Jeruzalem wil status in plaats van bloemen

Terwijl van meet af aan de meeste - en sinds augustus 1980 vrijwel alle - in Israel diplomatiek vertegenwoordigde landen hun ambassade in of nabij Tel Aviv gevestigd houden, als een soort passieve demonstratie dat zij (vooralsnog) de status van Jeruzalem als hoofdstad van Israel niet de jure (willen) erkennen, houden zij anderzijds in alle ophten actief terdege rekening met die status. Elke nieuw aantredende ambassadeur overhandigt zijn geloofsbrief aan de president van Israel in Jeruzalem; door de ambassade wordt intensief contact onderhouden met het ministerie van buitenlandse zaken, andere ministeries, het parlement, et cetera aldaar; bezoekende staats- en regeringshoofden en talloze ministeriele, parlementaire, ambtelijke en andere delegaties maken hun opwachting in Jeruzalem bij het Israelische staatshoofd en-of de andere in aanmerking komende instanties.

In het artikel dat Frans Alting von Geusau heeft gewijd aan burgemeester Teddy Kollek en de politieke status van Jeruzalem (NRC Handelsblad, 6 juni) gaat hij niet nader in op de absurditeit van het door de internationale gemeenschap over de kwestie Jeruzalem ingenomen standpunt.

Het komt er op neer dat in de praktijk de functie van (West-)Jeruzalem als hoofdstad door alle landen die diplomatiebetrekkingen met Israel onderhouden ten volle wordt geaccepteerd. Trouwens, het feit dat de Nederlandse ambassade (evenals die van een dozijn landen van Latijns Amerika) tot 1980 wel in Jeruzalem was gevestigd vormt het beste bewijs dat de plaats van vestiging niet van invloed was-is op een al of niet de jure erkenning van Jeruzalem als Israels hoofdstad.

j dit alles komt dat Amerika, Europa en het Westen in het algemeen ongetwijfeld allang beseffen dat zolang Israel zelf als staat bestaat, Jeruzalem zijn hoofdstad zal blijven. Het moet uitgesloten worden geacht dat op dit punt door welk Israelisch regime dan ook enige concessie zal worden gedaan.

Het zou derhalve van realiteitszin getuigen als er een eind komt aan de nu al ruim veertig jaar bestaande tweeslachtige situatie. Nu heeft Alting von Geusau stellig gelijk als hij zegt dat er “ongetwijfeld steun in de Nederlandse bevolking” is voor een erugkeer van de Nederlandse ambassade naar 'de stad van Teddy Kollek'. Ik vrees echter dat zijn voorzichtige woordkeus erop duidt dat hij in zijn hart de omzetting van die bevolkingssteun in daden van de regering voorlopig als een vrome wens ziet. Als ooit een belangrijk land als de Verenigde Staten met verhuizing van zijn ambassade naar Jeruzalem over de brug zou komen, zal Nederland het misschien aandurven binnen EG-verband het befaamde voortouw te nemen om tot eenzelfde besluit te komen.

Tot het zover is, zal Jeruzalem het moeten doen m de tot een traditie geworden gift van honderdduizend bloembollen die, dankzij de in 1981 door het Israel Comite Nederland als protest tegen de verplaatsing van onze ambassade ondernomen actie, jaarlijks in de stadsparken bloeien.

Een gebaar dat in Israel ook buiten Jeruzalem grote waardering geniet als blijk van wat daar nog altijd wordt gevoeld als de bijzondere vriendschapsband tussen Nederland en Israel.

Burgemeester Kollek zelf kan zich bendien verheugen op de aanblik volgend jaar van de eerste vijfduizend exemplaren, hem aangeboden door de kweker, van een nieuwe varieteit tulp die zijn naam draagt en die hij vorige maand tijdens een ceremonie in de Keukenhof eigenhandig heeft gedoopt.