Bambini

Een zonnige dag, en de kleine wordt even uitgelaten op het balkon. Enthousiast begint hij te roepen naar de man die bij het belendende palazzo nieuwe rolluiken aanbrengt, en al snel ontwikkelt zic een primitieve dialoog. Zoals veel Italianen is de man verrukt van onze kleine biondino, en deze reageert met luide bijval op iedere hamerslag. Complimenti met uw zoontje, zegt de man als mijn vrouw komt kijken wat die herrie te betekenen heeft. En even later, als hij haar dikke buik ziet: “Toe maar. Nog een kind op komst. Het gaat u zeker goed.”

“U bent een van de weinigen”, zegt hij even later, enthousiast over de komst van een nieuw omeintje. “De meeste Italianen houden het bij een kind, of zien er helemaal van af.”

“Maak meer kinderen”, riep vice-premier Martelli toen in april bekend werd dat Italie het laagste geboortencijfer van de EG heeft en een der laagste ter wereld: 1,29 kind per vrouw, tegen 1,85 voor Groot-Brittannie en 2,1 voor Ierland. De daling is snel gegaan: in 1960 waren de cijfers voor Italie nog 2,41 kind per vrouw, tien jaar geleden 1,69 kind.

Het lijkt paradoxaal, want er zijn weinig landen waar mensen zo enthousiast kunnen doen over andermans kind als in Italie. In de eerste levensmaanden van mijn zoontje was een wandeling in het park met hem een bezoeking, zo vaak moest hij worden bewonderd en aangehaald. Zelfs opgeschoten jongens hielden stil om hem over zijn bol te komen aaien. Een Nederlandse vrouw hier die even naar het vaderland was geweest met haar baby zei: “Ik ben blij dat ik weer terug ben. In Nederland vindt iedereen een kindje maar doodgewoon. In Italie laten ze tenminste zien dat ze het leuk vinden”.

Dat een kind iets bijzonders is geworden heeft volgens de onderzoekers een reeks oorzaken: veel jongeren blijven lang bij hun ouders wonen, vaak tot ze over de dertig zijn; vrouwen stellen hun eerste kind uit om carriere te maken; welgestelde Noorditalianen wegen een kind af tegen een auto.

In gesprekken met Italianen wordt steevast maar een reden genoemd: het is te duur. Met een stem vol jaloezie zei een Italiaanse vrouw van 27, lerares, toen ze hoorde over de eerste zwangerschap: “Ik zou ook wel een kind willen, maar we hebben het geld er niet voor”. Haar man heeft ook een baan, maar Italie is een duur land met slechte algemene voorzieningen. Voor mensen met kinderen komt dat extra hard aan.

Het dagelijkse eten en drinken is hier een kwart tot de helft duurder dan in Nederland, iets wat iedere toerist die de moeite neemt de dragen in lire om te rekenen zal ervaren. Een potje babyvoeding kost 3,50, een pak melk 2,25, een kilo tomaten bijna vijf gulden.

Daarbij komt dat Italie in zijn voorzieningen een bijzonder kind-onvriendelijk land is. Zaken als muziekles, een sportclub kosten hier steevast een veelvoud van wat zij in Nederland zouden kosten.

Bibliotheken, speel-o-theken? Ze bestaan nauwelijks. Een dagje naar het zwembad, een gat van 20 meter? Bijna twintig gulden. Scholen? Wie het enigszins kan betalen doet zijnnd op een particuliere school. Maar deze sturen hoge rekeningen: een Italiaanse peuterschool in mijn wijk vraagt voor halve dagen 350 gulden per maand.

Een Italiaanse boer vertelde me eens, achter een glas eigengemaakte wijn, dat er twaalf jaar verschil tussen zijn twee dochters zit. Een mislukte cotus interruptus, nog altijd het meest gebruikte 'anticonceptiemiddel' in Italie? No no, zegt de boer. Ik had alleen geen geld om twee kinderen tegelijk op schote hebben.

“Vanuit het oogpunt van de sociale voorzieningen kost een extra kind in Italie veel meer dan in Frankrijk of in Zweden”, schreef La Stampa in een commentaar op het gedaalde geboortencijfer. Het Istat, het Italiaanse bureau voor de statistiek, heeft becijferd dat een kind hier per maand 650.000 lire kost, ruim duizend gulden. Nu heeft Italie nog 58 miljoen inwoners. Maar als de tendens doorzet zijn dat er in 2025 nog maar 51 miljoen. Het antwoord op Martelli's opr om meer kinderen te maken was dan ook: zorg eerst maar dat ze betaalbaar worden.