Stilte voor de storm in Joegoslavie

ZAGREB, 24 JUNI. De stad Zagreb ademt, aan de vooravond van de gebeurtenissen die deze week zijn te verwachten en waarvan de gevolgen onvoorspelbaar zijn, een welhaast onwaarschijnlijke rust. Bij het parlement staan in historische kostuums gehulde gardisten te wachten op de toeristen die Joegoslavie dit jaar slechts mondjesmaat bezoeken.

De deelrepublieken Kroatie en Slovenie zullen deze week uit de Joegoslavische federatie treden. De politieke leiders lijken alleen nog maar met afgemeten, vormelijke communiques naar buiten te treden.

Algemeen is de ontsteltenis in Zagreb over het volslagen gebrek aan steun van buiten voor de nationale plannen van Kroatie. Velen hadden ten minste erkenning uit Oostenrijk verwacht, maar die blijft uit, zo menen westerse waarnemers, omdat Oostenrijk lid wil worden van de EG en niet tegen het standpunt van de Europese gemeenschap wil ingaan.

De presidenten Franjo Tudjman van Kroatie en Milan Kucan van Slovenie hebben dit weekeinde in Zagreb definitieve afspraken over de uittreding gemaakt. De leiders van de opstandige republieken betoonden zich andermaal ongevoelig voor druk van onder andere de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap om de eenheid van Joegoslavie te bewaren en langs de weg van verdere onderhandelingen een oplossing te vinden voor de problemen in deze federatie van zes deelrepublieken.

Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog dreigt zo deze week een Europese staat uiteen te vallen. In een verklaring aan het Kroatische persbureau Hina noemde de Sloveense president het overigens “redelijk en logisch” dat geen land zich thans al bereid heeft verklaard de twee nieuwe onafhankelijke staten te erkennen. Na de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring deze week ontstaat echter een “nieuwe situatie voor de wereld”, aldus Kucan. Kroatie en Slovenie zullen in ieder geval elkaars onafhankelijkheid als 'soevereine staten'

erkennen, en ten nauwste samenwerken op het gebied van defensie, buitenlandse zaken en economie.

Slovenie zal woensdagavond de onafhankelijkheid afkondigen tijdens een plechtigheid in de hoofdstad Ljubljana. Aangezien Slovenie en Kroatie dit weekeinde aankondigden hun stappen te coordineren, wordt verwacht dat Kroatie diezelfde avond zal volgen. Kroatische functionarissen wilden dat gisteren echter niet bevestigen.

Pag. 5

Angst voor provocaties Servie

Wel kondigde de Kroatische president Tudjman in een zitting met de 'Hoge raad van staat' in Zagreb aan, dat haast zal worden gemaakt met de onafhankelijkheid, aangezien 'nieuwe pocaties' te verwachten zouden zijn van de kant van de deelrepubliek Servie. Hij doelde daarbij onder andere op een vraaggesprek van de Servische televisie met de Kroatische premier Josip Manolic, waarin de interviewer Kroatie ervan beschuldigde 'zich te willen afscheiden' van Joegoslavie. De weerspannige republieken hanteren zelf de term 'uittreding', omdat zij menen dat 'afscheiding' als een ongrondwettigdaad kan worden uitgelegd en het federale Joegoslavische leger een excuus voor ingrijpen zou kunnen bieden.

Joegoslavie ontstond in zijn huidige vorm in 1918 en droeg aanvankelijk de naam 'Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen'. De overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog voegden een aantal delen uit het door hen geliquideerde Oostenrijk-Hongaarse rijk samen met een aantal zuidelijker streken die in de negentiende eeuw moeizaam zelfstandigheid van het Turkse, zogeheten Otmaanse imperium hadden verworven. Men hoopte het gebied daarmee ook in de toekomst te vrijwaren van spanningen die, aangewakkerd door rivaliserende grootmachten van buiten, tot de twee Balkan-oorlogen hadden geleid en ook de aanleiding vormden tot de Eerste Wereldoorlog. Aanvankelijk waren de elites van de voornaamste volkeren, onder invloed van de 'panslavische' gedachte, zeer enthousiast voor deze vereniging, maar al in de jaren twintig openbaarden zich bijna onoplosbare problemen,et name tussen Serviers en Kroaten.

