Overheid in het jaar 2000

Zal het kabinet Lubbers-Kok zoals zijn voorganger vooral blijven steken in goede bedoelingen of za het er werkelijk in slagen de rijksoverheid kleiner en efficienter te maken?

De vooruitzichten zijn niet bemoedigend. Op de weg van het kabinet liggen nog dezelfde valkuilen die het vorige kabinet niet kon ontwijken. Een van die valkuilen is dat er veel wordt opgezet met het oogmerk te bezuinigen zonder dat zeker is of sommige operaties ook werkelijk geld zullen opleveren. De kans is groot dat de opbrengst tegenvalt en men zich an trucs gaat bedienen om een optisch resultaat te behalen. Een andere valkuil - en misschien wel de grootste - is dat de operaties niet of maar beperkt in samenhang tot elkaar of tot andere ingrijpende ontwikkelingen worden gezien.

Via een 'grote efficiency-operatie' zullen op alle departementen overbodige banen moeten verdwijnen. Bij subsidies zal worden bekeken of ze nog nodig zijn en terecht komen bij de groepen waarvoor ze bestemd zijn. Het voornemen bestaat m op grote schaal taken en subsidies af te stoten naar lagere overheden. De financiele consequenties op korte termijn van elke afzonderlijke operatie staan op papier. Maar waar is de visie op de financiele en bestuurlijke consequenties voor de rijksoverheid op wat langere termijn? Die vraag ligt voor de hand omdat de 'grote operaties' sterk zijn gericht op decentralisatie, terwijl er daarnaast de komende jaren sprake zal zijn van een toenemende entralisatie van beleid van Den Haag naar Brussel.

Deze gelijktijdige decentralisatie en centralisatie zullen onvermijdelijk de invloed en omvang van de rijksoverheid aan twee zijden inperken. De politieke en ambtelijke beleidsmakers realiseren zich dat wel, maar laten een deel van die consequenties in het vage.

Duidelijk is dat het overdragen van taken, bij voorbeeld op het terrein van subsidies, naar EG of lagere overhede zal moeten leiden tot het wegstrepen van de betreffende begrotingsposten op de rijksbegroting. Maar dat is slechts een deel van het verhaal. Als het rijk bepaalde uitgaven niet meer hoeft te doen zijn de rijksambtenaren die waren ingehuurd om deze uitgaven te organiseren overbodig geworden. Over de omvang van die overbodigheid en over de bestuurlijke, financiele en politieke gevolgen die daaruit voortvloeien wordt nog opvallend weinig vernomen.

Toch gaat het om de vraag hoe politiek en bureaucratisch 'Den Haag' er in het jaar 2000 (moeten) uitzien. Als de n in gang gezette ontwikkelingen doorzetten zullen de meeste departementen sterk moeten inkrimpen. Anders zullen immers, tegen de bedoelingen in, de uitgaven van de overheid als totaal gaan stijgen. Dan komt de vraag aan de orde of er nog wel veertien departementen moeten worden gehandhaafd of dat een aantal kan worden samengevoegd, te meer daar departementen soms dezelfde taken vervullen. Er is niet veel fantasie voor nodig om in te zien dat ook ht functioneren van het parlement en de ministerraad zullen worden benvloed.

Uit alles blijkt dat politici en ambtenaren deze problematiek het liefst nog een tijdje ontwijken. Ze kiezen voor een besluitvorming in stapjes zonder dat er een beeld is van het gewenste - of onvermijdelijke - totale resultaat. Dat zoiets moeilijkheden oplevert valt zelfs in Alice in Wonderland te lezen. “Welke weg moet ik van hieruit nemen?” vraagt Alice aan de kat. “Dathangt er vooral van af waar je uit wil komen,” is zijn antwoord.

Voorlopig blijken de kleine stapjes al veel problemen op te leveren, omdat het algemeen belang nogal eens botst met andere belangen.

Hoeveel moeite had minister van financien Kok dit voorjaar niet om de stijgende EG-uitgaven over de departementen te verdelen. En dan volgde hij nog wel een beter te rechtvaardigen methode dan zijn voorganger.

Vroeger werden die extra kosen omgeslagen over een aantal departementen, meestal via een vaste verdeelsleutel, zonder dat werd gekeken of er wellicht een directe relatie kon worden gelegd tussen de hogere EG-uitgaven en het verminderen van de uitgaven op bepaalde begrotingen. Minister Kok heeft in zijn laatste kaderbrief, waarin hij de hoofdlijnen aangaf voor de begroting 1992, wel zo'n directe relatie gelegd. Extra EG-uitgaven die zijn bestemd voor beleid dat kan worden beschouwd als vervangend beleid voor nationaal beleid, werden door Kok gedetaileerd toegerekend aan de betrokken departementen. Dat leverde hem heel wat protesten op van ministers die zich zwaarder voelden aangesproken dan vroeger.

Moeizaam verloopt ook het concreet vorm geven aan de grote efficiency-operatie door de departementen. Het college van secretarissen-generaal - overigens een nieuw bestuurlijk fenomeen - ontpopte zich als een soort ministerraad met dezelfde problemen als een echte raad. Ie(J)dereen vindt dat er wat moet gebeuren, maar wil er het liefst anderen voor laten opdraaien. Geen wonder dat de ministerraad er dit weekeinde niet in slaagde beslissingen over de afslanking te nemen en ministers moest opdragen om het departementale huiswerk over te (laten) doen.

Als een enkele keer wel naar de financiele en bestuurlijke gevolgen op wat langere termijn wordt gekeken, is de schrik groot. Zo becijferden ambtenaren van WVC eind vorig jaar dat afstoting van taken naar lagere overheden en privatisering van overheidsdiensten zouden moeten leiden tot een vermindering van het aantal WVC-ambtenaren met ruim veertig procent. En dan hadden ze nog niet eens rekening gehouden met de gevolgen van de Europese eenwording. Die ambtelijke notitie is ijlings als niet relevant afgedaan. Politici blijven liever vaag spreken over 'de beperking tot een aantal kerntaken'. Toch is het jaar 2000 zover niet meer weg.