Aanhouding drugshandelaars Colombia blamage voor recht

Nadat de Colombiaanse drugshandelaar Pablo Escobar zich vorige week had overgegeven aan de overheid schreef de Colombiaanse ambassadeur in Zwitserland, oud-minister van justitie Enrique Parejo, een protest in de krant El Espectador en bood vervolgens zijn ontslag aan. Hij zei niet langer een land te willen vertegenwoordigen dat een 'onverdedigbare politiek' voert. Het ontslag is vooralsnog geweigerd, onder meer omdat men “vreest voor zijn leven wanneer hij naar Colombia terugkeert”. Parejo, die als minister van justitie hard optrad tegen de drugsbaronnen, werd bij een aanslag in 1987 zwaar gewond. Op zijn hoofd zou nog steeds een prijs staan.

Door een deel van de publieke opinie en in regeringskringen wordt beklemtoond dat de aanhouding van enkele kopstukken uit de internationale drugshandel een overwinning is van het recht, de vrucht van de nieuwe overheidsstrategie tegen degenen die zich aan dit bandeloze geweld schulig maken. Wat hield die nieuwe strategie in? In de eerste plaats kregen degenen die zich uitleverden strafvermindering Maar daarbij werd vergeten dat de drugshandel door zijn extreme ernst een misdaad tegen de menselijkheid is en daarom minder in aanmerking komt voor een lichtere behandeling. In de tweede plaats bereikte de staat het compromis dat zij niet uitgeleverd zouden worden aan buitenlandse rechters, die hen wilden berechten voor misdaden die zij buiten Colombia hadden begaan. Op die manier kregen zij ongevraagd de verzekering dat hun misdaden ongestraft zouden blijven. Men heeft vastgehouden aan het niet uitwijzen van narcotraficantes met het twijfelachtige argument dat men zo een versterking van het Colombiaanse rechtsstelsel zou bereiken. In de eerste plaats bestaat uitlevering niet alleen in landen met een zwakke rechtsorde. De Verenigde Staten, Groot-Brittannie en Italie, om een paar voorbeelden te noemen, hebben een sterke justitie maar staan niettemin de uitlevering van hun eigen landgenoten toe om te zorgen dat zware misdaden niet ongestraft blijven. Men poogt in deze landen, zoals men ook in ons land zou moeten proberen, de internationale samenwerking te versterken tegen zware misdaden als de drugshandel en het terrorisme, die niet de belangen van een enkel land schaden maar de internationale gemeenschap. Uitlevering draagt bij tot versterking, in plaats van verzwakking van het nationale recht. Zijn de genoemde gunsten misschien bereikt in ruil voor informatie van de drugshandelaars die kan helpen bij het ontmantelen van hun organsiaties, zoals bijvoorbeeld in Italie is gebeurd? Niets van dit alles. Een andere voorwaarde, namelijk een bekentenis als voorwaarde om niet uitgeleverd te worden, werd aangepast zodra de drugshandelaars lieten weten dat die voor hen niet acceptabel was. Maar bovendien liet de overheid aan de drugshandelaars weten dat zij voordeel konden putten uit de zogeheten 'juridische opeenstapeling', waarbij zij slechts voor een zaak die ze hebben bekend, worden vervolgd. Het was niet de advocaat van de verdachten die zo redeneerde na het bestuderen van bestaande normen en condities waarvan zijn opdrachtgevers profijt zouden kunnen krijgen. Evenmin was het een rechter die deze mogelijkheid bood na de zaak waarin hij uitspraak moet doen vergeleken te hebben met het positieve recht. Nee, dit werd gezegd door de minister van justitie zelf, dat wil zeggen, de regering, en wel precies dezelfde die, gebruik makend van buitengewone bevoegdheden ,wetgeeft en die het weinig kon schelen dat haar eigen opstelling keer op keer veranderde zodra de 'belanghebbenden' het vroegen. Dit alles gebeurde op het moment dat de drugshandelaars verscheidene mensen hadden ontvoerd en een aantal malen dreigden dezen te vermoorden wanneer niet op hun eisen zou worden ingaan. Bovendien vermoordden zij in koelen bloede een weerloze oude vrouw en de dochter van een oud-president van de Republiek. Naderhand vermoordden zij de oud-minister Enrique Low Murtra. Noch