Advies: bestrijding van leerachterstand herzien

DEN HAAG, 26 JUNI. De meeste speciale voorzieningen in het voortgezet onderwijs voor kinderen met leermoeilijkheden moeten worden opgeheven. Aparte voorzieningen zoals vormingswerk, individueel beroepsonderwijs en projecten voor allochtonen dienen zoveel mogelijk in het gewone onderwijs te worden gentegreerd.

Dat schrijft de Adviesraad voor het Voortgezet onderwijs (ARVO) in een nog te publiceren advies over de bestrijding van leerachterstanden in het voortgezet onderwijs. Het advies is in maart 1989 aangevraagd door oud-minister Deetman. Hij vond de bestaande voorzieningen te versnipperd, te duur en te weinig succesvol. Voorzieningen als individueel en speciaal onderwijs trekken steeds meer leerlingen zonder dat hun situatie verbetert. Rond de dertig procent van het totaal aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs bevindt zich in dergelijke 'vangnetvoorzieningen'. Om integratie in het gewone onderwijs mogelijk te maken moeten volgens de ARVO lesinstructie, leermateriaal, lesvormen en schoolorganisatie van het reguliere onderwijs worden aangepast. Het vormingswerk moet onder verantwoordelijkheid van de scholen komen. De financiering van voorzieningen voor kinderen met leerachterstanden zou drastisch moeten veranderen. Extra geld moet niet meer worden gegeven op basis van etnische of sociaal-economische groepskenmerken. In het huidige systeem krijgt een school extra geld voor bijvoorbeeld allochtone of arbeiderskinderen. De ARVO wil dat afschaffen. In plaats daarvan moet de school alleen extra geld krijgen voor leerlingen bij wie een leerachterstand is aangetoond doordat ze bij de CITO-test van de basisschool slecht hebben gescoord. De scholen zijn vrij bij het inzetten van deze extra middelen. Ze krijgen bovendien een bonus als ze erin slagen dergelijke leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs te krijgen en nog een bonus als de leerling een examen haalt.