Kinderrechter veroordeeld voor ontucht met pupil

GRONINGEN, 25 JUNI. De 46-jarige kinderrechter en oud-vice-president van de Arnhemse rechtbank mr. T.A.M.A. van der V. is vanmorgen door de rechtbank van Groningen conform de eis veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, wegens ontucht met een aan zijn gezag onderworpen 17-jarige jongen.

Volgens de rechtbank heeft Van der V. “op ernstige wijze de zorgplicht die hij ten aanzien van zijn pupil had geschaad en tevens het vertrouwen van deamenleving in de rechterlijke macht geschaad”.

De rechtbank had in haar vonnis in overweging genomen Van der V's persoonlijke omstandigheden en de tijdsduur tussen de feiten en de behandelingen van de zaak.

De ontuchtige handelingen speelden zich af in de auto van de ex-kinderrechter op 27 november 1987 en in de bossen van Borger op 24 oktober en 17 november van dat jaar. Hij was met de 17-jarige M.C. van M. vanuit Nijmegen naar Borger gereden, waar de jongen zou wordeopgenomen in een therapeutische gemeenschap. Van M. zat in voorlopige hechtenis wegens bedreiging van zijn moeder. Op de terugweg vroeg hij Van der V. zijn auto stil te zetten. Daar zou, aldus Van der V., de jongen hem hebben willen overhalen hem seksueel te bevredigen.

“Aanvankelijk weigerde Van der V., maar later zou hij hebben toegegeven. Het initiatief ging volgens hem echter volledig van de jongen uit.

De raadsman van Van der V. verklaarde eerder dat zijn client een eenmalige misstap had begaan als gevolg van uitlokking. Bovendien was hij op het moment van het voorval overspannen en volgens een rapport van het Pieter Baancentrum verminderd toerekenbaar. Volgens de getuigenverklaring van Van M. tegenover de politie had Van der V. hem in de bossen gezegd: “Als je nu bij mij wegloopt, ga je zwaar voor de bijl”. Van M., die in augustus 1989 overleed aan een overdosis drugs, had verklaard dat de toenaderingspogingen voor honderd procent van de nderrechter uitgingen. Hij zou hebben toegegeven “omdat ik bang was dat weigering mijn zaak zou schaden”. De moeder van Van M.

betwijfelde het waarheidsgehalte van de uitspraken van haar zoon. Zij verklaarde tegenover de politie de overtuiging te hebben dat er tussen haar zoon en Van der V. wel iets was voorgevallen wat niet door de beugel kon, “maar of Timo daar een eerlijke weergave van geeft, dat betwijfel ik. Volgens mij heeft hij het gebeurde met de kinderrechter wat aangediken de houding van het zielige jongetje aangenomen”.

Rechtbankpresident mr. R. Wessels verklaarde echter dat de rechtbank de geloofwaardigheid van het slachtoffer niet in twijfel trok, omdat zijn verklaring tegenover de politie “gedetailleerd” was en hij die verklaring bovendien “schoorvoetend” had afgelegd.