Vakantie

Vader: “Wij wilden dit jaar naar het Gardameer gaan. We kunnen een schitterend huis huren vlakbij het meer.”

Dochter: “Leuk.”

Vader: “Je kunt vanuit de tuin praktisch zo het meer induiken. We hebben een ligweide voor onszelf.”

Dochter: “Jullie kunnen het niet beter treffen.”

Vader: “Er is een klein plaatsje in de buurt, erg gezellig, veel jongelui ook, veel disco's dus.”

Dochter: “Klinkt goed.”

Vader: “En het is de bedoeling dat we niet meer zo'n vreselijk vermoeiende autoreis maken waar jij altijd zo'n hekel aan hebt gehad.”

Dochter: “Schei uit! Altijd wagenziek, vooral de eerste uren. Ik kan het uittekenen: mama met zo'n plastic kotszakje op schoot en maar tegen me aanpraten om me af te leiden. En jij maar roepen: 'Nu niet!”'

Vader: “Precies. Daarom willen we het dit jaar anders doen. Het wordt de trein of het vliegtuig.”

Dochter: “Maar in de trein heb je wel erg weinig pivacy. Een of andere vieze kerel met zweetvoeten die boven je ligt te winden - trekt jullie dat?”

Vader: “Maar je kunt tegenwoordig ook slaapcoupes voor drie personen krijgen.”

Dochter: “Wat moeten jullie nou met een slaapcoupe voor drie personen?”

Vader: “Nou, gewoon, voor je moeder, voor mij en voor jou.”

Dochter: “Voor mij?”

Vader: “Natuurlijk, waarom niet?”

Dochter: “Ben ik vorig jaar dan niet duidelijk genoeg geweest?”

Vader: “Hoe bedoel je?”

Dochter: “Nou, dat het de laatste keer is geweest. Dat ik niet meer met jullie meega.”

Vader: “Ach, kom, dat was toch een bevlieging.”

Dochter: “Ik meende het, pa.”

Vader: “Vond je het dan niet gezellig met ons?”

Dochter: “Dat heeft er niets mee te maken, dat heb ik je toen ook gezegd.”

Vader: “Ik begrijp je niet. Je kunt doen en laten wat je wilt. We leggen je geen strobreed in de weg. Alles wordt voor je betaald, je mag uitslapen, je mag naar de disco, en tegen vriendjes hebben we ook nooit bezwaar gemaakt.”

Dochter: “Weet je nog van die Griekse jongen, pa?”

Vader: “Die taxichauffeur?”

Dochter: “Die er volgens jou alleen maar op uit was om blondjes te pakken.”

Vader: “Heeft ie nog wel eens geschreven?”

Dochter: “Nou word je vuil, pa.”

Vader: “Ik ben realist. En ik wil alleen maar weten: waarom wil mijn 17-jarige dochter niet meer mee?”

Dochter: “Dat kun je toch wel begrijpen!”

Vader: “Nee, daar begrijp ik niets van. Toen ik zo oud was als jij, vond ik het nog een feest om met mijn ouders mee te gaan. Ik kwam voor het eerst van mijn leven in Spanje. Een belevenis!”

Dochter: “Ik was vijf toen we naar Benidorm gingen.”

Vader: “Ik heb nog steeds geen antwoord gekregen.”

Dochter: “Je vraagt naar de bekende weg.”

Vader: “Je kunt toch nog wel een keertje...”

Dochter: “Nee.”

Vader: “Schaam je je soms voor ons? Vind je het kinderachtig om met ons gezien te worden? Is zo'n gezinnetje eigenlijk maar een beetje kleinburgerlijk voor mevrouw?”

Dochter: “Dit moest toch eens gebeuren? Ik heb me ook al ingeschreven voor een studentenflat. Over tien maanden krijg ik er een. Ben je nou boos?”

Vader: “Ik had gehoopt dat je dit eerst met ons zou overleggen.”

Dochter: “Vader is niet boos, vader is bedroefd.”