Stockholder bouwt poezie uit rotzooi van de nieuwe wereld

Tentoonstelling: Saint Clair Cemin-Jessica Stockholder. T-m 28 juli in Witte de With, Witte de Withstraat 50, Rotterdam. Di. t-m zo. 11-18 u.

Vancouver 1983. De 24-jarige Jessica Stockholder spijkert in haar vaders achtertuin een tweepersoons matras tegen de gge. De matras schildert ze rood. Een paar vierkante meter gras, onkruid en klimop op de grond ervoor maakt Jessica blauw. Een kastdeur bevestigt ze haaks op het schuine dak. Daarnaast legt ze een gedeeltelijk afgewikkelde rol kippegaas.

Welke beweegredenen gingen er schuil achter deze opmerkelijke daad? Ouders net gescheiden? Wilde ze het huis uit worden gezet? Wilde ze oit meer een vriendje? Of deed ze het voor de mooiigheid?

Met Installation in my father's back yard zette Stockholder haar eerste stap in de hedendaagse kunst. De installatie in de tuin was niet alleen de eerste maar tevens ook de laatste die ze in de openlucht realiseerde. Voortaan sleepte ze alle mogelijke rotzooi - meest bouwmaterialen, maar ook koelkastdeuren, nachtkastjes, sinaasappelen en tennisballen - het museum of de galerie in.

Kunstcentrum Witte de With in Rotterdam toont Making a Clean Edge, een reconstructie van een eerdere versie uit 89; Near Weather Wall, een installatie speciaal gemaakt voor Witte de With en een aantal kleinere sculpturen van de afgelopen drie jaar.

Al met haar eerste installatie maakte Stockholder duidelijk over een wil van uitzonderlijk kaliber te beschikken. Al haar bouwwerken hebben een opvallend sterke aanwezigheid. Op het eerste gezicht lijkt het alsof Laurel en Hardy een klus hebben afgeleverd. Modern beunhazenwerk gemaakt van aluminiumprofielen, gipsplaten, piepschuim en bouwhout, dat in elkaar gezet is met schietspijkers en kruisschroeven en plakband van hoogwaardige kwaliteit. Lange schroeven overbruggen een kier en halen maar net de overkant.

De constructies zijn gemaakt bijna zonder hamer en zeker zonder schroevedraaier, maar met een draadloze boormachine en andere aanwinsten uit de bouwwereld. Op zich is dit weinig opzienbarend. Haar werk zou dan ook eenvoudigweg als een kritiek op de moderne samenleving kunnen wordeopgevat; als een anarchistische opstand tegen het functionalisme. Het bijzondere is echter dat Stockholder poezie uit de materialen van de nieuwe wereld weet te halen.

Opgegroeid in het 'sheetrock' (gipsplaten) tijdperk, groepeert ze haar materiaal op haast impressionistische wijze. Als de sheetrock Rodin van het huidige fin de siecle beplakt zij haar bouwsels met kranten en voorziet zij ze van kleurvlakken. Ze wil het onmogelijke en krijgt het nog voor elkaar ook.

Van bijna tegengesteld karakter is het werk van de in Brazilie geboren beeldhouwer Saint Clair Cemin (1951), die gelijktijdig met Stockholder in Witte de With exposeert. Opgeleid in Parijs, verblijft hij sinds 1978 in New York.

Cemin maakt half-herkenbare figuraties van mens, dier en gebruiksvoorwerpen in brons en dure houtsoorten. Op brons rustte in de hedendaagse kunst lange tijd een vloek, maar het beleeft nu een ware come-back. Cemin zoekt het schone in het verhevene en citeert daarvoor vol ovgave. Zijn beelden komen al bij voorbaat als Kunst over en dan is er meestal iets mis mee.

Cemin legt een bijna beangstigend respect voor de kunstgeschiedenis aan de dag. Verstrikt als hij zit in de traditie van de beeldhouwkunst weet hij zelf geen positie in te nemen. Hij sluit aan in de lange rij van post-modernisten, die je de indruk geven dat de kunst in het slop zit. Toch is het mogelijk om ook nu nog opzien te baren. Dat wordt wel bewezen een eta boven Cemin's brons door de ontwortelde dame uit Vancouver.