EG: vrij verkeer arbeiders Spanje mag al vanaf '92

ROTTERDAM, 26 JUNI. De EG-ministers van sociale zaken hebben gisteren besloten het vrije verkeer van werknemers uit Spanje en Portugal met een jaar te vervroegen.

Dit betekent dat Spanjaarden en Portugezen voor een verblijf van langer dan drie maanden in een ander EG-land alleen nog een verblijfsvergunning nodig hebben, zoals nu al het geval is voor andere EG-onderdanen. Als Spanjaarden en Portugezen bijvoorbeeld naar Nederland willen komen voor een periode langer dan drie maanden, kan al vanaf 1 januari 1992 worden volstaan met een verblijfsvergunning en hebben ze geen tewerkstellingsvergunning meer nodig. Bij de toetreding van beide landen tot de EG in 1986 was afgesproken dat het vrije verkeer van werkenden voor Spanjaarden en Portugezen pas in 1993 zijn beslag zou krijgen. Dat was ingegeven uit vrees voor omvangrijke emigratie van Spanjaarden en Portugezen naar noordelijke EG-lidstaten. Volgens de Europese Commissie is uit onderzoek gebleken dat voor die vrees geen grond bestaat. Bovendien rechtvaardigt volgens de Commissie met name de daling van de werkloosheid in Spanje het naar voren halen van de datum. De Spaanse minister van arbeidszaken, Luis Martinez Noval, maakte gisteren bezwaar tegen de door de Commissie voorgestelde maatregel, zonder deze echter te blokkeren. Spanje vreest een toevloed van goedkope Portugese gastarbeiders wanneer zij geen tewerkstellingsvergunning meer nodig hebben. Al sinds halverwege de jaren tachtig is Spanje 'netto importeur' van arbeidskrachten. De emigratie van Spanjaarden naar andere landen van Europa is tegenwoordig getalsmatig verwaarloosbaar, terwijl volgens Noval de buitenlandse druk op de Spaanse arbeidsmarkt sinds de toetreding tot de EG van jaar tot jaar toeneemt. In absolute cijfers uitgedrukt is de immigratie echter nog altijd niet zo hoog, dat zij “een gebaar van Europse solidariteit” in de weg staat, aldus de minister. In 1990 werden door Madrid veertigduizend werkvergunningen aan buitenlanders afgegeven, waarvan vijfendertigduizend aan werknemers uit EG-lidstaten. De grootste groep hierbij werd gevormd door de Britten (8.700 werkvergunningen), op de tweede plaats kwamen de Portugezen met 7.800 man. De ministers van sociale zaken werden het in Luxemburg niet eens over een richtlijn over betaald zwangerschaps- en bevallingsverlof van veertien weken voor werkende vrouwen en ontslagbescherming tijdens de gehele beschermde periode. Groot-Brittannie blokkeerde overeenstemming.