Kabinet wil nieuwe vorm van bestuur in grote steden

DEN HAAG, 25 JUNI. Het kabinet wil voor grote stadsregio's een nieuwe bestuursvorm instellen die de mogelijkheid biedt beslissingen te nemen buiten de gemeenteraden om.

Dat schrijft staatssecretaris De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) vandaag aan de Kamer in een reactie op plannen van zeven stedelijke samenwerkingsgebieden.

De bestuurders van deze nieuwe 'Stedelijke Gebiedsautoriteit' worden direct gekozen, tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen of indirect door de gemeenteraden. Maar zij functioneren “zonder last of ruggespraak”.

Het kabinet wil de gebieden in een interimwet de keuze bieden uit een aantal samenwerkingsvormen, waarbij de Stedelijke Gebiedsautoriteit het meest in het oog springt. Het gaat daarbij om vergaande samenwerking op het terrein van ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, verkeer en vervoer en milieu. Instelling van een Gebiedsautoriteit mag niet leiden tot een extra bestuurslaag.

Bestaande samenwerkingsverbanden tussen gemeenten worden dan opgeheven.

De zeven stadsregio's die in aanmerking komen voor de nieuwe bestuursvorm zijn Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Rotterdam, Eindhoven-Helmond, Enschede-Hengelo en Arnhem-Nijmegen. In de eerste helft van 1993 kunnen zij gebruik maken van de interimwet. Uiterlijk 1 januari 2001 wil het kabinet de Gebiedsautoriteit definitief in de wet hebben vastgelegd. De regio's hebben echter ruimschoots de mogelijheid te experimenteren met andere vormen van samenwerking. De Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) zal daarvoor worden ontdaan van “een aantal elementen van vrijwilligheid en vrijblijvendheid”. Het bestuur van de Gebiedsautoriteit is niet gebonden aan de gemeenteraden in het gebied. “Een essentieel verschil” met een regiobestuur op basis van de WGR, aldus de staatssecretaris. In een Gebiedsautoriteit kan “het belang van het hele stedelijke gebied” voorop staan.