Keuzes en kosten

HET BEGON IN het midden van de jaren tachtig als het Plan Dekker, het werd al snel, nadat enkele dwarsverbanden met andere 'dossiers' waren aangebracht, het Plan Lubbers, en het resulteerde een jaar geleden in het Plan Simons. Hoe de stelselwijziging in de gezondheidszorg na morgen zal heten, als de Tweede Kamer zich voor de derde achtereenvolgende week over de tweede fase heeft gebogen, is nog de vraag. Het wodt in elk geval weer anders, dat staat vast. De constante factor in het geheel is het begrip ziektekosten. Voor het overige verloopt de discussie over het nieuwe verzekeringsstelsel net zo grillig als menige ziekte.

Een stelsel dat meer marktgericht is dan het huidige. Dat was vier jaar geleden de doelstelling van het tweede kabinet-Lubbers toen het zijn plannen voor een nieuw stelsel van ziektekostenverzekering aankondigde in de nota 'Verandering Verzekerd'. Philips-topman Dekker was toen, onder dankzegging voor bewezen diensten, reeds lang via de zijdeur afgevoerd. Zijn voorstellen om te komen tot forse veranderingen - er werd zelfs gesproken over een revolutie in de gezondheidszorg - bleken niet bestand tegen de Nederlandse consensusmaatschappij. De strijd voor kostenbeheersing in de gezondheidszorg is bij voorbaat een ongelijke. Daarvoor zijn er nu eenmaal teveel belanghebbenden die geen behoefte hebben aan drastische veranderen: de patienten, de verzekeraars en de gezondheidszorg zelf.

Alleen de overheid is met het oog op de collectieve lastendruk direct gebaat bij kostenbeheersing.

WAT THANS nog resteert van 'Dekker' is de verwijdering van de schotten in de financieringsstructuur en de basisverzekering voor iedereen.

Alleen is de politiek zodanig aan de haal gegaan met deze ideeen dat de naamgever van destijds er niets meer mee te maken wil hebben. Zo is de basisverzekering omgevormdt een bijna totaalverzekering. Typerend is bij voorbeeld het enthousiasme bij de PvdA voor de plannen van haar staatssecretaris. Vooral als bedacht wordt dat de PvdA als oppositiepartij nog falikant alle wijzigingen in het verzekeringsstelsel had afgewezen en zich daarmee in de Kamer ontpopte als de enige tegenstander van een herstructurering in de gezondheidszorg.

Volgens de PvdA is nu het oude socialistische ideaal van een volksverzekering nagenoeg bereikt, zo valt op spreekbeurten te beluisteren. Immers, straks kan elke Nederlander een beroep doen op een basisverzekering die 95 procent van de totale gezondheidszorg beslaat. Voorwaar, een leuk succes voor de PvdA, maar wie had daar eigenlijk nog om gevraagd? Hoort een volksverzekering tegen ziektekosten, ofwel een Nederlandse National Health Service niet veel meer thuis in het inmiddels vergeelde partijprogramma waar ook nog gesproken wordt over nationalisatie van het bank -en verzekeringswezen?

NU HET DEBAT ovee tweede fase van de stelselherziening gezondheidszorg het einde nadert, kan het geen kwaad nog eens te herinneren aan de oorspronkelijke bedoeling van de plannen. Kostenbeheersing was het kernbegrip, te bereiken door een stelsel dat meer marktgericht zou zijn. De cruciale en retorische vraag is of met een basispakket dat 95 procent van alle voorzieningen dekt, er nog wel sprake kan zijn van concurrentie tussen verzekeraars en dus van marktwerking. Natuurlijk, een ziektekostenverzekering isets anders dan een brandverzekering.

Voorkomen moet worden dat de 'slechte risico's' niet of slechts tegen buitenproportioneel hoge kosten kunnen worden verzekerd. Maar ruimte voor een substantieel eigen risico dan wel een aanvullend pakket, dus voor de eigen verantwoordelijkheid, moet er zijn. Waarom niet de geneesmiddelen, fysiotherapie, huisarts en tandheelkundige hulp buiten het basispakket gelaten? De mensen kunnen dan zelf beslissen of zij zich daar al dan nie(gedeeltelijk) voor wensen bij te verzekeren. En als dat op internationaal-rechterlijke bezwaren stuit, zoals het kabinet beweert, waarom dan niet wat meer vrijheid door middel van een groter eigen risico in ruil voor een lagere premie? Om PvdA-voorzitter Sint maar eens te citeren toen ze het had over de nieuwe koers van haar partij: “We moeten uitgaan van de toegenomen zelfstandigheid van de burger: de grotere mondigheid en individualiring. We moeten mensen aanspreken op het feit dat ze moeten kunnen kiezen. Geen betutteling, maar nadruk op de eigen verantwoordelijkheid.”

WIE NIET beter weet, zou denken dat Sint juist doelde op de gezondheidszorg. Maar helaas, in deze sector blijft het nog precies andersom: weinig keuze, weinig eigen verantwoordelijkheid en veel betutteling. Met als zekere uitkomst: stijgende kosten. Zodat over enkele jaren kan worden geconstateerd dat na even ambiteuze operaties in de sociale zekerheid en op het gebied van de belJH)tingen weer een stelselwijziging is mislukt.