Universiteiten niet eens met herzien van financiering

ROTTERDAM, 25 JUNI. De universiteiten en hogescholen blijven het oneens met minister Ritzen (onderwijs) over de manier waarop hij in de toekomst het onderwij en onderzoek wil financieren.

Tijdens overleg met Ritzen leverden ze gisteren opnieuw scherpe kritiek op de voorstellen van de minister. Ze vrezen vergaand dirigisme van de minister en veel extra bureaucratie. Volgens Ritzen interpreteren ze de concept-tekst van de regeling, een Algemene maatregel van bestuur, verkeerd. Hij verwacht dat door enkele andere formuleringen van de tekst de bezwaren tegen zijn voorstellen zullen worden weggenomen.

Ritzen wil de financiering van het hoger onderwijs in de toekomst niet alleen koppelen aan het aantal eerstejaarsstudenten maar ook aan het aantal studenten dat een studiejaar met succes afrondt. De universiteiten en hogescholen wijzen dit laatste van de hand. De toezegging van Ritzen de 'cursusjarensystematiek' pas over enkele jaren wil invoeren - zodra er aan de universiteiten betrouwbare informatie over de studievoortgang beschikbaar is - vinden zij onvoldoende. Ze noemen het onjuist dat de minister via het financieringsmodel ook onderwijskundig veranderingen, zoals afgeronde cursusjaren, afdwingt.

De hogescholen vinden dat zij evenveel geld moeten krijgen voor een student als de universiteiten. Die wijzen gelijke subsidiering echter van de hand. Ritzen, die geruime tijd vasthield aan gelijkheid in de financiering, sloot gisteren niet uit dat de universiteiten toch hun zin zullen krijgen.

Bij gelijke financiering zou ruim 400 miljoen gulden voor zogeheten 'onderwijsgbonden onderzoek' overgeheveld worden van onderwijs naar onderzoek. De universiteiten betoogden eerder dat dit hen ernstig zal hinderen bij hun pogingen onder hun personeel meer aandacht te creeren voor het onderwijs. Bovendien vrezen ze dat onderwijs en onderzoek in de plannen van Ritzen geheel zullen worden losgekoppeld. Volgens Ritzen is in de moderne universiteit de huidige koppeling van beide niet overal meer vanzelfsprekend.

De wijze waarop Ritzen het onderzoek wil 'sturen' vond prf. dr. R. de Moor, die namens de universiteiten het woord voerde, getuigen van een “ongekend dirigisme”. De minister wil voor zo'n 75 procent van het onderzoek in 'onderzoekakkoorden' vastleggen hoe de universiteiten het geld over de disciplines moeten verdelen. Zo'n akkoord zou elke vier jaar moeten worden gesloten, na uitvoerig overleg over prioriteiten in het onderzoek. Die aanpak kost volgens De Moor veel tijd en houdt bovendien geen rekning met de beperkte mogelijkheden tot verandering.

Ritzen zegde toe dat hij de komende dagen de tekst van de Algemene maatregel van bestuur nog eens zorgvuldig zal bekijken. Begin juli wil hij het overleg met de universiteiten en hogescholen over het nieuwe financieringssysteem afronden.