Mijnsteenberg 40 jaar gebruikt voor verontreinigde grond; DSM bespaart door opslag afval

GELEEN, 25 JUNI. Tussen de naftakrakers en de kunststoffabrieken van DSM in Geleen ligt een heuvel. Schapen doen zich tegoed aan het door droogte vergeelde gras op de helling. Een idylle aan het oppervlak, want onder het gras ligt, gesoleerd door een waterdichte beschermlaag, wellicht de grootste berg chemisch afval van Nedrland. Door hier 5,5 miljoen ton materiaal op te slaan bespaart het bedrijf zich een miljarden kostende reinigingsoperatie, waarvan de resultaten twijfelachtig zouden zijn.

Het reinigen van vervuilde grond kost gemiddeld 350 a 400 gulden per ton. Dat is zo veel dat zowel overheid als bedrijven er veelal voor terugdeinzen, vooral bij grotere projecten. Om een halt toe te roepen aan eindeloos overleg zonder dat er iets gebeurt mag de verontreinigde grond ook gesoleerd worden ogeslagen, stelde de commissie-Oele eerder deze maand in haar eindrapportage aan minister Alders (milieu). De opslag die DSM in en bij de oude mijnsteenberg van de Mauritsmijn in Geleen heeft ingericht is een schoolvoorbeeld van het pragmatische compromis tussen reinigen en laten liggen dat de commissie-Oele voor ogen stond.

De mijnsteenberg van Maurits rijkte in de hoogtijdagen tot negentig meter boven het maaiveld. Tussen dijken van mijnsteen liet men steenslik bezinken. De dijken werden steeds verder opgehoogd, zodat op den duur een ring van mijnsteen ontstond, gevuld met steenslik. In de berg is in 1953 een krater uitgegraven. Toen al zagen de toenmalige Staatsmijnen dit als een mooie plaats om chemisch afval te storten. De inmiddels zestien meter dikke sliblaag werd als ondoorlatend beschouwd, ook door de overheid, die met de stort akkoord ging. Al het chemisch afval dat de Staatsmijnen, later DSM, niet buiten de poortkwijt konden werd in de krater gedumpt. “Er is van alles in gestort, echte rotzooi, onder meer zo'n vierduizend vaten”, zegt ir.

A. Lahaye, die bij DSM belast is met bodemsanering. “Ik heb het in elk geval niet aangedurfd die vaten op te pakken. Ze zijn natuurlijk in de loop der jaren gaan roesten. We waren gewaarschuwd dat als er lucht bij zou komen een ongeluk als in Bhopal - dat speelde toen net, dus je was extra alert - denkbaar zou zijn. Als ze onder het slib kapot gaan kan er niets gebeuren.”

In de tweede helft van de jaren tachtig stelde DSM een milieu-actieplan op, dat onder meer een grootscheepse sanering behelsde van verontreinigde bodem op DSM-terreinen. De krater van de Mauritsdeponie werd beschouwd als een goede en goed te isoleren opslagplaats. Provinciale en landelijke overheid gingen akkoord met deze opslag.

Voordat met storten kon worden begonnen werd het water uit de krater gepompt en gereinigd. Het kon niet direct op het procesriool worden geloosd, want er zat te veel arseen in. Het arseenrijke slib dat uit de voorzuivering kwam is weer teruggegooid in de krater. Vervolgens is er 80.000 ton betonpuin in de giftige blubber gestort om de massa te stabiliseren en een goede ondergrond aan te leggen waarover vrachtwagens konden rijden. De vrachtwagens en andere voertuigen die in en om de krater werkten waren uitgerust met overdrukcabines en luchtfilters. In het begin reden de chauffeurs bovendien met gasmaskers op, voor alle zekerheid. Tenslotte werd het geheel bedekt met een laag vliegas en daarop een dikke folie. Hiermee werd de voorbereiding van de aanleg van de Mauritsdeponie afgesloten.

Daarmee was wat er al in de berg lag aan chemisch afval van boven gesoleerd. Maar DSM had nog vele honderdduizenden tonnen liggen op verscheidene bedrijfsterreinen. In eerste instantie werd honderdduizend ton verontreinigd slik in bovenop het betonpuin gestort, tussen uit mijnsteen en puin opgebouwde dijken. De zaak werd afgedekt met een trekvlies, een soort stevige mat. Dit zorgt voor een goede drukverdeling. Daaroverheen werd zand gestort, waarin drainagepijpen werden gelegd. Vervolgens nog een laag textiel, om te voorkomen dat slib dat daarop wordt gestort de drainage verstopt.

Die drainage speelt een belangrijke rol. Het pijpensysteem biedt een gecontroleerde uitweg voor het water uit het slib in de berg. Doordat al het water in principe uit de pijpen komt kan het worden gereinigd voordat het wordt geloosd.

De onderkant van de berg - de zestien meter dikke sliblaag - bleek naar moderne inzichten niet dicht, hoewel dat veertig jaar geleden wel werd gedacht. Om te voorkomen dat verontreinigd grondwater onder de gemeente Stein door naar de Maas stroomt, wordt het nu aan de Maaskant van de berg opgepompt en eveneens naar de reinigingsinstallatie gestuurd. Naar huidig inzicht is hierdoor de afvalopslag volledig gesoleerd en onder controle, critria die de commissie-Oele formuleerde voor een geoorloofde opslag van chemisch verontreinigde grond.

De berg heeft nu een platte bovenkant met een oppervlak van een paar voetbalvelden en aan een kant een kleine top die daar twintig meter bovenuit steekt. Het is de bedoeling op de voetbalvelden een tweede top van dezelfde hoogte als de eerste. Lagen verontreinigde grond worden daarbij steeds van elkaar gesoleerd met een afdichtingslaag.

Afhankelijk van de mate van verontreiniging bestaat die uit grond, zand, drainage en folie of in plaats van folie zand-bentoniet.

Bentoniet is een soort klei die sterk zwelt als hij vochtig wordt, zodat ook een dichte laag wordt gevormd. Bij de meest verontreinigde lagen wordt folie gebruikt, dat naar huidig inzicht nog meer zekerheid biedt. Direct onder de folie ligt een drainagesysteem op een tweede waterdichte laag. Dit systeem zit zo in elkaar dat een eventueel lek in een van de folies is op te sporen aan de hand van de hoeveelheden water die uit verschillende pijpen komen. Om zo'n lek te repareren hoeft dus niet de halve berg te worden afgegraven.

DSM gebruikt de opslag met name voor historische verontreiniging. Als er nu bijvoorbeeld een afsluiter springt waardoor er allerlei ongewenste stoffen in de omgeving komen, wordt de bodem gereinigd en komt de reiniging voor rekening van het desbetreffende bedrijfsonderdeel.

Het opslaan van verontreingde grond in dit soort deponieen is een goede manier om de bodemvervuiling in Nederland snel aan te pakken, vindt J. Geerards, directeur van de concernstaf veiligheid, milieu, gezondheid en technologie van DSM. Het voordeel van het inrichten van enige van zulke deponieen is dat verontreiniging die een gevaar oplevert voor volksgezondheid of milieu direct en zonder al te hoge kosten kan worden verwijderd. Nu wordt vaak eindeloos gesteggeld over de kosten van reiniging, terwijl de vervuiling ondertussen gewoon blit liggen. Berging in de deponie kost volgens DSM ongeveer 70 gulden per ton verontreinigde grond, krap twintig procent van de kosten van reiniging.