Pieter Heerema rekent met zijn vier broers af

Bij het offshore-concern Heerema is een einde gekomen aan een sluipende machtsstrijd: Pieter Heerema heeft zijn broers uitgekocht. Hij heeft nu de alleenheerschappij. Vanmorgen verkocht hij zijn belang in Holandsche Beton Groep.

Pieter Heerema is na tien jaar uitgevochten. Het offshore-concern van zijn familie doorstond de crisis in de markt en groeide uit tot een bedrijf met 4500 mensen. Het laatste grote probleem is nu opgelost: de onenigheid tussen de broers Ruurd, Edward, Pieter, Hugo en Erik.

Pieter heeft zijn broers uitgekocht en is behalve president ook eigenaar van het concern geworden. De waarde van het bedrijf wordt geschat op 1,2 miljard gulden. Dat zou betekenen dat Pieter zijn vier broers bijna een miljard gulden moet betalen. Hij wil hier niet op in gaan en spreekt liever van 'een hele grote management buy-out'. Een groot deel van het bedrag moet komen uit toekomstige winsten. Heerema moet daarvoor veranderen, want in de afgelopen jaren boekte het bedrijf verlies.

Heerema deint op de golven van de olie-industrie. In de jaren zeventig maakte het bedrijf furore als aannemer op zee van vooral olieplatforms. Toen de olie-industrie in de jaren tachtig inzakte, kwam ook Heerema in een dal. Heerema verloor in de afgelopen jaren honderden miljoenen. Terwijl bij de concurrentie het water tot aan de lippen was gestegen, kon Heerema dankzij enorme reserves doorgaan met het kopen van bedrijven. Zo lijfde het bedrijf de marktleider op het gebied van staalconstructies Grootint in. Heerema kreeg ook greep op Wijsmuller, berger en reder van zware ladingen. Ondertussen bleef het bedrijf gesloten voor de buitenwereld. De hofdreden moet een precies tien jaar durende machtsstrijd tussen de vijf broers zijn geweest .

Een zware sleutel biedt toegang tot een stalen draaideur in de Leidse vestiging van Heerema. In een eenvoudige jaren-zestig accommodatie wacht de enige Heerema die nog in de directie van het concern zetelt, Pieter. Hij beantwoordt niet aan het beeld van een aannemer die zijn zeebonken bestiert. Pieter is een jonge bedrijfseconoom die moderne managementtheorieen paraat houdt.

Hij wacht met enige schroom op een van zijn eerste media-ontmoetingen. De reden van de terughoudendheid is duidelijk. Aan de ene kant is de nieuwe eigenaar trots op de deal die 'Heerema' tot zijn bedrijf maakt, aan de andere kant ligt in het uitkopen van familie een stuk tragiek besloten.

Heerema's historie kent meer combinaties tussen zakelijke successen en persoonlijke trauma's. Zo'n combinatie levert ook een gesprek over vader Pieter Schelte op. “Ik wil er maar drie woorden over kwijt”, zegt hij. Vader Peter Schelte kwam in opspraak door zijn lidmaatschap van de SS in de Tweede Wereldoorlog.

Pieter Schelte - ingenieur - begon in 1946 als aannemer in Venezuela. Zijn gezin sliep in een werkloods. Door de combinatie van technisch inzicht en commercieel gevoel wist Heerema zich op te werken. In 1958 bracht hij op dat continent concurrent Raymond een gevoelige klap toe door een betonpaal te construeren die het zeewater trotseerde en betaalbaar was. De sprong vooruit maakte hij in de jaren zeventig. De winsten moeten honderden miljoenen guldens hebben bedragen.

Vader leek voor de kinderen een gespreid bedje te hebben nagelaten. Het was wel een vliegtuigbed want door het mondiale karakter van zijn bedrijf woont Pieter net als zijn vader in vliegtuigen. Via een eigen vliegtuigmaatschappij reist Pieter naar de werkmaatschappijen, de financiele tussenholding in Geneve, de Antilliaanse beleggingsmaatschappij, de holding in Panama en de trust op Jersey, maar vooral naar de buitenlandse klanten. Pieter schat dat tachtig procent van Heerema's omzet uit het buitenland komt.

Het bedje voor de zonen blijkt ook om andere redenen minder comfortabel. “Toen ik in januari 1982 bij het bedrijf kwam, was mijn vader net overleden. De hele organisatie was opgezet rondom mijn vader. Alle lijnen kwamen bij hem uit. Eigenlijk was het bedrijf te groot geworden voor die organisatiestructuur. Terwijl wij daar wat aan gingen doen, zakte de markt volledig in. Het heeft jaren geduurd om die problemen op te lossen. Eigenlijk moet je reorganisaties doorvoeren als het goed gaat, maar voordien was dat niet mogelijk.”