hierdoor, noch door de herinnering aan de talloze andere wrede misdaden begaan door drugshandelaars, veranderde de vergevingsgezinde en toegeeflijke politiek. In Colombia is het de staat die door middel van de bevoegde staatsorganen beslist waar een arrestant of veroordeelde gevangen wordt gehouden volgens wettelijke criteria. Tegenover de drugshandelaars heeft de staat afgezien van de uitoefening van die bevoegdheid. Het is anders onbegrijpelijk dat de staat speciale instructies heeft gegeven opdat degenen die zich overgeven gevangen zullen worden gehouden op 'fatsoenlijke' plaatsen en een 'waardige' behandeling zullen krijgen. Alsof de andere gevangenen geen fatsoenlijke plek en een waardige behandeling verdienen! Het is evenmin begrijpelijk dat zij daadwerkelijk in speciale gevangenissen zullen worden genterneerd. Het heeft er daarom alle schijn van dat men voor hen een beginsel van het Colombiaanse recht en van de universele rechtsorde heeft aangetast, namelijk dat van gelijkheid voor de wet. De neerslag van dit lange en moeizame proces, dat op schandelijke wijze is geculmineerd in de herziening van de grondwet die de uitlevering van deze criminelen verbiedt, - het heeft er alle schijn van dat dit hun laatste eis is alvorens zich over te geven - is te zien in de perscommunique's van de zogeheten extraditables, in de verzoekschriften van hun advocaten, in geschriften van 'notabelen', in verhandelingen op het allerhoogste niveau en in instructies van ambtenaren. Dat proces heeft zich afgespeeld onder de ogen van alle Colombianen en daarmee is er definitief een kwaal ontstaan, waarvan de gevolgen voor de morele orde onmeetbaar zijn in die zin dat ernstige misdaden als drugshandel nu bespreekbaar zijn, kunnen worden geschikt en uitgewist. Alsof dit alles nog niet genoeg is, weerspiegelen noch de maatregelen van de overheid, noch de beslissingen van de grondwetgevende vergadering de bezorgdheid die er zou moeten bestaan over het enorme kapitaal dat de drugshandelaars hebben vergaard met het bloed van beroemde Colombianen en eenvoudige mensen, door hen vergoten in hun onlesbare dorst naar rijkdom en ten koste van de fysieke en geestelijke gezondheid van zovele jongeren en volwassenen die het slachtoffer zijn van deze schandelijke handel. Het is niet onzinnig te denken dat zij - als ze al worden veroordeeld - na korte tijd de gevangenis weer kunnen verlaten om te genieten van hun met bloed bevlekte fortuin dat hen in staat stelt de maatschappij te corrumperen. Er is gezegd dat de beslissing van de narcotraficantes hun “bereidheid toont zich te onderwerpen aan de rechtsorde”. Welke rechtsorde? Die welke zij hebben getracht op te leggen met het allerwreedste geweld dat het land ooit heeft gekend? Hiervoor bestond er zonder twijfel een rechtsorde en die had juist tot doel het kwaad van de drugshandel te bestrijden. Maar die rechtsorde is steeds veranderd als de drugshandelaars dat eisten. Hoe kan men spreken van onderwerping aan de wet door diegenen die deze wet hebben afgedwongen met afpersing en misdaad, ja, wanneer deze wetten precies beantwoorden aan de expliciete eisen van de delinquenten op wie ze moeten worden toepast? Kan men na dit alles eerlijk spreken van onderwerping van de drugshandelaars aan de staat? Zou het niet juister zijn te spreken van de onderwerping van de staat aan de wil van de misdadigers? Proberen zij niet hun misdaden onbestraft te laten door te profiteren van de moeite die de Colombiaanse justitie heeft met het bewijzen van haar verantwoordelijkheid voor in het buitenland begane misdaden? Vertrouwden zij daarbij niet op de zwakte van een bange rechtsorde? Kan men, zonder de waarheid geweld aan te doen, zeggen dat de aanhouding van de kopstukken van het drugsterrorisme een overwinning van het recht is? Zouden we dergelijke aanhoudingen niet moeten beschouwen als een hoogst gevaarlijke aantasting van de wet en van de de moraal. Komt het recht hier gesterkt uit tevoorschijn, of blijft het daarentegen dodelijk gewond achter?