Internationale steun voor 'Flora Malesiana'

LEIDEN, 25 JUNI. Het project 'Flora Malesiana' van het Rijksherbarium in Leiden, opgezet om de flora in het Maleisisch gebied te inventariseren en te beschrijven, krijgt steun vanuit het buitenland. Vertegenwoordigers van zusterinstituten in Indonesie, Maleisie, Papoea Nieuw-Guinea, de Filippijnen, Singapore en Brunei besloten tijdens een bijeenkomst in Leidenhun medewerking te verlenen aan het omvangrijke werk. Met tenminste 25.000 soorten zaadplanten en 8.000 soorten varens is de flora in het Maleisisch gebied (Zuidoost-Azie) een van de rijkste ter wereld. Voorts zegden botanische instellingen in Denemarken, Engeland en de Verenigde Staten hun steun toe.

De steun zal voornamelijk 'in natura' worden verleend. De collega-instituten zullen onderzoekers voor het werk aan de Flora inzetten. De extra steun is dringend nodig, want een toenemend aantal van de planten in het gebied wordt met uitsterven bedreigd, terwijl hun belang voor het ecosysteem of hun potentiele economische of medicinale waarde nog niet is onderzocht.

De verantwoordelijkheid voor het project zal een internationale basis krijgen, nu ligt de supervisie nog in Nederland. “Het project is eigenlijk nog een overblijfsel uit de koloniale tijd”, aldus prof. C.

Kalkman, voorzitter van de Stichting Flora Malesiana en werkzaam bij het Rijksherbarium. De aanzet is destijds in Nederlands-Indie gegeven en in 1950 werd het onderzoek overgenomendoor het Rijksherbarium in Leiden. Van de Flora Malesiana zijn tot nu toe negen delen verschenen.

Kalkman schat dat het er uiteindelijk best 25 kunnen worden. Een streefdatum voor het project is er niet: “Uitzonderlijke optimisten denken dat de Flora over twintig jaar klaar kan zijn.”