Een en ander

Het is weer vakantietijd. Het is weer de tijd van de reisgidsen. Wie de laatste maanden alleen al de recensies van de nieuwste en allernieuwste reisgidsen zou hebben uitgeknipt om ze eens aandachtig door te lezen, hij was niet aan zijn vakantie toegekomen.

Er verschenen weer reisgidsen voor de meest uiteenlopende wensen en behoeften. Voor de culturele reiziger. Voor de budget-reiziger. Voor de avontuurlijke reiziger. Voor de reiziger die zijn zaakjes op reis net zo geregeld wil hebben als thuis. Er waren opnieuw de nodige reisgidsen voor personen met een overweldigende drang om, met uitsluiting van al het andere, vroeg-christelijke kapelletjes of vergeten steden in de jungle te aanschouwen. Met een drang naar dagelijkse wijnproeverijen of wekelijkse vlooienmarkten. Naar vulkanische stranden of kajaktochten. Geen gids zo exotisch of hij puilde uit van raadgevingen. Hier een alarmnummer in het vertrouwde vaderland, te bellen bij een zevendegraads zonnesteek, daar een nuttige wenk betreffende het afdingen op een Transsiberische vlooienmarkt. Wat te doen als ik in een vroeg-christelijk kapelletje van al mijn groene betaalkaarten word beroofd? Opnieuw een alarmnummer. In het vertrouwde vaderland. Aan elk aspect van het menselijk lijden dat vakantie heet wordt in zulke gidsen aandacht besteed. Geen tegenvaller wordt door de auteurs van reisboeken onmogelijk geacht, geen hoekje van de wereld of er schuilt wel een potentieel en alleen tot de competentie van de ANWB behorend ongeluk in. Het verwondert me daarom dat ik niet een recensie gewijd heb gezien aan wat wel de nuttigste reisgids is die men zich kan voorstellen. Het is een gids die de reiziger voorlicht over wat niet bepaald zijn miniemste zorg is. Als hij tenminste niet van goedverzorgd hotel naar goedverzorgd hotel reist. Als hij reist met een rugzak, met een tent, met een caravan, de wijde natuur in. (Ik krijg niet de indruk dat die vorm van reizen uit de gratie is.) Voor dat slag reizigers kan ik Hoe in het bos te schijten van Kathleen Meyer ten zeerste aanbevelen. 'Een milieuvriendelijke benadering van een verloren kunst' luidt de ondertitel. Het is geen onderwerp, zo blijkt, zonder distels en doornen. Een beetje stadsmens dient die gids aandachtig te bestuderen. Zo iemand heeft immers het vermogen verloren zich in de vrije natuur instinctmatig correct van zijn dagelijkse overtolligheden te ontdoen, gewend als hij is aan het toiletpapier en de pleebril, aan de spoelbak en het haakje op de deur. Zorgeloos als hij is geworden over waar-blijft-het-als-ik-er-vanaf-ben. Uit Kathleen Meyers gids blijkt dat men pas na jarenlange oefening de oude technieken weer onder de knie kan krijgen. Op een wijze die recht doet aan het milieu en van de natuur geen open latrine maakt voor de medereiziger. Want het massatoerisme heeft in de laatste decennia - zelfs in de meest afgelegen streken - het probleem van de massaschijthoop geschapen. Een soort toeristisch mestoverschot. Terecht wijst de auteur erop dat er een grens is aan wat door de aarde verwerkt kan worden als wij onze bruine afdankertjes zomaar achteloos laten rondslingeren. Stront die niet een handje wordt geholpen heeft de neiging zich snel op te stapelen. Iedereen die wel eens heeft vergeten de kattebak schoon te maken kan daarover meepraten. Kathleen Meyer schetst ons een indrukwekkend beeld van de hoeveelheden schijterij van mens en dier die de aarde in de 230 miljoen jaar voor ons wel wist te absorberen, te beginnen bij de dinosaurussen die drollen ter wereld brachten ter grootte van een Cadillac. Het probleem, zo houdt ze ons voor, is niet zozeer de hoeveelheid als wel 'de manier waarop het wordt weggewerkt'. Vervolgens geeft ze een aantal nuttige tips voor dit nijpende vraagstuk van het moderne 'terug naar de natuur'-toerisme, bedoeld voor het steeds uitdijende leger van hen die zich drie weken in het jaar een zigeuner, Tarzan of oermens willen voelen. Die zich ineens, bij ontstentenis van een ergonomische, bilvriendelijke pleepot en een kleerhaakje voor acrobatische puzzels geplaatst zien. Over een paar van die tips de volgende week. Voor wie niet zo lang kan wachten: How to shit in the woods is verkrijgbaar bij de betere reisboekenwinkel of rechtstreeks bij de uitgever, Ten Speed Press, P.O. Box 7123, Berkeley, California.