AJP's Liefdesbrieven

Londen - Hij ging het liefst op zijn rug in het gras liggen. Zo bereidde hij zijn historische televisie-colleges voor. Hampstead Heath, het heuvelachtige park in Noordwest Londen, tien minuten lopen van zijn huis, bood de ideale ondergrond. Als het regende lag hij een half uur met gesloten ogen op een luie stoel in de voorkamer.

De stoel staat er nog steeds. A.J.P. Taylor zit er niet meer in. Op 7 september 1990 is hij, 84 jaar oud, overleden na een jarenlange worsteling met de ziekte van Parkinson. Zijn derde vrouw en weduwe Eva weet nog precies hoe het tijdens de opnames toeging bij die lezingen, die dit voorjaar opnieuw zijn uitgezonden door de BBC. Hij had geen geschreven tekst, laat staan spiekbriefjes op de grond. Wanneer hij naar beneden keek, was dat “om zich opnieuw te concentreren”. Het is opgeruimd en stil in het bescheiden Victoriaanse huis aan Twisden Road. Onder haar grijze pony kijkt zij nog steeds met die onderzoekend spottende ogen. Er is een vleugje berusting bij gekomen. Het redigeren van zijn liefdesbrieven (A.J.P. Taylor, Letters to Eva, 1969-1983', uitg. Century) hielp haar in de moeilijke laatste jaren contact te houden met de verliefde Britse historicus die haar ertoe had gebracht zich als 54-jarige Hongaarse nog in Londen te vestigen. “Er is zo veel over hem gezegd en geschreven. Zeker naar aanleiding van zijn autobiografie. Deze brieven laten zien dat hij een lieve, warme, bescheiden man was, die geen behoefte had aan persoonlijke luxe of rondhangen met belangrijke mensen.” Zij leerden elkaar in 1960 kennen tijdens een congres van historici in Boedapest. Eva leidde de bekende, bijna twintig jaar oudere Britse collega rond. Het was liefde op het eerste gezicht toen zij hem, zittend aan de Donau, vroeg waarom hij zo ongelukkig keek. Beiden waren getrouwd. Taylors tweede huwelijk was niet goed, terwijl het eerste pas helemaal ten einde zou lopen met de dood in 1980 van zijn eerste vrouw Margaret. Die had hem in diepe wanhoop gestort door een hevige affaire met de Welshe dichter Dylan Thomas - aanleiding voor Taylor in een van zijn brieven over een ontmoeting te schrijven: “Het waren alleraardigste mensen, behalve dat ik de schaduw van Dylan zie in iedere Welshman”. Eva Haraszti's man overleed aan kanker binnen een jaar na die eerste ontmoeting met Taylor, maar haar banden met Hongarije en haar zoons en Taylors ingewikkelde persoonlijke leven in Engeland hielden het paar gescheiden tot zij uiteindelijk in 1976 trouwden, in Boedapest. En zelfs toen duurde het nog twee jaar voor zij het zelfde huis in Londen zouden delen. Jarenlang was het liefde op afstand. Op den duur gingen zij elkaar vaker zien. Dat was dan een of twee keer per jaar, soms in de marge van wetenschappelijke congressen, in zulke uiteenlopende oorden als Ulm, Konigswinter, Salzburg, Venetie en Ljubljana. Eindeloos ingewikkelde arrangementen waren nodig om er tegelijk te zijn. Zij kon moeilijk weg van huis, hij moest genoeg in bladen varierend van de populaire Sunday Express tot en met de Times Literary Supplement schrijven om alle menages en deze reizen te kunnen bekostigen. Eva bewaarde Taylors brieven van 1969 tot de dag in 1983 waarop hij zijn schrijfmachine niet meer goed kon beroeren. Hij gooide de hare altijd na beantwoording weg. Op 8 september 1974 schrijft hij ook waarom: “Ik ben niet sentimenteel over materiele dingen. Ik ben sentimenteel over jou.” Zij is er laconiek over. In