Dreigend tekort hemofilie-middel

AMSTERDAM, 25 JUNI. Het tekort aan bloedvloeistof in Nederland dreigt te stijgen tot een kwart van de benodigde hoeveelheid. Al er niets gebeurt wordt dit jaar 55.000 liter te weinig ingezameld. Hierdoor ontstaat een gebrek aan het bloedeiwit factor VIII, een onmisbaar medicijn voor patienten die aan hemofilie (bloederziekte) lijden. Bloedtransfusies komen er overigens niet door in gevaar, daarvoor worden meestal alleen de bloedcellen gebruikt die kort na een bloeddonatie van de bloedvloeistof (plasma) worden gescheiden.

De ontbrekende hoeveelheid werd d afgelopen jaren gemporteerd uit Europese landen die net als Nederland werken met vrijwillige, onbetaalde bloeddonoren. Een belangrijke importmogelijkheid is echter vervallen nu de Belgische bloedbank steeds minder plasma overhoudt.

Het tekort aan factor VIII neemt jaarlijks toe doordat hemofiliepatienten gemiddeld langer in leven blijven. Zij zijn van die bloedstollingsfactor afhankelijk omdat hun lichaam het eiwit zelf niet maakt. Een wondje ofeen interne bloeding kan daardoor levensbedreigend zijn. Hemofiliepatienten ondergaan steeds vaker ingrijpende operaties, zoals gewrichtsvervangingen die noodzakelijk zijn als hun eigen gewrichten door interne bloedingen niet meer functioneren.

Het tekort is niet alleen ontstaan door de toegenomen vraag naar factor VIII. Aan de produktiekant is de opbrengst lager geworden nadat er nieuwe zuiveringsstappen zijn ingevoerd om te voorkomen dat er (dode) virussen in de bloedeiwitten achterblijven. Het Aids-virus en het hepatitis-C-virus zijn het afgelopen decennium belangrijke bedreigingen geweest voor de gezondheid van hemofiliepatienten.

Bij de presentatie van het jaarverslag 1990 van het Centraal Laboratorium voor de Bloedtransfusiedienst (CLB) van het Rode Kruis in Amsterdam zijn vier maatregelen bekend gemaakt om het plasmatekort, dat in vier jaar vijf maal zo groot werd, terug te dringen. Het CLB is een onderzoek- en produktie-instiuut waar het plasma van alle regionale bloedbanken wordt verwerkt tot geneesmiddelen zoals factor VIII, verschillende immunoglobulinen en albumine.

De helft van het plasmatekort verwachten de bloedbanken op te vangen door behalve de gewone bloeddonatie de plasmaferese toe te passen. De donor ligt dan aan een apparaat dat plasma en bloedcellen scheidt. De bloedcellen worden weer teruggevoerd naar de patient.

CLB-directeur prof.dr. E.J. Ruitenberg: “Wij hopen datveel donors daar aan mee wil werken. Het afnemen duurt iets langer en is daardoor belastender. Maar plasmaferese voorkomt de ethisch ongewenste situatie dat we bloedcellen niet gebruiken en het bloed uitsluitend afnemen om de eiwitten in het plasma.”

Van de 22 regionale bloedbanken zullen 15 op korte termijn de techniek toepassen. Ruitenberg: “Ik denk dat het vinden van de juiste organisatievorm en financiering het begin van de plasmaferese wel vier tot zes maanden heeft vrtraagd. Toch, als je bedenkt dat er 1.200 hemofiliepatienten in Nederland zijn, vind ik het fascinerend wat daarvoor terecht wordt opgezet.”

Een tweede maatregel die dit jaar ingaat is dat de bijna 600.000 Nederlandse bloeddonoren jaarlijks eenmaal vaker bloed mogen geven: mannen viermaal, vrouwen driemaal. De maximumleeftijd voor het donorschap is verhoogd van 65 naar 70 jaar. Nederland neemt daarmee de internationale richtlijnen over. Die maximumcapaciteit wordt overigens bij lange na niet benut. De 600.000 onors gaven vorig jaar ongeveer 800.000 bloedgiften. Het CLB ontving 165.000 liter plasma. De rest (40.000 liter plasma) werd door de regionale bloedbanken zelf gebruikt. Het CLB probeert om dat gebruik van plasma in de Nederlandse ziekenhuizen terug te dringen. En ten slotte voert het CLB in 1992 een nieuwe zuiveringstechniek voor factor VIII en andere bloedeiwitten in die zuiverder preparaten in een hogere opbrengst garandeert.

CLB-directeur Ruitenberg: “De plasmaferese is didelijk de maatregel die het meest oplevert. We houden dit jaar nog rekening met een gat van ruim 20.000 liter plasma en zijn met zusterorganisaties in gesprek om het tekort aan factor VIII dat bij ons dreigt op te vangen.”

Inmiddels testen twee Amerikaanse farmaceutische industrieen een met de recombinant-DNA-techniek in zoogdiercellen bereid menselijk factor VIII eiwit bij mensen. Betekent dit dat de inspanning om extra plasma te verzamelen maar tijdelijk is?

Ruitenberg: “Dat staat nog te bezien. Optimisten schatten dat het recombinant factor VIII in 1992 of 1993 op de markt komt. Naar verwachting zal het twee tot vier maal zo duur zijn als factor VIII uit bloed. Bovendien moet nog blijken of het recombinant-eiwit echt in staat is net zo subtiel zijn werk te doen in de bloedstolling als het uit bloed gewonnen produkt. Factor VIII is namelijk een erg moeilijk eiwit om te maken.”