Pag. 16:

Heerema's grote potten van vroeger zijn leeg

Na het overlijden van Pieter Schelte ontstond een grote stilte. Wel kwamen er problemen tussen de vijf erven druppelsgewijs naar buiten.

De oudste en de jongste zoon - Ruurd en Erik - hielden zich buiten het management, maar nummer twee - Edward - greep de macht. In 1985 werd Edward de voorzittershamer afgenomen. Hij genoot niet het vertrouwen van de andere broers. Edward begon een eigen bedrijf Allseas, een Zwitserse holding met vestigingen in Den Haag en Belgie. Inmiddels werken er vierhonderd mensen. De activiteit - pijpeninstallatie - verschilt met die van de Heerema-bedrijven, maar de klanten niet.

Nadat Heerema drie jaar door een buitenstaander was geleid, kreeg Pieter in 1988 de kans om president te worden. Dit tot verdriet van broer Hugo, die prompt opstapte.

“Sommige kinderen praten alleen via advocaten met elkaar”, aldus een vertrouwensman van de familie. “De onenigheid tussen mijn broers moet binnenskamers blijven”, verzucht Pieter. “Aan de ene kant is een familiebedrijf het mooiste wat er is, aan de andere kant zit er ook iets destructiefs in.”

Pieter is als enige gebleven en maakt volgens ingewijden 'onwaarschijnlijk lange werkdagen'. Hij wil voortbouwen aan het familiebedrijf. “In het buitenland staat een familiebedrijf hoog in aanzien. In Nederland merk ik dat veel minder. Als er ergens een probleem is, lossen we dat op en die toezegging is meer waard van iemand die eigenaar is dan iemand die ergens in loondienst is. Het is een extra garantie.”

“Elk familiebedrijf herbergt ook problemen in zich. De ongezonde hang naar het verleden. De onzakelijke manier van met elkaar omgaan. Dat kost zo ongelooflijk veel geld, tijd en moeite. Het gaat zelden goed.

De familie Brenninkmeijer van C&A behoort tot de uitzonderingen. Ik denk dat dat samenhangt met de enorme discipline die er in die familie is. Ook de katholieke achtergrond met zijn strakke hierarchie speelt daar een rol. Bij ons is dat anders.''

Pieter heeft - voordat hij de familie uitkoopt - het bedrijf versterkt. In 1988, zeven jaar na het overlijden van Pieter Schelte, liet het bedrijf van zich spreken. Heerema ging op het gebied van zware kraanschepen - na elf maanden onderhandelen - samen met de grootste concurrent McDermott.

De joint-venture met McDermott was uit nood geboren. “Wanneer we diep in elkaars hart kijken, willen wij beide zelfstanJH)dig zijn. Zij bezitten een ouder bedrijf dan wij en hebben dus ook nog meer trots.

Dan is het moeilijk om het complete management over alle schepen aan ons over te dragen. Maar ik geloof dat alles in een hand beter werkt.

Gelukkig zaten aan de top mensen die over de problemen heen konden kijken.''

De samenwerking met de Amerikanen ging met gesloten beurzen. Heerema en McDermott leverden allebei twee kraanschepen. De vloot heeft nu een nieuwbouwaarde van 2,8 miljard gulden en ongeveer de helft van de wereldmarkt in handen.

Na de deal met McDermott werd Pieter op de hoogte gebracht van problemen in een ander familiebedrijf: het sleep- en bergingsbedrijf Wijsmuller. Directeur Frank Wijsmuller probeerde gedwongen verkoop te voorkomen van zijn zeven zware schepen die nieuw meer dan een half miljard gulden kostten. De banken zetten Frank het mes op de keel, maar hij sputterde tegen.

Onder leiding va zijn gedelegeerd commissaris drs. W. Cordia werd Frank vervangen door neef Michiel. Heerema kon vervolgens van de banken een deel van de boedel van Wijsmuller kopen. Frank probeerde nog met een kort geding de overname tegen te houden, maar tevergeefs.

Pieter: “Het was niet zo dat wij in grote wijsheid besloten dat we nu het zware transport in moesten. Je definieert waarmee je bezig bent en binnen ruime grenzen neem je opportunistische beslissingen. Wijsmuller was voor ons een aardige investering omdat wij goedkoop via de bank aan de schepen konden komen. Wij hebben nu ook een belang van vijftig procent in het bergingsbedrijf. Meer kunnen we niet krijgen. De familie is verknocht aan haar aandeel.”

