Nederland heeft al genoeg politieke functionarissen; In Hoge Raad moet niveau tellen

In het eerste lid van artikel 118 van de Grondwet staat dat de leden van de Hoge Raad der Nederlanden worden benoemd uit een voordracht van drie personen, opgemaakt door de Tweede Kamer der Staten Generaal. Dat is zo'n gewichtige aangelegenheid dat tot ver in de vorige eeuw een commissie uit de Kamer persoonlijk, gezamenlijk en per koets, de voordracht aan de Koning ging aanbieden. Van dat bezoek werd daarna in de Kamer weer verslag uitgebracht.

Sinds de Tweede Wereldoorlog neemt de Tweede Kamer vrijwel altijd zonder zeuren de aanbeveling van de Hoge Raad over. Deze vorm van feitelijk cooptatie door de Hoge Raad werd zo sterk dat de Kamer in de jaren zeventig niet eenmeer wist wie zij benoemde. Vaak moesten de fractiespecialisten voor de stemming over de voordracht nog snel even de Hoge Raad bellen voor enige basisinformatie over de kandidaten. Dat werd te gek en vanaf 1979 krijgen de Kamerleden enige summiere gegevens over de aanbevolen personen.

Het CDA-Tweede Kamerlid mr. drs. V.A.M. van den Burg wil nu als vanouds weer inhoud gaan gen aan het voordrachtsrecht van de Kamer.

Dat is zijn goed recht, want het staat in de wet, in de Grondwet zelfs. Hij wil met de kandidaten sollicitatiegesprekken gaan voeren om hun juridische kwaliteit te beoordelen en hun politieke voorkeuren te toetsen.

Van den Burg is genoeg jurist om te weten dat de Hoge Raad zelf uitstekend in staat is om in de relatief kleine juridische wereld in Nederland de topjuristen te beoordelen. Het zal hem dus om de politieke voorkeur gaan. Dat blijkt ook uit zijn klacht dat er te veel D66-ers in de rechterlijke macht zitten. Als Van den Burg genoeg medestanders krijgt, gaat het met het lidmaatschap van de Hoge Raad dezelfde kant op als met veel andere functies in Nederland.

Vroeger was alleen de secretaris-generaal van een departement een politiek benoemd ambtenaar. Later kwamen daar de directeuren-generaal bij en tegenwoordig strekt de politiek zich uit tot de directeuren.

Niet alleen burgemeesters en commissarissen der koningin worden politiek benoemd, maar ook de voorzitter van de NOS en zelfs de voorzitters van colleges vabestuur van de universiteiten.

Deze manier van politisering van belangrijke functies in de maatschappij heeft tot effect dat niet meer uitsluitend de kwaliteiten van de kandidaat van belang zijn. Soms speelt zelfs uitsluitend de politieke kleur een rol als een politicus aan een baan geholpen moet worden. Men zoekt dus niet meer een goed manager, directeur of rechter, maar een functionaris van de juiste politieke kleur. Daarmee wordt de kring van mogelijke kandidaten g beperkt. Alleen zij die zich politiek profileren komen dan in aanmerking voor de topfuncties en de goede kandidaten die dat niet doen, worden verwezen naar lagere echelons. Hoe dat systeem in extremo werkt, kan men in Belgie zien.

Geen van de zittende raadsheren in de Hoge Raad heeft zich politiek gemanifesteerd en geen van hen zou dus onder het systeem-Van den Burg in aanmerking zijn gekomen voor benoeming. Nu is het vervelende van veel beroepen in de juristerij dat politieke profering er niet bij past. Rechters moeten onafhankelijkheid uitstralen en slechts een enkeling vindt dat verenigbaar met een lidmaatschap van, laat staan activiteiten in een politieke partij. Die enkeling wordt in de toekomst in de Hoge Raad benoemd. Topadvocaten hebben heel hard moeten werken om die top te bereiken. De paar die de tijd hadden om hun neus een keer op een partijbijeenkomst te laten zien, komen in de toekomst al snel voor benoeming in de Hoge Raad in anmerking. Politieke activiteiten lijken alleen voor hoogleraren geen probleem, dus in de toekomst zal het aandeel van oud-hoogleraren onder de raadsheren toenemen.

