Bloed, altijd bloed in Afrikaanse poezie

Vanavond lezen vanaf 20.00 uur in de Doelen: Niyi Osundare (Nigeria); Sylva Fischerova (Tsjechoslowakije), Adrian Henri (Engeland), Uwe Kolbe (Duitsland), Antonio F. Molina (Spanje) en Bert Schierbeek (Nederland).

ROTTERDAM, 25 JUNI. “Afrika, Afrika.” Het waren de laatste, zacht gezongen woorden van de eerste voorleesavond van et 22ste Poetry International. Lamine Konte zong ze bij zijn kora, een snaarinstrument met een hard opzwepend geluid. Hij trad op na tien andere Afrikaanse dichters, als 'een toetje daartoe' zoals Breyten Breytenbach zei.

Breytenbach presenteerde samen met Adriaan van Dis al die verschillende dichters uit al die verschillende landen van dat ene reusachtig grote continent. Afrika. Hoe weinig weten de meesten van ons ervan. Hoe moeilijk is het dan om iets van de poezie die daarginds geschreven wordt te vinden. Laten we maar niets vinden voorlopig.

Laten we deze week maar luisteren. Overigens verbazend zo verstaanbaar als Afrikaanse poezie is. Vrijwel iedereen schrijft in het Frans of Engels, Afrikaanse talen werden maar weinig gehoord. “We hebben zoveel eigen talen dat we wel een vreemde taal moesten kiezen om onderling te spreken,” zei Francis Bebey ironisch.

Adriaan van Dis moedigde het publiek aan om nu eindelijk eens de Afrikaanse literatuur te gaan lezen. 'U zult er geen spijt van krijgen,' zei hij toen hij Chenjerai Hove aankondigde, uit Zimbabwe.

Hove las, net als de meeste dichters, slechts een gedicht voor. Het heette 'I will not speak'. Hij herhaalt daarin steeds dat hij niets zal zeggen, hoeveel verschrikkingen hij ook zal zien, horen, meemaken.

“i will not speak- when the presidential speech spills blood- on the streets where i walk.”

Geweld, dood, onderdrukking - het zijn onderwerpen die in alle gedichten terug keren of ze nu geschreven werden in Kameroen, in Sierra Leone, in Ghana, Nigeria, Kenia of Zuid-Afrika. Wie er ook leest, je hoort de woorden 'bones', 'corpses', 'blood, always blood', 'my brothers', 'freedom'. Het leven in Afrika laat zo te horen weinig ruimte om het over iets anders te hebben. Er woeden op dit ogenblik dertien oorlogen in Afrika hielp Van Dis ons herinneren.

Soms zegt iemand dan maar even niets en blaast gewoon wat op een fluit. Een pygmeeenfluit waar maeen toon uit komt. Ter afwisseling van de ene geblazen toon zingt Francis Bebey uit Kameroen andere tonen.

Hij knipt er ritmisch bij in zijn vingers. Het is wonderlijk mooi. Niyi Osundare uit Nigeria is de gelukkigste man van de week: enige uren geleden heeft hij per fax te horen gekregen dat hij de Noma-award, de belangrijkste literaire prijs van heel Afrika heeft gewonnen. Hij laat de zaal zingen: aba mu re re. Niemand weet wat het betekent.

De komenweek zal elke avond een van de Afrikaanse dichters nog eens voor lezen. Zodat we ze beter kunnen leren kennen.