Heerema heeft nog geen winst gezien uit de overname van Wijsmuller. Het lijkt Pieter weinig te deren. “De kunst is te investeren in bedrijven die het in de toekomst beter gaan doen. Het is niet moeilijk om bedrijven te kopen, waarvan iedereen al ziet dat het hen goed gaat.

Belangrijk vind ik at er goede mensen zitten en dat het bedrijf een goede naam heeft. Een goede naam is niet hetzelfde als goed verdienen.

Wijsmuller is marktleider in het zwaar transport en staat bij de klanten uitstekend bekend. Dat is mij wat waard.''

Na de Wijsmuller-transactie viel Pieters oog daarna op staalconstructiebedrijf Grootint van oprichter-eigenaar De Groot. “Ik kwam op een gegeven moment in gesprek met Jaap de Groot. Ik vertel Jaap dat onze fabriek in Vlissingen ontzettendgoed draait, maar eigenlijk te klein is om op zichzelf te staan. Grootint is sterk op de offshore gericht en staat vooraan op het gebied van geprefabriceerde constructies. Probleem is alleen de vreselijke slechte markt. De enorme afbraak is echter nu voorbij.”

Jaap de Groot is ook na de verkoop van zijn bedrijf in het ijzer gebleven. Tegenwoordig is hij te vinden in een loods waar hij oude legerauto's uit de Tweede Wereldoorlog repareert. “Ik ken alle jongens van Heerema van nabij. Ik heb echer afgesproken met Pieter dat ik niets over de verkoop van Grootint zou zeggen. De reden dat ik mijn bedrijf heb verkocht, is duidelijk. Ik ben met pensioen. Ik heb het bedrijf in 1948 opgericht, we zijn marktleider geworden en nu vind ik het welletjes.”

Net als Wijsmuller was Grootint verliesgevend. “De verliezen over vorig jaar zijn veel hoger uitgevallen dan ik had gedacht. We kwamen nogal wat geraamten in de kast tegen”. Alle prognoses over volle bezetting van Grootint bleken wel te koppen, alleen met de betalingen liep het wat stroever.

“Met Grootint is Heerema compleet. De bedrijven hebben verschillende culturen en achtergrond maar ze passen toch bij elkaar.” Het geheim van het conglomeraat is dat de bedrijven dezelfde klanten hebben: de oliemaatschappijen. Daarop baseert Pieter zijn toekomstplan. Pieter schat dat zijn concern na 'forse verliezen' dit jaar weer een klein winst gaat boeken.

Tot nu toe doen ook de oude activiteiten het niet best. Het laatste gedeponeerde resultaat van Heerema Offshore Constructie in Leiden over 1989 oogt desastreus: een netto-verlies van 33 miljoen gulden op een omzet van 186 miljoen gulden. Er resteert een negatief eigen vermogen van 22 miljoen gulden. Een balans waarvan een leverancier aan Heerema niet zou kunnen slapen. Maar wat zegt zo'n balans wanneer de schepen onder Panamese vlag varen en de beleggingen tot de Zwitserse bankgeheimen worden gerekend?

Heerema staat beknd als riant bij kas. In 1978 versterkte vader Pieter Schelte die indruk door in 1978 in een klap een belang van vijftig procent in baggeraar Stevin en veertig procent in aannemer Ballast Nedam te kopen a raison van bijna tweehonderd miljoen gulden. Niet alleen de 21.000 werknemers van de twee aannemers, maar de hele branche was in rep en roer. Iedereen dacht dat Heerema uit was op een monopolie in de bouw. Heerema voorzag grote bouwopdrachten uit de Opec-landen, maar slaagde er niet in ij de concerns een voet tussen de deur te krijgen. Het bleef bij een belegging, en dan ook nog een slechte.

Tot 1988 sliep het Heerema-kapitaal bij Volker Stevin. Toen maakte Pieter het in een klap wakker. Hij verkocht de oude Stevin-aandelen aan Hollandsche Beton Groep (HBG), die daarmee kansen zag voor een onvriendelijke overnamepoging op Volker Stevin.

Heerema had nooit contact gehad met de Volker Stevin-directie en stapte zakelijk over haar emoties heen. “BG is gewoon een beter aandeel. Daarbij kwam dat het belang in Volker Stevin zo groot was - bijna dertig procent - dat het voor ons moeilijk te verhandelen was.