De Serviers zagen en zien zichzelf als het leidende volk binnen het Joegoslavische bestel, zij hangen in meerderheid het orthodoxe christendom aan, hebben een met hun geschiedenis van verzet tegen de Turken verband houdende, strijdlustige mentaliteit en zijn relatief arm. De meer welvarende Kroaten en Slovenen zijn overwegend katholiek en hebben een andere politieke cultuur, waarin de Oostenrijkse bestuurscultuur n bespeurbaar is. Nadat Joegoslavie zich in de jaren twintig en dertig steeds meer had ontwikkeld tot een land van politieke moorden en dictatuur, kozen Kroaten en Serviers een verschillende kant bij de Duitse opmars aan het begin van de Tweede wereldoorlog. In Kroatie ontstond een fascistische vazalstaat, die verantwoordelijk was voor de liquidatie van honderdduizenden Serviers, en waarmee de thans ontstane Kroatische republiek door sommigen gelijk wordt gesteld.

Onder de communistische ider Tito, die met zijn partisanenbeweging in 1943 de republiek uitriep, kreeg Joegoslavie een federale structuur en verdwenen de nationale tegenstellingen geruime tijd van de politieke agenda. Na Tito's dood in 1980 namen ze echter weer toe, en sinds de eerste democratische verkiezingen vorig jaar in de republieken zijn kwesties van nationale onafhankelijkheid overal in Joegoslavie op de voorgrond komen te staan. De Sloveense en Kroatische afkeer van verdere samenwerking met Servie we aanvankelijk met name gevoed door de gewelddadige wijze waarop Servie een eind heeft gemaakt aan de autonomie van de voornamelijk door Albanezen bewoonde Servische provincie Kosovo.

Kroatie en Slovenie hebben aangekondigd ook na hun uittreding bereid te zijn met de andere republieken te onderhandelen over een toekomstige Joegoslavische staatsvorm, die dan niet meer een federatie, maar een verbond of confederatie van onafhankelijke soevereinrepublieken zou kunnen zijn. De twee presidenten riepen na hun treffen zaterdag andere republieken ook op om zich bij hun streven aan te sluiten. Voorshands echter betekent hun stap het einde van maandenlang vruchteloze onderhandelingen tussen de zes republieken, waarbij Servie en Montenegro het opgeven van de federatie steeds van de hand hebben gewezen. De overige republieken, Bosnie-Herzegovina en Macedonie, zijn niet tegen meer onafhankelijkheid, maar vrezen zelf - gezien hun zeer gemeleerd bevolkingssamenstelling - het voornaamste slagveld te worden, als het conflict in een burgeroorlog ontaardt.

Eerder dit jaar bestond een aantal malen de verwachting dat het door voornamelijk Servische officieren gecontroleerde leger in het binnenlands conflict zou ingrijpen, of de macht aan zich trekken. De afgelopen weken heeft het leger zich evenwel op de achtergrond gehouden. Wel hebben, volgens de Kroatische televisie, militaire piloten twaalf vliegtuigen 'gekaapt' die aan de gn. 'territoriale eenheden' toebehoorden, en die Slovenie had bestemd voor zijn eigen legertje in opbouw. Kroatie's voornaamste zorg vormen voorlopig de overwegend door Serviers bewoonde dorpen die zich als de zogenaamde 'Autonome Servische provincie Krajina' bij Servie willen aansluiten.

In Krajina, maar ook onder veel andere bevolkingsgroepen in Joegoslavie, zijn veel wapens in omloop en ook zijn de afgelopen maanden bijna overal al of niet gewapende burgerwachten of paramilitaire eenheden opgericht.