De strijd voor grotere onafhankelijkheid

1 december 1918. Proclamatie van het koninkrijk van Serviers, Kroaten en Slovenen. 6 januari 1929. Oude staatsvorm overboord gezet. Proclamatie van het koninkrijk van Joegoslavie. Dictatuur met generaal Zivkovic als regeringschef. 26 augustus 1939. Verregaande autonomie voor Banat en Kroatie na onderhandelingen met de Kroatische boerenpartij 25 maart 1941. Onder buitenlandse druk treedt Joegoslavie toe tot de drielandenbond. Duitse en Italiaanse troepen marcheren het koninkrijk binnen. De koninklijke familie gaat in ballingschap. 10 april 1941. Met steun van Hitler wordt de 'onafhankelijke staat van de Kroaten' geproclameerd. 17 april 1941. Onvoorwaardelijke overgave van Joegoslavische troepen. Verdeling van Joegoslavie in Duitse, Italiaanse, Hongaarse en Bulgaarse bezettingszones. Begin van het verzet van de partizanen, met de communisten onder leiding van Tito als kern van het verzet. 29 november 1943. Partizanen proclameren hun eigen regering in bevrijd gebied: 'de raad van nationale bevrijding'. 29 november 1945. Proclamatie van de federale volksrepubliek Joegoslavie. Zes republieken en twee autonome provincies. Onder leiding van de communisten hadden eerder al verkiezingen plaatsgehad voor een voorlopige volksvertegenwoordiging. Juli 1971. Tito, president vanaf 1953 tot aan zijn dood in 1980, introduceert een systeem van collectief leiderschap en roulatie van politieke posten in een poging de verschillende nationaliteiten in het land te verenigen en persoonlijke ambities te temperen. Tito kondigde een decentralisatie af en verschuiving van de macht van de federatie naar de afzonderlijke republieken. December 1971. Studentenonrust in Zagreb. Beeindiging van de 'Kroatische Lente'. De communistische partij wordt gezuiverd van Kroatische 'nationalisten' en Servische 'liberalen'. Maart-april 1981. Onrust in Kosovo. De Albanezen in Joegoslavie eisen een eigen republiek. Spanningen tussen Albanie en Joegoslavie. Juli 1985. Albanie noemt de Joegoslavische minderheidspolitiek in Kosovo “bijna racistisch”. 25 juli 1988. De Servische leiding beperkt de autonomie van de provincies Vojvodina en Kosovo. 23 november 1988. Na protesten in Kosovo tegen de Servische beperkingspolitiek kondigt Servie de uitzonderingstoestand af. Januari 1990. De centrale Joegoslavische communistische partij verliest zijn leidende rol. Introductie van een meer-partijenstelsel. Februari 1990. De communistische partij van Slovenie scheidt zich af van centrale communistische partij en wijzigt naam in Partij van Democratische Vernieuwing. Kroatie en Macedonie volgen. Maart 1990. Slovenie houdt op een socialistische republiek te zijn. 8 april 1990. Slovenie houdt vrije verkiezingen waarbij de centrum-rechtse Demos-coalitie de communisten verslaat dank zij een pro-onafhankelijkeidskoers. 22 april 1990. Kroatie houdt verkiezingen waarbij de centrum-rechtse Democratische Unie van Kroatie de communisten een verpletterende nederlaag toebrengt. Franjo Tudjman, de leider van de unie, wordt tot president van de republiek verkozen. 30 mei 1990. Tudjman zegt het parlement van Kroatie dat Joegoslavie moet worden omgevormd in een losse federatie van soevereine staten. Hij dreigt met afscheiding indien Joegoslavie niet aan de eis van Kroatie tegemoet komt. 22 december 1990. Het parlement van Kroatie neemt een nieuwe grondwet aan die de republiek het recht geeft om zich van Joegolsavie af te scheiden. 23 december 1990. De Slovenen spreken zich in een referendum uit voor verzelfstandiging van Slovenie. Sloveense leiders verklaren dat ze binnen zes maanden de onafhankelijkheid zullen proclameren. 2 maart 1991. De Kroatische politie bestormt de hoofdzakelijk door Serviers bewoonde stad Pakrac nadat deze stad had besloten zich aan te sluiten bij de door Serviers gedomineerde Krajina-regio in Kroatie. 28 maart 1991. De presidenten van de zes republieken van Joegoslavie beginnen besprekingen over de toekomst van het land in een poging de aanzwellende crisis te bezweren. Deze besprekingen verkeren vandaag de dag nog steeds in een impasse. 31 maart 1991. Twee Servische en een Kroatische politie-agent komen om het leven en twintig agenten raken gewond bij een actie van de politie om het Plitvice nationaal Park van Kroatie te heroveren op Serviers die het park en het nabijgelegen dorp hadden bezet. Het Joegoslavische leger komt orde op zaken stellen. 2 mei 1991. Ten ministe twaalf Kroatische politie-agenten en drie burgers verliezen het leven bij gevechten tussen politie en Serviers in het dorp Borovo Selo in het noorden van Kroatie. 15 mei 1991. De republiek Servie en haar bondgenoten blokkeren de verkiezing van de Kroaat Stipe Mesic tot president van Joegoslavie. De Serven verlammen op deze manier het collectieve presidentschap, het hoogste staatsorgaan. 19 mei 1991. Kroatie houdt een referendum waaruit blijkt dat de meerderheid van de bevolking voor onafhankelijkheid is. 25 Juni 1991. Kroatie en Slovenie proclameneren hun onafhankelijkheid. 26 juni 1991. In Slovenie wordt een deel van het federale leger in verhoogde staat van paraatheid gebracht. (Bron: Reuter, Munzinger Archiv, The Europa World Year Book 1990)