Door de ruil kregen we tien procent in HBG.” “Ik hoopte bovendien dat ik met HBG in gesprek zou komen. Wij zouden heel goed kunnen samenwerken in grote civiele werken. Dat contact heeft echter nooit plaatsgehad. Ik vind dat typisch Nederlands. Als je in een bedrijf tien procent hebt, zie je ze minderdan wanneer je geen aandelen hebt. Het gaat mij nog niet eens om een commissarispost. Ik heb liever een goed en creatief contact dan dat ik met een paar mooie meneren een jaarvergadering moet bijwonen.”

Heerema heeft vanmorgen de belegging in HBG van de hand gedaan. Op basis van de beurskoers moet het pakket zo'n 64 miljoen gulden opleveren. “Het vet van de holding is zo langzamerhand wel verdwenen.

Wij hebben geen andere belangen meer in beursfondsen. De grote potten van vroeger zijn leeg e blijven leeg.''

Afstandelijk kondigt Pieter de reden aan: “De samenstelling van de aandeelhouders wordt drastisch gewijzigd. Vier van de vijf zullen uitstappen. Het zal Heerema drastisch veranderen, van een bedrijf met een zeer sterk eigen vermogen in een bedrijf dat sterk extern gefinancierd is.”

De broers krijgen het overnamebedrag gespreid over een aantal jaren. Het grootste gedeelte moet uit de kasstroom van de Heerema-bedrijven komen.

Pieter schetst de transactie zonder vreuge. Uit gesprekken met betrokkenen blijkt dat de onderhandelingen moeilijk zijn geweest. Een team van juristen in Jersey heeft zich over de kwestie gebogen. De trust van Heerema is op dit Kanaaleiland gevestigd en niet bij de holding in Panama, omdat de Heerema's het Angelsaksische recht op Jersey meer vertrouwen dan het Panamese.

Bij het noemen van de redenen van de uitkoop verschuift Pieter meermalen van plaats. “Door de aandelen waren wij wel hel erg aan elkaar gebonden. Daar komt bij dat in de hele historie van Heerema nooit dividend is betaald en er dus heel weinig vrijheid is om over de middelen te beschikken.”

Hij veert ineens overeind: “Maar de timing is op zichzelf perfect”. Het plotselinge enthousiasme lijkt op het eerste gezicht onbegrijpelijk. Van 1985 tot en met 1990 draaide Heerema met verlies.

De markt was zo slecht dat zonder de 'grote kas' het bedrijf de crisis niet had overleefd. De schepen verouderen nog steeds zoner dat er geld opzij is gelegd voor nieuwe. En voordat de mensen van Grootint en Wijsmuller aan Heerema gewend zijn, moet er nog veel gebeuren, zo blijkt uit Pieters eigen woorden.

Pieter kijkt echter niet naar de historie, maar ziet een gouden toekomst met verbeterende marges. De concurrentie is verminderd.

“Grootint en Heerema Vlissingen zijn de komende achttien maanden vol bezet. Enkele jaren geledn hadden ze maar werk voor enkele weken.

Wijsmuller heeft alle schepen in de vaart, sommige hadden nog nooit commercieel gevaren. En in de zware kraanschepen hebben we een orderportefeuille van twee tot vier jaar.''

In een aantal segmenten is Heerema nu marktleider. Niet alleen meer op het gebied van installatie, zoals in de glorieuze jaren zeventig, maar ook op het gebied van het zware ladingenvervoer en constructie.

Pieter: “In de constructie zit ook een grote civiele poot. Grootint wordt ook ingeschakeld bij de bouw van bruggen. Ik denk dat wij door het inbrengen van expertise van de offshore sneller kunnen werken. Die civiele poot is heel belangrijk, omdat het ons wapent tegen de grillen van de oliemarkt. Ik verwacht dat de oliemaatschappijen beter zullen gaan betalen, willen ze hun activiteiten kunnen voortzetten. Er komt een prijsexplosie, omdat de olieconcerns eens de kosten zullen moeten betalen.”

Stilletjes zijn de olieconcerns afhankelijk geworden van Heerema, maar of de olieconcerns zich daar bij neer zullen legge? Wellicht weet alleen Pieter hoe groot die kans is. Zijn de broers een andere mening toegedaan door nu een prijs voor het concern af te spreken? Voor Edward kan meespelen dat hij het geld wil aanwenden voor zijn eigen bedrijf Allseas. Hij ontkent dat overigens met de mededeling dat Allseas zichzelf kan bedruipen. Financiele gegevens wil hij echter niet verstrekken.

Pieter heeft nu geen familie meer die over de rug meekijkt. Hij denkt ook niet aan nieuwe aandeelhouders. “Ik hoef geen dingen te verklaren aan mensen die er haast per definitie geen verstand van hebben.” Hij hoeft niets meer uit te leggen, maar moet wel snel winst maken om te overleven.