Computerbezitter in de kou

Soms is een belastingvereenvoudiging zo ingewikkeld dat de belastingdienst zelf meer dan een jaar nodig heeft om greep te krijgen op de nieuwe regels. Zelfs staatssecretaris Van Amelsvoort van financien moest bijna honderd dagen nadenken voordat hij een Kamerlid kon uitleggen hoe de vork precies aan de steel zit bij iets algemeens als de aftrekbaarheid van computers.

Uit het antwoord blijkt trouwens dat zijn ambtenaren al maanden op een verkeerd spoor zitten. Zo'n karikatuur van een belastingversimpeling vormt een waarschuwing voor de Commissie Stevens die volgende week haar plannen voor verdergaande belastingvereenvoudiging presenteert. De prijs voor de slakkegang van Van Amelsvoort wordt ondertussen betaald door duizenden Nederlanders die zichzelf hebben benadeeld in hun aangifte inkomstenbelasting. Alle verwarring vloeit voort uit de zogenaamde Oort-operatie. Een belastingvereenvoudiging in 1989, die op het laatste moment de gedaante aannam van een tariefverlaging. Daarvoor moesten aftrekposten worden beperkt. Dat gebeurde ten dele met op het laatste moment ingediende amendementen. Toen de kruitdampen van het politieke gevecht in de Tweede Kamer waren opgetrokken, bleken er in de Eerste Kamer grote twijfels te bestaan aan de uitvoerbaarheid van de extra ingevoerde eisen bij bij voorbeeld computergebruikers. De toenmalige staatssecretaris Koning wees de bezwaren van de hand met het uitspreken van zijn vertrouwen in de uitvoerbaarheid van de nieuwe aftrekregeling. Bij de belastingdienst kreeg in juni 1989 een aparte werkgroep tot taak praktijkvragen te inventariseren en te beantwoorden. Met de aftrekbaarheid van PC's kwam de werkgroep in de knoei. De toepassing van de wettelijke regels leidde soms tot bizarre resultaten. Zo kon het zijn dat iemand die een computer uitsluitend voor zijn werk gebruikte, een lagere bedrag mocht aftrekken dan iemand die hetzelfde apparaat mede voor eigen gebruik benutte. De belastingambtenaren volgden evenwel loyaal de kronkels van de wetgever. De fiscale denk-tank op het ministerie van financien had immers laten weten de problemen te onderkennen en aan een oplossing te werken. We schrijven dan mei 1990. Het hele jaar lieten de Oort-specialisten evenwel niets van zich horen. Begin 1991 verschenen de belastinggidsen voor de aangiften die voor 1 april ingeleverd moesten worden. De officiele toelichting van de fiscus omzeilde het heikele punt van de kosten van PC's. In de diverse belastinggidsen kregen de lezers de meest uiteenlopende adviezen over het opvoeren van een aftrekpost voor hun computer. De lezers van gidsen die door belastingambtenaren worden volgeschreven, waren daarbij heel wat slechter af dan degenen die een meer onafhankelijk getinte almanak hadden gekocht. Ook voor degenen die gebruik maakten van de zo geroemde belastingtelefoon bleef er een magere aftrekpost over. De aangiftedatum van 1 april 1991 naderde zonder dat de problemen met de aftrekpost voor computers waren opgelost. De belastingbetalers moesten het zelf maar uitzoeken. Op 18 maart 1991 werd deze houding het D66-Kamerlid Ybema te gortig. Hij vroeg staatssecretaris Van Amelsvoort een rechtstreeks antwoord op de vragen die zijn ambtenaren een jaar eerder hadden opgeworpen. Een simpele maar zinnige vraag op het moment dat zo velen met hun aangiftebiljet worstelden. De staatssecretaris zag niettemin geen kans voor 1 april te antwoorden. Sterker nog, dat lukte hem pas eind vorige week, net op tijd voor de mensen die voor het invullen van hun biljet uitstel hebben gekregen tot 1 juli. Meer dan een jaar nadat het probleem was gesignaleerd, gaf de bewindsman de oplossing: een veel ruimhartiger aftrek dan het kabinet en de Tweede Kamer ooit voor ogen had gestaan. Dat is een geluk voor degenen die de komende weken nog aangifte moeten doen; het is jammer voor de mensen die hun aangifte keurig op tijd hebben gedaan en die netjes de informatie van de belastingtelefoon of sommige belastinggidsen hebben gevolgd. Die mensen kunnen zichzelf met de aftrekpost voor hun computer tekort hebben gedaan. Zij moeten dan bezwaar te maken tegen de nog op te leggen aanslag over 1990. (Dat kan zelfs als die aanslag volstrekt overeenkomstig hun aangifte is.) Deze mensen zijn het slachtoffer van een combinatie van twee factoren. In de eerste plaats de onmacht van de overheid tijdig een sluitende interpretatie van haar eigen wetsbepalingen te geven; in de tweede plaats hun gezagsgetrouwheid. Wie het advies van Elseviers Belasting-almanak volgde om 'niet te terughoudend te zijn bij het berekenen van de aftrekbare kosten', is beter uit dan degene die de aanwijzingen van bij voorbeeld de belastingtelefoon ter harte nam. Wat voor verwachtingen kan een overheid hebben van de fiscale mentaliteit van haar burgers als zij de loyale belastingbetalers op deze wijze in de kou zet? Degene die met een amendement deze verwarring mede heeft veroorzaakt, het PvdA-Kamerlid Vermeend, buigt deemoedig het hoofd bij het zien van deze ellende. Hij beschouwt de ervaringen met de aftrekbare computerkosten als een les voor de behandeling van de komende voorstellen van de commissie Stevens. De Kamer ziet tegenwoordig (soms) al af van overhaaste afhandeling van amendementen zoals Vermeend die bij 'Oort' had ingediend. Vermeend hoopt dat praktijkmensen zo een betere kans krijgen om op veranderende voorstellen te reageren. Hij wil staatssecretaris Van Amelsvoort niet te hard vallen over zijn getreuzel bij het geven van helderheid over de computeraftrekpost. 'Mij past als mede-veroorzaker van de problemen een terughoudende opstelling' aldus Vermeend. Zo wast de ene hand de andere, maar stijgt daarmee het respect dat de belastingbetaler heeft voor de fiscale wetgever?