'Het gaat om het overleven van het volk van Slovenie'

LJUBLJANA, 25 JUNI. De Sloveense leiding heeft verscillend gereageerd op het negatieve standpunt van de Europese Gemeenschap betreffende de aangekondigde uittreding van Slovenie en Kroatie uit Joegoslavie. De Sloveense minister van buitenlandse zaken, Dimitrij Rupel, zegt in een open brief aan de Luxemburgse minister van butenlandse zaken, Jacques Poos, dat het besluit van de EG gebaseerd is op eenzijdige informatie van de Joeglavische regering. Hij toont zich verrast door het besluit van de EG.

De Sloveense president Milan Kucan verklaarde dat het besluit van de EG hem niet verrast heeft en dat het politieke optreden van deze republiek in de komende maanden bepalend zal zijn van voor de houding van de EG ten opzichte van een zelfstandig Slovenie. Kroatie heeft nog niet gereageerd op de EG-verklaring. Beide republieken laten er geen misverstand over bestaan dat zij zich ondanks de internationale maatregelen onafhankeijk zullen verklaren.

Poos verklaarde zondag dat de EG de nieuwe staten Slovenie en Kroatie niet zal erkennen en alle contacten op regeringsniveau verbroken worden wanneer de twee Joegoslavische republieken zich onafhankelijk verklaren. Poos zei in de verklaring een eenzijdig besluit van Slovenie en Kroatie om zich af te scheiden van Joegoslavie niet acceptabel is, omdat er nog steeds ruimte is voor onderhandelingen tussen de zes Joegoslavische republieken. “Zo lang er ruimte s voor onderhandelingen kunnen Slovenie en Kroatie geen aanspraak maken op het recht van zelfbeschikking”, aldus Poos.

Rupel wijst in de brief aan Poos de beschuldiging van de hand als zou Slovenie er op uit zijn de Joegoslavische belangen te schaden.

“Slovenie is jarenlang de motor geweest achter het democratiseringsproces dat zich in Joegoslavie voltrokken heeft.

Hetzelfde geldt voor de economische hervormingen. Wij kiezen nu echter voor onze eigen belangen en doen daarmee een beroep op het recht van zelfbeschikking, een onvervreemdbaar recht dat internationaal erkend is.” Hupel voegt daar aan toe: “Het gaat hier om het overleven van het Sloveense volk.”

De Sloveense president Milan Kucan reageerde minder emotioneel. Hij verklaarde begrip te hebben voor het standpunt van de EG. “Men vreest dat de stap van Slovenie en Kroatie zal leiden tot politieke desintegratie van Joegoslavie met alle gevolgen vn dien. Het zal vooral aan onszelf liggen hoe Europa en de Verenigde Staten in de toekomst zullen reageren. Wanneer wij in Slovenie in staat zijn op korte termijn een moderne politieke en economische orde te vestigen en wij de onderhandelingen met de overige republieken over een eventueel nieuw samenwerkingsverband voortzetten, zal er ook in het buitenland meer begrip komen voor ons handelen.” Kucan verklaarde gisteren niet verrast te zijn door het standpunt van de EG: “Sommigen hebbenwat al te voorbarig geroepen dat Slovenie door een aantal landen erkend zal worden wanneer het zich onafhankelijk verklaart.” Deze opmerking werd gisteren in Ljubljana uitgelegd als kritiek aan het adres van Dimitrij Rupel.

Hoewel de Sloveense premier, Lojze Peterle, zich gisteren tijdens een persconferentie optimistisch toonde over de toekomst van een zelfstandige Sloveense staat, laat men er in kringen dicht bij de Sloveense regering geen misverstand over bestaan dat en internationale isolatie van Slovenie de politieke manoeuvreerruimte van deze republiek aanmerkelijk beperkt. Men verwijt de EG dat ze de harde opstelling ten opzichte van Slovenie en Kroatie in feite de federale optie van de Servische president Slobodan Milosevic steunt en daarmee in feite de kant kiest van een overtuigde bolsjewiek, die geen oog zou hebben voor democratie en economische hervormingen. Ook uitten zij de vees dat de legerleiding in de harde opstelling van de EG een uitnodiging zal zien in te grijpen wanneer deze twee republieken zich onafhankelijk verklaren.