongelimiteerde donatie krijgt van Wimbledon (winst vorig jaar 30 miljoen) om deze sport in de lift te zetten. Bovendien is tegelijkerijd alles geprobeerd om het imago van de Lawn Tennis Association bij het grote publiek te populariseren en wat op te krikken. Maar zelfs een inventieve en peperdure reclamecampagne van het gerenommeerde bureau Saatchi & Saatschi bracht nauwelijks nieuwe ledenaanwas. Dat kostte de kop van bondsmanager Warren Jacques, inmiddels vervangen door Richard Lewis, die bij zijn afscheid nuchter constateerde dat het Engelse tennis zich voornamelijk afspeelt in de hogere sociale klassen. Tennis is in Engeland bepaald geen back-street sport. De Engelse spelers missen op de baan volgens hem ten enemale de onbeschoftheid van een Cash, McEnroe of Ivanisevic (overigens een leuk dubbel voor de umpires dit jaar op Wimbledon), tennissers die in hun vroegste jeugd al een over-mijn-lijk mentaliteit op de baan etaleerden, die bij dit beschaafde deel van de Britse jeugd ver te zoeken is. Wie Australier Pat Cash gisteren in actie zag tegen de Amerikaan Jeff Tarango (6-2, 6-2, 6-3) is geneigd Warren Jacques volledig gelijk te geven. Cash vertoont ondanks zijn pas 26 jaar de slijtageverschijnselen van een veteraan. Hij heeft vele operaties ondergaan, zijn talloze blessures waren door de jaren heen een grote lijdensweg, in de echtscheidings-procedure die zijn ex-vrouw tegen hem aanspande werd hij zelfs beschuldigd van lichamelijk geweld, maar telkens krabbelt Cash weer overeind met een verbetenheid die de Wimbledon-winnaar van 1987 ook dit jaar op het belangrijkste tennistoernooi ter wereld tot een uiterst gevaarlijke outsider bestempelt. Cash beperkte zich gisteren tot tennissen. En dat kan hij op gras bijzonder goed. Zijn fantastische service breken zal zelfs voor absolute topazen op gras als Becker en Edberg niet eenvoudig zijn. Cash's volleys aan het net zijn verraderlijk perfect, zodat alleen het zwakke punt van een matige return resteert. Maar ook een andere oud-winnaar op Wimbledon, John McEnroe, trok de aandacht. Hij verbrijzelde de Braziliaan Jaime Oncins in drie sets, noemde de natte omstandigheden 'slecht', maar doceerde zijn voornamelijk Amerikaanse gehoor als een soort schoolmeester met de woorden: “Juist die omstandigheden maken het zo moeilijk om dit toernooi te winnen. Naast het feit dat er zoveel historie rond dit evenement is weet je van tevoren nooit precies wat je hier te wachten staat.” Door de regen ligt Wimbledon na twee dagen honderd partijen achter op het schema. In het toernooi van de mannen heeft nog geen Nederlander op de baan gestaan en zijn tot nu toe slechts zes wedstrijden gespeeld. In het vrouwentoernooi zijn inmiddels 22 partijen afgewerkt. Van de Nederlandse speelsters haalde Nicole Jagerman gisteren de tweede ronde door een overwinning in twee sets (7-5, 6-4) tegen Miriam Oremans. De 18-jarige Oremans die voor het eerst van haar leven op gras speelde omschreef Wimbledon als 'een prachtige ervaring', maar kon toch geen verklaring vinden waarom zij een 5-2 voorsprong in de eerste set uit handen gaf tegen Jagerman, die gesteund door een nieuwe coach na haar blesssure slechts een doel heeft: zo snel mogelijk terugkeren in de top 100. Petra Kamstra verloor in twee sets (2-6, 4-6) van de Amerikaanse Mary Joe Fernandez, de zesde speelster ter wereld, die bij het management-bureau van Ion Tiriac onder contract staat. Martina Navratilova zorgde voor de grootste opwinding op deze weer korte tennisdag. Zij wankelde tegen de Zuidafrikaanse Reinach, maar overleefde zelfs het drie keer breken van haar eigen service in de derde set om uiteindelijk opgelucht met de cijfers 4-6, 6-2, 6-4, alsnog te ontsnappen. De 34-jarige Amerikaanse die achter Seles en Graf de nummer een positie in het vrouwentennis inmiddels definitief vaarwel gezegd heeft, jaagt op Wimbledon op haar tiende titel. Een unieke zaak die gisteren bijna voortijdig in rook opging omdat Navratilova op het zelfs onder het zeil vochtig geworden gras, niet optimaal van haar service-volleyspel kon profiteren. Navratilova: “De baan is op dit moment vochtig, daardoor zwaar en langzaam. Wat mij betreft had de wedstrijd geannuleerd mogen worden. Daar had ik bij de referee ook om willen vragen. Maar hij kwam niet opdagen. Dus heb ik maar verder gespeeld.”