Beursfonds Melia meegezogen in Amerikaans filmavontuur

AMSTERDAM, 26 JUNI. Het Amsterdamse beursfonds Melia International raakte begin vorige week zijn officiele notering op de Amsterdamse beurs kwijt. Samen met de fondsen Bobel en Chamotte Unie werd Melia uit de notering geschrapt als straf voor de gebrekkige informatie die de laatste tijd is verstrekt aan beleggers. De drie fondsen, behorend tot de bedrijven die een grote rol spelen in het zakelijke netwerk van de Italianen Giancarlo Parretti en Florio Fiorini, hebben aanstaande vrijdag, wanneer hun aandeelhoudersvergadering worden gehouden, dan ook heel wat uit te leggen aan hun aandeelhouders.

Melia International, waarvan de aandelen voor de helft bij Parretti en voor 42 procent in handen van Fiorini zijn, is sinds ruim vier jaar de houdstermaatschappij van Pathe Communications waarin de filmbelangen van Italiaanse duo zijn ondergebracht. Melia, dat in de eerste helft van het vorig jaar 42 miljoen gulden verlies leed, heeft nog geen cijfers over het afgelopen jaar gepresenteerd. De beursmaatregel is dan ook getroffen, omdat het volstrekt onduidelijk is welke lasten Melia op zich heeft genomen in de vorig jaar november gerealiseerde overneming van de Amerikaanse filmstudio MGM-UA door Pathe Communications. De manier waarop de financiering van deze overneming (voor 1,3 miljard dollar) plaatsvond kan bovendien nog wel eens de nodige financiele gevolgen hebben, ook voor Melia. Dat blijkt uit gegevens die zijn gedeponeerd bij de Amerikaanse beurscommissie SEC en documenten van een rechtzaak die door Melia in april is aangespannen in Washington. Uit de documenten blijkt dat Melia voor honderden miljoenen dollars aandelen heeft gekocht in de nieuwe filmcombinatie. Huisbankier Credit Lyonnais Bank Nederland heeft Melia daarnaast hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een deel van de miljardenschuld die de bank in de filmstudio heeft gepompt. De SEC-documenten maken duidelijk dat er bij het vergaren van de gelden waarmee de overneming van MGM-UA moest worden gefinancierd twee transacties op opmerkelijke wijze uit de rails zijn gelopen: Melia's dochtermaatschappij Pathe ruziet met een Italiaanse bank over een lening van 50 miljoen dollar (100 miljoan guldens) en Melia zelf tracht een half miljoen gulden terug te krijgen waar een zakenrelatie van Parretti mee aan de haal zou zijn gegaan. Pathe betwist een lening van 50 miljoen dollar die is verstrekt door de Italiaanse Banco Popolare di Novara (BPN). Pathe wil het geld, dat werd geleend op naam van de nieuw gevormde filmstudio MGM-Pathe, niet terug betalen. Volgens Pathe zou het geld ten onrechte zijn doorgesluisd aan Sasea, de Zwitserse beleggingsmaatschappij van Fiorini door een medewerker van die buiten zijn boekje ging. Sasea stak het geld onmiddellijk in nieuwe aandelen van Pathe in verband met de overneming van MGM-UA. BPN heeft volgens de SEC-gegevens Pathe en Sasea tot het einde van deze maand de tijd gegeven de zaak onderling uit te vechten. Pathe heeft bij voorbaat echter al aangekondigd er niet aan te denken het geld terug te betalen. Van een directe vordering op Pathe is geen sprake, zo redeneren Parretti en de zijnen, en dus moet de Italiaanse bank bij Fiorini zijn om het geleende geld terug te krijgen. Dat Parretti en Fiorini in de filmzaken als een hecht zakelijk duo heeft geopereerd is in deze redenering minder van belang. Hoewel bij de Italiaanse bank niemand voor commentaar bereikbaar was, is het sterk de vraag of de BPN zich bij deze gang van zaken neerlegt. Als de bank alsnog overgaat tot de invordering van de schuld kan dit ernstige gevolgen hebben voor de financieel toch al wankele positie van Pathe Communications. De problemen leveren bovendien geen positieve bijdrage aan de verliesgevende positie van Melia International . De tweede zaak die mogelijk financiele gevolgen kan hebben voor Melia valt te destilleren uit een rechtzaak die het Amsterdamse beursfonds heeft aangespannen tegen de Amerikaanse advocatenfirma Kaplan Russin & Vecchi. Hoewel het hier slechts een vordering betreft van 500.000 dollar (alsmede een schadevergoeding van 5 miljoen dollar) geven de rechtbankstukken een opmerkelijk kijkje in de keuken van Melia en zijn bestuursvoorzitter Giancarlo Parretti. Het betreft hierbij een mislukte poging van de Italiaanse filmtycoon om via zijn contacten met de Malthezer ridderorde - een