Dit is allemaal nog niet zo erg als een benoeming in de Hoge Raad voor juristen het Walhalla zou zijn. Het lidmaatschap van de Hoge Raad steekt echter schril af bij andere juridische beroepen. Niet alleen het salaris is bescheiden vergeleken bij het inkomen van bijvoorbeeld een topadvocaat. Ook is het een van de eenzaamste boepen in Nederland.

Een raadsheer leeft in een papieren wereld. Hij of zij werkt thuis, ziet nooit de partijen waarover geoordeeld wordt en ontmoet de collega's slechts eenmaal per week.

De arbeidsvreugde van een raadsheer moet geheel komen van noeste, eenzame, intellectuele arbeid. Als kandidaten dan ook nog een sollicitatiegesprek met Kamerleden moeten ondergaan, zou het aantal beschikbare en geschikte kandidaten wel eens drastisch kunnen afnemen.

Het doel van Van den Burg is natuurlijk om via de benoemingen invloed te kunnen uitoefenen op de beslissingen van de Hoge Raad. Dat zal hem niet lukken. De vorm van de besluitvorming in de Hoge Raad is niet een politieke, waarin de individuele raadsheren zich kunnen profileren. In sommige buitenlandse hoogste rechtscolleges kan dat wel. Onder het Amerikaanse rechtssysteem zijn bijvoorbeeld zogenaamde dissenting opinions toegestaan en kan een individuele raadsheer zijn oordeel over een zaak publiek maken. Het is opvallend dat ook in de Veregde Staten afwijkende opvattingen alleen bij het hoogste federale rechtscollege, het Amerikaanse hooggerechtshof veel voorkomen. Andere rechtscolleges, waaronder de hoogste rechters van de afzonderlijke staten, hebben een overheersende voorkeur voor rechtspraak op basis van consensus, waarbij de beslissing unaniem genomen wordt. Dat systeem geldt ook in Nederland; dissenting opinions zijn hier zelfs verboden.

Het blijft natuurlijk voor Van den Burg aatrekkelijk om terug te gaan naar de situatie die in de vorige eeuw bestond, toen de Tweede Kamer wel substantiele invloed uitoefende op de benoemingen in de Hoge Raad.

Tot in de jaren zestig van deze eeuw was zelfs een aantal zetels in de Hoge Raad informeel gereserveerd voor katholieken. De invloed van die katholieken is echter nooit herkenbaar geweest in concrete beslissingen van de Hoge Raad. De intensieve bemoeienis door de Tweede Kamer met de benoemingen had toen wel een ande effect: een matige kwaliteit van de Hoge Raad. Die kwaliteit daalde in de loop van de negentiende eeuw tot een zodanig niveau, dat regelmatig werd voorgesteld de Hoge Raad maar op te heffen. Een slecht functionerende Hoge Raad doet, in ons staatsbestel, het belang van de wetgever toenemen. Dan kan immers het parlement niet meer de onderwerpen die het niet zelf wil regelen aan de Hoge Raad overlaten, zoals euthanasie, de huwelijkswetgeving en het stakingsrecht. Het CDA heeft, denk ik, daarvoorgenoeg andere middelen dan het bewandelen van deze omweg.

Artikel 118 Grondwet 1.De leden van de Hoge Raad der Nederlanden worden benoemd uit een voordracht van drie personen, opgemaakt door de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

2. De Hoge Raad is in de gevallen en binnen de grenzen bij de wet bepaald, belast met de cassatie van rechterlijke uitspraken wegens schending van het recht.

3. Bij de wet kunnen aan de Hoge Raad ook andere taken worden opgedragen.