Speculaties over Lubbers steeds wilder

DEN HAAG, 25 JUNI. Een van de meest barokke scenario's over de eventuele kandidatuur van premier Lubbers voor het voorzitterschap van de Europese Commissie ziet er als volgt uit: Lubbers en de huidige Nederlandse Eurocommissaris Frans Andriessen ruilen eind volgend jaar van standplaats. Lubbers wordt Commissievoorzitter en de oud-KVP-minister en -fractieleider wordt minister-president van Nederland. Andriessen zou de rit van dit kabinet tot de zomer van 1994 uitzitten en eventueel ook daarna premier blijven.

Het scenario illustreert tot welke wilde speculaties het Haagse en Brusselse wereldje in staat zijn om de werkelijkheid naar een gewenst doel toe te buigen: het Commissievoorzitterschap van Lubbers in Brussel. Het meest gangbare scenario was tot gistermiddag dat de huidige Commissievoorzitter, de Fransman Jacques Delors, na het verstrijken van zijn huidige termijn - eind volgend jaar - nog twee jaar zou aanblijven, zodat Lubbers hem dan in het najaar van 1994 zou kunnen opvolgen en Delors zich in de Franse presidentsverkiezingen van mei 1995 zou kunnen werpen.

Die mogelijkheid is gistermiddag door Delors een stuk kleiner gemaakt door de uitspraak dat hij eind volgend jaar gewoon opstapt. Hij zou burgemeester van Bordeaux willen worden, een positie die in Frankrijk uitstekend is als uitvalsbasis voor politieke activiteiten op nationaal niveau.

Voor de Brusselse en Haagse 'Lubbers-exegeten' is dat echter geen enkel probleem. Het meest recente scenario ziet er dan ook als volgt uit: Frans Andriessen volgt Delors op als voorzitter en staat die positie dan na twee jaar af aan Lubbers. In tegenstelling tot gewone leden van de Europese Commissie worden de voorzitter en de vice-voorzitters voor twee jaar benoemd. Formeel zou alles met het opschuiven van Andriessen in orde zijn.

In een interview met premier Lubbers dat deze krant komende zaterdag afdrukt, laat hij weer tamelijk ondubbelzinnig weten niets met speculaties over het Euro-voorzitterschap te willen weten. Hij vindt al het gespeculeer “onhygienisch en onproper” en ook “vervelend en vervuilend”, omdat hij er zich niet tegen kan verweren. Elke ontkenning wordt bijna als bevestiging opgevat.

Het probleem met de scenario's waarin Eurocommissaris Andriessen een rol speelt is dat het CDA hem dan nog wel even als politiek leider en minister-president zou moeten kiezen. Die kans is niet zo groot.

Pag. 3

Andriessen kan ook v.d. Broek opvolgen

De door Lubbers zelf als zijn opvolger aangewezen CDA-fractieleider Brinkman wordt in zijn kring steeds meer als zodanig geaccepteerd. In het scenario, waarin Andriessen twee jaaret Commissievoorzitterschap als het ware waarneemt, is echter ook een interessante andere functie voor Andriessen mogelijk: minister van buitenlandse zaken.

Andriessen zou minister van buitenlandse zaken kunnen worden omdat Van den Broek immers heeft gezegd dat hij ermee stopt na deze kabinetsperiode. Ook hem worden trouwens interessante posities daarna toegedacht: secretaris-generaal vade NAVO bijvoorbeeld. In dit speculatie-blokje past ook de vileine bewering dat Lubbers en Van den Broek zo moeizaam met elkaar omgaan, omdat ze nu alleen als premier en minister op elkaars terrein komen, maar straks ook nog concurrenten zijn. Als Lubbers Commissievoorzitter wordt, kan Van den Broek niet secretaris-generaal van de NAVO worden en omgekeerd. Twee hoge functies tegelijkertijd voor een Nederlander is wat veel van het goede. Over beide kandidatuen beslist immers in grote lijnen dezelfde club van ministers. De Amerikanen zitten er in de EG uiteraard niet bij, maar die zouden nu juist zo graag Van den Broek bij de NAVO hebben.

Een wat fundamentelere handicap in deze speculatiereeks is dat hoge diplomaten in Londen en Parijs nu wel mogen doen alsof Lubbers'

opvolging van Delors een bekeken zaak is terwijl het object van speculatie zelf op geen enkele formele wijze te kennen heeft gegeven dat hij het ook inderdaad wil worden. Natuurlijk ligt de beneming in zekere zin in de lijn der dingen: Lubbers heeft het als premier van Nederland uitstekend gedaan, hij ligt internationaal goed en er moet na de socialist Delors nodig weer eens een christen-democraat op de voorzittersstoel in Brussel.

In het interview met deze krant dat zaterdag wordt afgedrukt zegt Lubbers: “Als volgend jaar juni over dat voorzitterschap beslist moet worden, ben ik op de helft van mijn termijn als minister-president.

Daarmee is wel duidelijk dat het prbleem als probleem verdampt.'' Daarmee zegt hij natuurlijk niets over de scenario's waarin de twee jaar tot 1994 door iemand anders worden opgevuld. Daar heeft hij echter geen greep op, al worden hem in het Haagse circuit de meest geheimzinnige contacten en heimelijke afspraken met regeringsleiders toegedicht. Volgend jaar juni, op de Euro-top in Portugal, moet de opvolger van Delors worden gekozen. Dan moet dus ook, als de meerderheid van de regeringsleiders en de Franse president dat zouden willen, een eventuele 'deal' over een tussenoplossing worden gemaakt.

Zoiets is al eens eerder gebeurt: in 1988 werd Delors herbenoemd met de afspraak dat hij na twee jaar zou worden opgevolgd door de Duitse Euro-Commissaris Martin Bangemann. Die bleek echter niet goed genoeg en Delors zit er nu nog. De Duitsers hebben dus als het ware nog een koffer in Delors kamer staan. Duitse diplomaten in zowel Den Haag, Brussel als in Bonn zelf maken er ook geen gehem van dat wat hen betreft er straks een Duitser als opvolger van Delors komt. “Jullie willen Duitsland tot zo graag in het Westen verankeren”, zegt een van hen ironisch. De Fransen zouden dit streven uiteindelijk best eens kunnen ondersteunen. Kanselier Helmut Kohl heeft tegenover Parijs een flinke hefboom in de hand: de Fransen willen zo ontzettend graag de Europese Monetaire Unie van de Duitsers. Uiteindelijk kan het Lubbers net zo vergaan als oud-minister Ruding met de Oosteuropese ontwikkeingsbank; het presidentschap daarvan ging naar de Fransman Attali. Een hoge Franse functionaris bracht dat onlangs onder woorden: “Ruding was een zeer goede kandidaat, minstens net zo goed als Attali. Hij had slechts een handicap: hij had op dat moment niet de juiste nationaliteit.”