katholieke liefdadigheidsorganisatie met politieke invloed - geld bijeen te krijgen voor de overneming van MGM-UA. Parretti en Fiorini waren tot diep in oktober vorig jaar naarstig op zoek naar de financiering voor deze overneming van 1,3 miljard dollar. Van hun belofte aan huisbankier Credit Lyonnais Bank Nederland (CLBN), dat er grote kapitaalkrachtige partijen aan de overneming mee zouden doen, kwam weinig terecht nadat in de zomer de media-gigant Time Warner met het nodige kabaal had afgehaakt. Naarmate de tijd drong, begon de bank - die vreesde alleen te komen staan bij de financiering van de overneming van MGM-UA - ongeduldiger te worden. Zeventien oktober vorig jaar sloot Melia een contract met Kelso Holding. Het volstrekt onbekende financieringsmaatschappijtje zou trachten bij derden een lening van 210 miljoen dollar voor Melia International bijeen te sprokkelen. Credit Lyonnais Bank Nederland, in de persoon van bestuurslid Griffault fungeerde volgens de overeenkomst als centraal incassobureau voor de kredietverstrekking. De bank zou tevens het onderpand in bewaring nemen dat Melia in ruil voor de lening zou afgeven. Dat bestond pikant genoeg ondermeer uit 10 miljoen van de aandelen van Melia. Dat komt overeen met bijna 30 procent van het aantal uistaande aandelen. En dat is vooral interessant omdat de houdstermaatschappij daarbij mogelijk in botsing komt met de Nederlandse wetsbepaling dat een vennootschap slechts 10 procent van haar uitstaande aandelenkapitaal mag inkopen. Op vragen van de Amsterdamse beurs zou Melia inmiddels de verzekering hebben gegeven dat hij zich niet heeft bezondigd aan het inkopen van de eigen aandelen, zodat dit onderpand waarschijnlijk afkomstig is van de grote houdstermaatschappijen van Melia, Parretti's Comfinance en Fiorini's Sasea. Interessant is ook wie de reddende engel was die Parretti en Fiorini met een lening uit de nood moest helpen. Het betreft hier Joe Kelso, volgens berichten in Los Angeles Times een los-vaste medewerker van de CIA die in zaken is gegaan. Kelso zou voor het haastig bijeensprokkelen van de lening 10 miljoen dollar aan beloning ontvangen. Voor het geval dat Melia niet in staat zou zijn die beloning op te hoesten, was er reeds een voorziening getroffen: bij het advocatenkantoor Kaplan Russin & Vecchi in Washington was op een geblokkeerde rekening 500.000 dollar gedeponeerd, die Kelso in dat geval direct als schadevergoeding kon incasseren. De advocaat Donald O. Clark van dit bureau fungeerde als contactman tussen Melia en Kelso. Clark kwam als lid van de in New York gevestigde orde van Malthezer ridders in contact met Melia. In oktober vorig jaar introduceerde de leider van deze orde, prins Arnoldo Petrucci, tijdens een zakenlunch Clark aan Nino L. Sanna, een oude zakenpartner van Parretti. De financieringsproblemen van Parretti en Fiorini bij de overneming van MGM-UA kwamen ter tafel en Clark schoof Kelso naar voren als de man die mogelijk een oplossing kon bieden bij het vergaren van de ontbrekende gelden voor Parretti. Sanna bracht Parretti in contact met de ridders en in de week die volgde mocht de Italiaanse filmtycoon zelfs het genoegen smaken toe te treden: na een plechtige mis werd hij tot ridder geslagen in de Malthezer orde. De feestelijke toetreding tot het katholieke gezelschap kon niet verhinderen dat de zaak met de lening minder zegenrijk verliep. Kelso bleek tijdens een bijeenkomst eind oktober ten kantore van Credit Lyonnais in New York niet in staat de beloofde 210 miljoen dollar te leveren. Uiteindelijk zou CLBN voor 300 miljoen dollar inspringen met overbruggingskredieten om het gapende gat in de financiering te overbruggen. De garantie van 500.000 dollar van Melia aan Kelso die nog op de rekening onder beheer van de advocaten in Washington stonden, was daarmee overbodig geworden. Maar volgens Melia ging uiteindelijk Sanna er met het geld vandoor. Halverwege november werd het bedrag opgenomen door deze zakenman, die vervolgens met onbekende bestemming (volgens geruchten Zuid-Amerika) uit het zicht verdween. Melia eist nu alsnog het bedrag van advocaat Clark terug. Sanna was in het geheel niet door Melia gemachtigd het geld van de geblokkeerde rekening te halen, zo luidt de klacht. Het advocatenkantoor op zijn beurt stelt dat Sanna voortdurend als vertegenwoordiger van Melia optrad en is niet van plan alsnog het bedrag en de schadevergoeding te betalen.