Willem Breuker wil een zoen van Hare Majesteit

Een typisch geval van status-in consistentie, dat is bijna onvermijdelijk het oordeel over componist, orkestleider en saxofonist Willem Breuker, gisteren te zien in de vierde aflevering van VPRO's Zomergasten.

Hoewel Breuker meer heeft bereikt dan welke Nederlandse jazzmusicus dan ook, een continu gesubsidieerd Kollektief, een eigen platenlabel en bekendheid tot in alle uithoeken van de wereld, speelt hij nog steeds de verschoppeling.

Niemand begrijpt zijn 'gedoe' ofwel 'herrie', hij moet maanden op zijn 'poen' wachten terwijl WVC hem opbelt in plaats van brieven te sturen.

Breuker lijkt oprecht vertoornd.

Toch klopt er iets niet, of beter gezegd, er klopt een heleboel niet.

Hoe kan het zijn dat een onbegrepen musicus nooit om een optreden heeft hoeven bedelen, zoals Breuker driftig onderstreept ? Hoe is hij zo ver gekomen ? Wie zijn eigenlijk de mensen die hem tegenhouden ?

Gastheer Peter van Ingen stelt de vraag, herhaalt hem, maar laat zich ten slotte afschepen. 'Socialisten houden niet van kunst' stelt Breuker losjes vast en dat verklaart blijkbaar alles.

Nadat Van Ingen even later dapper heeft vastgesteld dat Willem Breuker, ex-voorzitter van de SJIN, ex-Kunstraadlid van de gemeente Amsterdam en ex-lid van tal van andee commissies, net zo'n 'regent' is als de kunstpausen tegen wier schenen hij driftig aanschopt, mist hij een kans voor open doel. De vraag namelijk die heel kijkend Nederland zich langzamerhand stelt: wat wil die Breuker nu eigenlijk ?

De logica van die vraag vloeit voort uit twee door Breuker uitgekozen filmfragmenten: het interview van Maartje van Weegen met prinses Juliana en prins Bernhard en de niet minder beroemde ontvangst van orkestleider Edward 'Duke' Ellington door de Amerikaanse president Richard Nixon in april 1969. Is dat misschien wat Willem Breuker wil, een Koninklijke Onderscheiding, opgespeld door een Majesteit zelf, misschien nog met een Royale Zoen erbij ? Het is niet zeker maar wel waarschijnlijk.

Zo dubbelzinnig als Breuker zich uit, zo eenduidig zijn de door hem gekozen fragmenten: muziek en theater, daar draait zijn leven om.

Louis Armstrong met Leonard Bernstein, Wim T. Schippers, Bertolt Brecht, Han Bennink en Misha Mengelberg, ex-keizer Bokassa van Centraal-Afrika, zij allen hebben met Breuker een opvatting gemeen: er moet op het podium wel wat te zien zijn, anders kunnen we wel een plaat opzetten.