Kabinet stemt in met achterblijven van 145 mariniers in Noord-Irak

DEN HAAG, 25 JUNI. Een versterkte eenheid van 145 mariniers zal in Noord-Irak blijven en deel uitmaken van een bataljon dat voor de veiligheid van de Koerden moet instaan zolang de VN-politiemacht nog niet op sterkte is. Hiertoe hee het kabinet besloten. Morgen keren driehonderd militairen uit Irak in Nederland terug.

Nederland levert geen politiepersoneel aan de VN-macht. Wel zal Nederland samen met andere EG-landen meebetalen aan de VN-operatie, waarvoor de EG dertig miljoen gulden heeft uitgetrokken. Ook zullen enkele helikopters van de luchtmacht in het gebied achterblijven.

In het totaal moeten 500 man deel uitmaken van de VN-politiemacht. Er zijn tot nog toe 250 man toegezegd. Irak verzet zich tegen het inzetten van militairen voor het toezicht in de opvangkampen voor de Koerden. De 3000 litairen die voorlopig achterblijven en waarmee het Witte Huis instemde na aandrang van de Europese bondgenoten, zal alleen optreden als het Iraakse leger opnieuw tegen de Koerden wordt ingezet.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijven de ministers Van den Broek van Buitenlandse Zaken en Ter Beek van Defensie dat zij niet kunnen aangeven hoe lang de laatste mariniers in Turkije zullen blijven.

“Uitgangspunt is dat de geallieerden gezamenlijk zullen optreden en datderhalve de laatste militairen tegelijkertijd Irak zullen verlaten.

De politieke en militaire situatie in het gebied rechtvaardigt op dit moment nog geen algehele terugtrekking van de geallieerde eenheden.

Moment en modaliteiten daarvan zijn afhankelijk van het scheppen van bevredigende voorwaarden voor de bescherming van de Koerden na het vertrek van de laatste geallieerde troepen uit Noord-Irak'', aldus de beide ministers.