De tijdgeest betrapt

Marktbewuste dominees op zoek naar nieuwe gelovigen, leiders van sterk verliezende politieke partijen, hooggeleerde wetenschappers op jacht naar trendbewuste onderzoeksthema's. Allen zijn zij op zoek naar de kern van de tijdgeest, dat ongrijpbare fludum dat vervliegt zodra men het te pakken denkt te hebben. Nog nergens kwam ik een geschrift tegen waarin het was gelukt om dit fludum te fixeren, totdat ik op een Bijenkorfgids van april 1991 stuitte. Het warenhuis prijst zijn waren niet alleen aan door kleurige foto's, maar laat ze vergezeld gaan van een in luchtige taal geschreven verhaaltje, waar geen enkele universitaire vakgroep sociologie tegenop kan.

Neem het mini-essay 'De jurk van Joke'. Een 'zwierige, voile zomerjurk'. Onder een grote foto van Joke lezen we hoeveel zorgen Jokes moeder om haar had toen ze nog een klein meisje was. Joke wilde niet met poppen spelen, wilde niet in bad, verafschuwde roze jurkjes en witte sokjes. “En toen voltrok zich het wonder van de puberteit: Joke kreeg rondingen, lang haar en een vriendje. Ze schreef zich in voor een modellenwedstrijd en won de eerste prijs. Joke loopt nu shows in Parijs, Milaan, New York. Haar liefste kledingstuk?” Inderdaad, een bloemetjesjurk die oma in haar tijd niet had misstaan. Hier wijst de Bijenkorf-socioloog op niet minder dan een revolutie in de ontwikkeling van kind tot volwassene. Tot voor kort bestond het wonder van de puberteit immers uit een onverzoenlijke recalcitrantie tegen ouderlijke en andere autoriteiten. Die tijd ligt achter ons als we naar Joke en haar generatiegenoten kijken: de puber anno nu gedraagt zich als een oudere jongere en kleedt zich ook zo.

Dat trouwen weer geheel en vogue is, is natuurlijk al langere tijd ook buiten de burelen van het warenhuis bekend. Toch slaagt de reclamefolder erin een nog tamelijk onbekende variant te ontdekken. De tekst verwijst naar een exclusieve bank van Jan des Bouvrie. Dat gaat zo: “Hij is kok, zij fotografe. Samen woonden ze allang, maar met de komst van hun tweede kind besloten ze alsnog te trouwen. En dan wel met alles erop en eraan. Koetsen, bruidsjonkers en veel champagne. Op het feest dat tot de vroege ochtend duurde, werd iedereen gevraagd te poseren op hun driezits-bank die door haar prachtig was uitgelicht.”

Jans driezits-bank was natuurlij het huwelijkscadeau voor beide yuppen, die veel langer dan Joke-met-de-jurk op het verkeerde pad waren, maar met wie het uiteindelijk toch nog goed kwam.

Wie overigens mocht denken dat in deze nieuwe wereld alle rangen en standen verdwenen zijn komt voor een verrassing te staan. Men leze “Vriendje van vroeger”. De naamloze hoofdfiguur van deze geschiedenis herinnert zich daar Tim, een vriendje met wie hij als kind altijd speelde tijdens de Paasvakantie, op de rietgedekte boerderij van tante Buwalda. “Als ik dan weerterug moest 'naar de grote stad', stond Tim me uit te zwaaien in z'n versleten blauwe overall, op afgetrapte klompjes, stroblonde kuif wapperend in de wind.” Arme boeren of gedeklasseerde middenklasse, vader schoenmaker die het niet rooide en op de sigarenfabriek moest gaan werken. Dat was Tim zo ongeveer, suggereert de tekst. Daarna was Naamloze Hoofdfiguur Tim jaren uit het oog verloren. De eerste maakte razensnel carriere in de grote stad en bracht het zelfs tot tekstschrijver van Bijenkorffolders.

Maar wie schetst zijn verbazing toen hij onlangs Tim op een receptie tegenkwam: “Tim keurig in 't pak, met overhemd, fraaie das en verantwoorde herenaccessoires. Hij zag er werelds uit... die Tim.”

Ach god, zie je Naamloze Hoofdfiguur denken, die Tim heeft zich zowaar opgewerkt. Ontroerend! En inderdaad, Tim heeft zich de status van Bijenkorfclient verworven en zich rap in zo'n nieuwerwets kostuum met overhemd in schreeuwerige kleuren en bijpassende das ehesen.

Maar suggereert de uitdrukking 'die Tim' niet zonneklaar dat de naamloze schrijver zich mijlenver boven de boerenzoon verheven voelt?

Waarschijnlijk loopt hij ongeveer in dezelfde uitmonstering als Tim op die receptie. Er lijkt me voor hem dan ook niet veel anders op te zitten dan zich snel naar de Society Shop te begeven om een geheel nieuwe garderobe aan te schaffen.

Zou de Bijenkorfdirectie zich hiervan bewust zijn? Zo worden de stamgasten van de Bijenkorf immers de winkel uitgejaagd, ter(JHwijl het de potentiele nieuwe klanten als geemancipeerde boerenkinkels afschildert.

De tekstschrijver treft hier geen blaam. Zonder zich iets aan reclamedoeleinden gelegen te laten liggen, heeft hij op integere en vakkundige wijze de tijdgeest beschreven.