Journalisten als hogepriesters van kritische openbaarheid

De term 'geestelijke stromingen' heeft een zekere actualiteit door de discussie over het nieuwe omroepbestel. Minister d'Ancona zegt dat het omroepbestel “een veelkleurige expressie” is van de Nederlandse samenleving. Anderzijds is er ook twijfel aan het maatschappelijk draagvlak en de adequate organisatie van het bestel “met zijn in maatschappelijke stromingen verankerde omroepverenigingen”. Het lijkt wel of zij zich verontschuldigt voor het feit dat de Nederlandse cultuur nu eenmaal geestelijke strominn kent.

In het spraakgebruik wordt de uitdrukking 'geestelijke stromingen' wat toleranter gebruikt dan het woord 'verzuiling'. De zuilen lijken door een geheimzinnig chemisch proces weer teruggebracht tot hun oorspronkelijke vorm van stroming. Typisch Nederlands is, dat de Rijn de Luthers-Calvinistische geest binnenbracht en de Maas het romaanse cultuurbezit uit het zuiden. Beide stromen werden sinds Erasmus letterlijk benvloed door een vrijzinnig-humanissche geest, die zich sinds de jaren veertig institutioneel even sterk tracht te profileren als de christelijke stromingen, maar daar, zeker wat ledental betreft, niet in slaagt.

Sociologisch staat het verschijnsel 'geestelijke stroming' het dichtst bij 'sociale beweging', waar zich groepsvorming voordoet op grond van onbehagen met de bedoeling om te gaan handelen om de oorzaak van het onbehagen weg te nemen. Het zijn maatschappij-kritische bewegingen, conversicampagnes van 'verbeter de wereld begin bij jezelf', groepen, die zich terugtrekken in eigen verbanden, omdat toch niets helpt en echte mystieke groepen zonder institutionele bemiddeling. Tussen geestelijke stromingen en sociale bewegingen bestaat echter een belangrijk onderscheid. De varianten van het christendom bijvoorbeeld blijken over institutionele mechanismen te beschikken, die een zeer lange levensduur in verschillende culturen garanderen. Dat is bij sociale bewegingen anders. Is daar het geconstateerde oehagen geheel of gedeeltelijk weggenomen, dan verdwijnt zo'n sociale beweging weer.

Een van de sociale mechanismen, die continuteit garanderen van geestelijke stromingen, is het institutioneel vorm geven aan allerlei taken van sociale dienstverlening, zoals onderwijs, welzijnswerk, en gezondheidszorg. Kerkelijke groeperingen kregen daardoor een hecht ledenbestand. Wanneer zij zich ook nog in een deel van het politieke bestel kunnen nestelen is hun bestaansgarantie nog meer verzekerd. Een heel belangrijk mechanisme om leden te benvloeden ontstond eigenlijk pas aan het begin van deze eeuw, toen het verplicht lager onderwijs overal werd ingevoerd en de massapers ontstond. Een van de voornaamste middelen om een groep bij elkaar te houden is de regelmatige benvloeding van opvattingen, waarden en normen en dat gebeurt in hoge mate door de massamedia. Arnold Toynbee schreef al: “Het brood van het algemeen onderwijs is nauwelijks in het ater geworpen of hele scholen haaien duiken op uit het diep om het brood van de kinderen onder de ogen van de opvoeders te verzwelgen”. Persmagnaten waren er alleen maar op uit om met hun 'yellow press' geld te verdienen aan de massa en gaven niets om waarden of normen. Dat geestelijke stromingen in ons land, die juist hun bestaan kunnen voortzetten door verkondiging en benvloeding een eigen pers wilden hebben, lag voor de hand. Dat gold nog sterker voor radio en televisie, waarvoor de intellectuele concentratie van het lezen niet nodig is. Je behoeft alleen maar te luisteren of te kijken.

Minister d'Ancona wil, heel democratisch, een deel van het publieke bestel voor televisie en radio blijvend laten wortelen in die geestelijke stromingen. Vooral journalisten zien dat als een inperking van hun professioneel vakgebied. Ze spreken over de 'rattenkoning' van Hilversum-Den Haag, over een neiging tot 'restauratie' en noemden haar in het televisieprogramma Lopend Vuur 'lafrtig'. Journalisten zijn de hogepriesters van de kritische openbaarheid. Zij willen professioneel autonoom zijn en wensen geen enkele beperking. Ik vind, dat de minister terecht vraagt om brede technische mogelijkheden voor de distributie van diverse programma's. “Zonder schade te doen aan de maatschappelijke 'exposure' van de huidige gebruikers kunnen die mogelijkheden niet zonder nadere overweging worden beperkt.” De televisie-criticus van de Volkskrantconcludeert dan: “Primair is de 'exposure' van alle mogelijke in maatschappelijke groeperingen wortelende organisaties. Secundair de stiel van televisie en radio maken”. Die conclusie is onjuist. Het is precies andersom. Primair kan iedere omroep worden aangesproken op modern vakmanschap in mediacultuur en mediakunst. Secundair kunnen daarin impliciet en soms ook wel expliciet normen en waarden meespelen. Het is zelfs zo, dat een slecht televisieprgramma een eventuele overdracht van normen en waarden flink verstoort en een tegenovergesteld effect heeft. Net zo als iemand die na een slechte medische behandeling van een beenbreuk in een katholiek ziekenhuis, nooit meer een voet in de kerk zet.