Beursschandaal in Japan weggeebd

ROTTERDAM, 25 JUNI. Geheel volgens traditie hebben de media in Japan de gisteren wegens schandalen afgetreden presidenten van twee grote Japanse effectenhuizen, Nomura en Nikko, aan de schandpaal genageld en het ministerie van financien verweten onvoldoende toezicht te houden op de praktijken van de grote Japanse effectenhuizen.

De presidenten van Nomura en Nikko, 's wereld grootste en op twee na grootste effectenhuizen, traden gisteren af na georkestreerde beschuldigingen in de Japanse media dat ze banden onderhielden met de Japanse onderwereld en rijke clienten compensatie hadden gegeven voor geleden koersverliezen op de beurs van Tokio.

De twee andere grote Japanse effectenhuizen, Daiwa en Yamaichi, nummer twee en vier in de wereld, hebben inmiddels toegegeven soortgelijke compensatie aan rijke klanten verleend te hebben.

De presidenten van Nomura n Nikko betuigden hun diepe spijt. De president van Nomura blijft als vice-president aan zijn effectenhuis verbonden.

Japans minister van financien, Ryutaro Hatshimoto, verklaarde tegenover een Japanse krant de affaire “werkelijk betreurenswaardig”

te vinden en zich “persoonlijk ellendig” te voelen. Hatshimoto ziet zichzelf als toekomstig minister-president en was de drijvende kracht achter de speciale bijeenkomst van de ministers van financien en centrale bankpresidenten van de G-7 afgelopen zondag in Londen. Volgens ingewijden zocht Hashimoto met het oog op het premierschap daarom het wereldtoneel.

Een woordvoerder van Japans ministerie van financien zei vandaag dat strafmaatregelen tegen Nomura en Nikko worden overwogen, zoals tijdelijke opschorting van hun activiteiten.

De Japanse media roepen vandaag in koor om een onafhankelijke toezichthouder, zoals beurzen in het Westen die kennen. Oo wordt gevraagd om versnelling van de tot nu toe slepende hervorming van Japans financiele systeem die in 1985 is begonnen en feitelijk maar een wapenfeit heeft opgeleverd: het vrijlaten van de depositorente van de banken waardoor een eind is gekomen aan de naoorlogse periode van 'goedkoop' geld. Japanse media laten altijd zulke geluiden horen als weer eens een schandaal aan het licht treedt.

In de nog altijd zeer confuciaanse Japanse samenleving staan financiele instellingen - zoals ef(JHfectenhuizen - niet bepaald in hoog aanzien. Japanse media zijn vooral verontwaardigd dat kleine beleggers geen compensatie krijgen voor koersverliezen maar grote, rijke beleggers wel. Minder morele aandacht lijken de connecties te trekken die de beschuldigde effectenhuizen onderhielden met een van Japans notoire gangsters, van wie de afgetreden presidenten zeggen dat ze niet van zijn identiteit op de hoogte waren toen hun huizen zaken met hem deden.

Op de beurs van Tokio lijkt vandaag de rust hersteld te zijn n de val van 2,1 procent gisteren die vervolgens wereldwijd voor onrust zorgde op de beurzen. Volgens waarnemers is het nieuws bijna even snel weggeebd als het in de wereld kwam en is men in Japan weer overgegaan tot de rituelen van de dag.