Wilde kaart

EEN LASTIGE MAN in een bus. Een routineklus voor de politie. Maar in maart liep een dergelijke melding in Amsterdam wel uit op een incident waarbij de orderverstoorder de dood vond terwijl twee politiemensen zwaar werden gewond. Dit illustreert dat het minder eenvoudig is dan wordt voorgesteld om politiewachten aan te stellen voor situaties “die van te voren redelijkerwijs zijn in te schatten”. Het kabinet worstelt nog met een behoorlijke formule voor dit soort politie-assistentie, maar de hoofdcommissarissen van de drie grote steden hebben al een uitgewerkt plan klaar dat voorziet in 1500 halfwas-agenten. Hoewel halfwas?

Zij moeten worden uitgerust met volledige opsporingsbevoegdheid. De Amsterdamse korpschef Nordholt denkt er zelfs over ze te voorzien van een vuurwapen. Halfwas zijn wel de honorering en daarmee de intree-eisen en de opleiding. Dat is minder aanlokkelijk voor de burger dan wellicht lijkt. In veel gevallen is het zijn woord tegen dat van de agent, maar dit laatste heeft dan wel dubbele bewijskracht.

Daarbij hoort een volledige training en dat geldt helemaal voor wapengebruik.

DAT DE KORPSCHEFS de directe inzet van de politie willen vergroten verdient van harte instemming. Dat was ook precies de bedoeling van de grootscheepse innovatieprogramma's die het afgelopen decennium zijn gestart: de politie weg vanachter het bureau en de straat op. Bij al hun theoretische meningsverschillen zijn de politie-onderzoekers Horn en Cozijnsen het er in een recent nummer van het blad Justitiele Verkenningen over eens dat daarvan weinig terecht is gekomen. Zij signaleren “apathie” en “moeheid”. Deze verschijnselen vormen een managementsprobleem dat de korpschefs zich als eersten mogen aantrekken. Zeker in het licht van de constatering van twee andere politiedeskundigen in dezelfde publikatie “dat de produktiviteit van de politie zestig a zeventig procent moet kunnen stijgen met dezelfde bezetting”.

Mogen we daar eerst eens op afrekenen - zoals dat in het moderne politiemanagementsjargon heet - in plaats van een wilde kaart uit de goudgegallonneerde mouw te schudden?