Een goed huwelijk is het nooit geworden

LJUBLJANA, 26 JUNI. “Joegoslavie adio” was de laconieke reactie van een Sloveens parlementslid, toen hem gisteravond een reactie werd gevraagd op de onafhankelijkheidsverklaring die kort daarvoor was aangenomen.

Na 73 jaar lief en vooral leed met elkaar gedeeld te hebben, hebben de twee meest ontwikkelde en welvarendste republieken besloten Joegoslavie vaarwel te zeggen. De ironie wil dat de Servische aristocratie in 1918 niet eens zat te wachten om samen met de Slovenen en Kroaten een nieuwe staat te vormen. De pan-Slavisten in Ljubljana en Zagreb hebben zich met ellebogenwerk het “Koninkrijk van Serviers, Kroaten en Sloveniers” binnengewerkt. Een goed huwelijk is het nooit geworden. De politieke conflicten liepen soms zover op dat ze in het parlement met pistolen beslecht werden. De eerste Joegoslavische koning Alexander werd in 1931 in Marseille door kogels van nationalisten gedood. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vochten Kroatische Ustasi en Servische Cetniki onder toeziend oog van de Duitsers een heftige burgeroorlog uit. De communistische partij onder leiding van Tito slaagde erin de verdeelde volkeren van de Balkan te organiseren tegen de Duitse bezetter. Na de oorlog kozen de Joegoslavische volkeren massaal voor de communistische partij en de Joegoslavische federatie. Het zou 45 jaar duren voordat de Joegoslaven opnieuw de mogelijkheid zouden krijgen door middel van vrije verkiezingen hun politieke wil te laten gelden. De communistische partij nam alle politieke en economische lijnen in handen en daar kwam ook na de spectaculaire breuk met Stalin geen einde aan. Hoewel de in 1980 overleden partijleider en president Tito zowel in Joegoslavie als daarbuiten gold als de “Vader van alle Joegoslavische volkeren”, is het geen geheim dat hij wettelijk met alle middelen nationalistische aspiraties van de partijleiders in de afzonderlijke republieken onderdrukte. Ook is het geen geheim dat Tito zijn strijd tegen nationalisten misbruikte om zijn politieke tegenstanders uit te schakelen. Het verst ging Tito daarin in het begin van de jaren zeventig. In Slovenie en met name in Kroatie was een groep intellectuelen aan de macht gekomen die de invloed van de partij op het gebied van de economie wilde terugdringen en een einde wilde maken aan de rigide planeconomie. . Pag. 5: . Eenheid met Servie afgedwongen

Ze waren er zich van bewust dat alleen met economische hervormingen de stagnerende economie van deze republieken weer op de been geholpen kon worden. Door hun onorthodoxe optreden groeide hun populariteit onder de bevolking snel. Dit was een doorn in het oog van Tito en de oude partijgarde die in eerste instantie de economische hervormingen steunde. Toen de reformisten niet bereid waren te kapituleren, werden door Tito massale partijzuiveringen doorgevoerd en verdwenen honderden jonge partijkaders in de gevangenis of verloren hun werk. De partijzuiveringen zijn vooral in Kroatie hard aangekomen. De huidige Kroatische president Franjo Tudjman en het Kroatische lid van het federale staatspresidium, Stipe Mesic waren een van de vele slachtoffers die in de gevangenis verdwenen. Een groot gedeelte van de top van de regerende Kroatische Democratische Eenheid (HDS) bestaat uit mensen die in 1971 werden weggezuiverd. Ze hebben twintig jaar gewacht op het moment een concept van een welvarend en democratisch Kroatie tot uitvoer te brengen. Voor hen is de onafhankelijkheidsverklaring niet meer of minder dan de verwerkelijking van een lang gekoesterde wens, een droom gedroomd in een van de cellen van de beruchte gevangenis van Stara Gradiska. Voor de Slovenen heeft de onafhankelijke Sloveense staat een minder emotionele betekenis. Toen de huidige Sloveense president in 1984 het voorzitterschap van de liga van communisten van Slovenie overnam presenteerde hij al snel een programma van politieke democratisering en economische hervormingen. Tegelijkertijd vormde zich in Slovenie een tweede democratische beweging waarin vredes- en milieugroepen een belangrijke rol speelden. Met name de felle kritiek van de vredesbeweging aan het adres van het Joegoslavische volksleger leidde tot ernstige conflicten met de legerleiding. De legerleiding beschuldigde Kucan van een te tolerante houding ten opzichte van de politiek oppositie. Het leger werd daarbij gesteund door het conservatieve deel van de communistische partij. De relatie tussen Slovenie en Joegoslavie werd in de ogen van de Slovenen definitief bedorven, toen slechts op het laatste moment voorkomen kon worden dat het leger de macht in deze republiek zou overnemen. De militaire politie beschikte over een lijst van tientallen mensen die gearresteerd en zo nodig geliquideerd moesten worden. Op de lijst stonden ook Milan Kucan zelf en een groot aantal leden van het toenmalige Sloveense politbureau. Omdat onder de communisten al een groot aantal bevoegdheden van de federatie naar Slovenie is overgebracht, is het niet verwonderlijk dat de Sloveense leiding zich heel wat zelfverzekerder heeft getoond in het spel van de psychologische oorlogsvoering dat de afgelopen week heeft plaatsgevonden tussen premier Ante Markovic en de “separatisten”, dan de vertegenwoordigers van “Jonge Kroatische Democratie”. En precies die zelfverzekerdheid zal men in de komende tijd nodig hebben om de eerste weken als onafhankelijke staat door te komen. Het gegrom dat Marcovic vannacht heeft laten horen betekent zeker niet veel goeds voor de Slovenen en Kroaten.