Wimbledon pakt handel in zwarte kaartjes aan

LONDEN, 25 JUNI. Wegens de regen werd er voor de vierde keer deze eeuw op de openingsdag van Wimbledon niet getennist. Maar herhaaldelijk vals bomalarm - het park moest geruime tijd worden afgesloten en de perszaal ontruimd - gekoppeld aan de late afzegging van de gebesseerde Mats Wilander en Monica Seles, die van de vrouwenbond een boete van 6000 dollar kreeg omdat ze niet is te bereiken, zorgden voor voldoende compensatie. Maar wie zichzelf bij zoveel malheur durft af te vragen waarom dit eigenaardige tennisevenement zichzelf niettemin afficheert als 'The Championships' of 'The Fortnight', is beslist geen Engelsman.

De roeiwedstrijden op Henley, de paardenraces op Ascot, het cricket op Lords, het tennis op Wimbledon, zelfs de Grand Prix van Silverstone voor Formule I-auto's; ze vormen in het zomerseizoen sociale gebeurtenissen die bijna net zo sterk in de Britse traditie zijn verankerd als de bijna onvermijdelijke regen die met bakken op deze evenementen pleegt neer te dalen.

Maar het blijft een wat treurig gezicht een aantal verregende zakenlieden over de terreinen van de All England Club te zien sjokken, waar ze vervolgens te horen kunnen krijgen dat de door hun gastheren uitgedeelde tickets niet geldig zijn.

Want Wimbledon heeft dit jaar ernst gemaakt met de strijd tegen de handel in zwarte kaartjes, waarvoor het voetvolk, dat zich vaak via kilometerslange rijen toegang tot het tennisterrein probeert te verschaffen, zelfs wordt gewaarschuwd in aanplakbiljetten op de bomen langs de weg. Vorig jaar schokte Peter Jackson, lid van het organisatie-comite van de All England Club, zelfs het Britse parlement toen hij via het Britse dagblad The Independent liet weten over sterke aanwijzigingen te beschikken dat de Amerikaanse onderwereld zich had gestort op de handel in kaarten, die daarmee een uiterst professioneel karakter zou hebben gekregen.

Maar ook in Engeland zelf is het op dit punt al jaren niet pluis. Al weken voordat het toernooi begint, verschijnen in gerenommeerde dagbladen als The Times advertenties met aanvragen voor kaartjes. Vaak worden ze opgekocht door zwarthandelaren, die op hun beurt weer fungeren voor agentschappen die kant-en-klaar-reizen uit zelfs de Verenigde Staten aanbieden voor Wimbledon. Compleet met aardbeien, champagne en een plaats op het centre-court. Maar ook gerenommeerde bedrijven die een hospitality-unit op Wimbledon huren en hun zakenrelaties alleen maar op echt tennis kunnen feteren met dit soort opgekochte kaartjes, maken in de praktijk gretig gebruik van de zwarte handel.

De organisatie van Wimbledon heeft dit jaar een einde aan deze sluikhandel proberen te maken door de kaartjes voor de belangrijkste banen te verkopen op naam. Wie zich niet kan identificeren loopt de kans te worden teruggewezen. Want Wimbledon weet nu precies aan wie de kaartjes via ballotage of loting in eerste instantie zijn verkocht.

Het is een streep door de rekening van veel kaarthouders die geen bal om het tennis geven, maar hun begeerde tickets vaak kwijt kunnen tegen het tien-, zelfs twintigvoudige van de prijs. Die handel lijkt nog steeds te floreren, maar er zit voor de koper (die via een steekproef ter plekke kan worden ontmaskerd) tegenwoordig een zeker risico aan.

De contradictie zit echter in het feit dat de aandeelhouders van Wimbledon, die recht hebben op twee kaarten per dag per aandeel, wel vrij en daardoor legaal hun kaartjes mogen verhandelen. De aandelen zijn via de beurs verhandelbaar. Maar het valt te betwijfelen of zich onder deze categorie zakenlieden veel tennisliefhebbers bevinden.

Wimbledon legt deze geldschieters echter in de watten omdat uit deze financiele bron grotendeels de vernieuwingen en de steeds stijgende kosten van het belangrijkste tennistoernooi ter wereld worden gefinancierd.

Want een groot gedeelte van de winst, die vorig jaar 9.620.856 pond sterling ((ongeveer 30 miljoen gulden) bedroeg, gaat maar de Engelse Lawn Tennis Association, die er tot grote onvrede van de All England Club nu al jaren niet in geslaagd is om ook maar een speler of speelster van Britse makelij af te leveren die internationaal enige allure heeft.

Maar Wimbledon heeft wel meer problemen. De plaatselijke bevolking beschouwt het toernooi door de overlast van zo'n 350.000 mensen die veertien dagen inbreuk maken op hun privacy en de omgeving vervuilen als een regelrechte ramp. Wellicht met uitzondering van degenen die hun cottage of villa - de tennisbanen zijn tenslotte in een sjieke omgeving gesitueerd - in deze periode hebben verhuurd aan de Beckers en Navratilova's, die gedurende het toernooi dicht bij Wimbledon willen wonen en grif huurprijzen neertellen van vijftien-, twintig duizend gulden.

De organisatie van de All England Club heeft geprobeerd het dorp Wimbledon, waar trouwens niet exact de tennisbanen zijn gesitueerd, te paaien met een cheque van 5000 pond voor allerlei versieringen in de straten. Bovendien mogen bij hoge uitzondering de schoolkinderen af en toe gebruik maken van de banen. Maar niet van het heilige centre-court dat maar veertien dagen per jaar in gebruik is en waarover door chief-groundsman Jim Thorn over wordt gewaakt alsof het zijn eigen leven betreft. Hoewel zijn voorganger nog verder ging door een lijstje aan te leggen van in zijn ogen notoire grasbedervers, waarop zich volgens de overlevering nogal wat namen van Amerikaanse tennissers bevonden.

De niet al te gemakkelijke verstandhouding tussen het dorp Wimbledon en zijn wereldberoemde tennistoernooi is er bovendien de oorzaak van dat de All England Club, die bijna uit zijn voegen barst, niet kan uitbreiden. De grond is peperduur en ook wegens gemeenteverordeningen moeilijk te koop. De in veel opzichten gebrekkige accommodatie is een toernooi met de uitstraling die Wimbledon wereldwijd geniet dan ook volstrekt onwaardig. Maar ook dat lijkt alleen maar te kunnen in Engeland, zo'n beetje het enige land ter wereld dat het zich nog kan permitteren een Grand-Slamtoernooi op gras af te werken.