My Life with Alan (1987) heeft zij in dagboekvorm geantwoord. Vanwege de lage kosten heeft zij AJP's brieven nu door een goede typist in Hongarije laten overtikken. Die begreep niet wat er stond, maar produceerde een vrijwel foutloos transcript, waar Eva heeft uitgefilterd wat “seksueel was of te persoonlijk over nog levende personen op een manier die voor derden niet van belang was”. Veel is er niet geschrapt, zegt zij. In de resterende vierhonderd pagina's tekst is niet aangegeven waar is bekort; juist als historicus wil zij de indruk vermijden dat het boek wetenschappelijke pretenties heeft. Die zorgvuldige werkwijze heeft Taylors tweede vrouw allerminst gerust gesteld. Eve Crosland (zuster van voormalig Labour-minister Anthony Crosland) schreef zondag in The Independent een ingezonden brief met een ruim scheutje vitriool. Te oordelen naar de recensies stelt Echtgenote II vast dat de brieven van AJP aan III “exacte replica's waren van de brieven die hij gedurende onze twintig jaar durende relatie aan mij stuurde, tot en met het gebruik van de zelfde sentimentele zinswendingen”. Bovendien zou zij die brieven nooit hebben gepubliceerd, uit respect voor de herinnering aan AJP en de gevoelens van zijn uitvoerig (met problemen en al) genoemde kinderen, “none of whom, needless to say, was the product of his third marriage”. Eva Haraszti is er van overtuigd dat Taylor publikatie van deze brieven op prijs stelde. Zij vullen het beeld van zijn publieke persoonlijkheid aan. Overigens is zij niet kritiekloos. Zonder een zweem van hatelijkheid stelt zij vast dat hij soms onvoldoende begrip had voor de noden van zijn drie echtgenotes. Hij was sterk “op zichzelf geconcentreerd”. Taylor erkent dat in een late brief en wijst op zijn jeugd als enig kind. Eva voegt toe: “Als genie, en dat was hij volgens mij, had hij daar behoefte aan.” De weduwen zijn nog niet van elkaar af. De lezer van Taylors brieven leert hen kennen, maar vooral de man zelf. De historicus die te onconventioneel was om hoogleraar in Oxford te worden of een titel in de wacht te slepen, waar zijn tientallen boeken, honderden lezingen en duizenden artikelen hem in de Britse verhoudingen zeker recht op gaven. De man beschrijft zijn leven als een onhandige, ongelukkige vertoning waar hij door deze late, grote liefde eindelijk wat afstand van kan nemen. Bij Eva vindt hij vrede en ook lichamelijk geluk, al blijft zijn verstand ook tijdens de daad actief - “dat is de prijs voor het intellectueel zijn”. Als atheist, aandeelhouder en wetenschapsman schrijft hij: “Mijn leven heeft niets intellectueels. Mijn vader, die een perfecte proletarische kijk had, ging ook graag vroeg naar bed. Ik hou niet van rokerige conferentiezalen. Ik hou van lange wandelingen, zonnebaden en iedere middag zwemmen. Ik hou van hard rijden in grote auto's, oude kerken, kamermuziek en naar bed gaan met iemand van wie ik hou.” Het blijft een dolle, ontroerende, komische en vooral prettig inkonsequente man, die Taylor. Vol zelfmedelijden en zelfspot. Verontwaardigd schrijft hij zijn 'Lovey Dovey' in Boedapest, die hem een 'bourgeois' historicus had genoemd: “Ik snobistisch? Ik ben de enige academicus in ons vak die op de televisie of op een vakbondsbijeenkomst natuurlijk kan spreken tegen gewone mensen”. In afwachting van een rechtvaardige wereld, was hij bereid te speculeren op de beurs en zich eens goed te laten inschenken bij een copieus diner en een onderhoudend gesprek.