Pablo Escobar bewaakt maar ook beschermd

ENVIGADO, 24 JUNI. Daar waar de bewoonde wereld ophoudt en de nieuwe wereld van Pablo Escobar begint, lijkt het of de wielerkaravaan uren geleden voorbij is getrokken. Vrolijke tentjes met reclames voor Colombiaanse frisdranken moeten de toeschouwers beschutten tegen de zon, hier op 2.000 meter hoogte in de Cordillera Central boven Envigado, maar toeschouwers zijn er nauwelijks deze zondagmiddag. Wel is er een detachement militaire politie, dat met automatische geweren de versperring op de smalle bergweg bewaakt; de eerste van een reeks barrieres die het onmogelijk moeten maken de gevangenis te bestormen waarin sinds vorige week woensdag 's werelds meest gezochte drugsbaron verblijft.

“Over land zal een aanval niet lukken”, zegt de praatgrage kapitein Duarte. “Misschien door de lucht, maar rondom de gevangenis hebben we luchtdoelraketten in stelling gebracht.” Omstreeks 150 militairen en veertig cipiers van het ministerie van justitie moeten de tot gevangenis verbouwde voormalige 'finca' (boerderij) bewaken. Niet zozeer tegen een uitbraak van Escobar, zijn vrijdag gearriveerde broer Roberto, alias 'Het Beertje' en andere leiders van het cocanekartel van Medellin, maar eerder tegen pogingen van buitenaf om op geijkte, Colombiaanse wijze rekeningen te vereffenen.

Onder degenen die het sinds vorige week herwonnen zelfvertrouwen van de Colombiaanse justitie geen kans willen geven, maar de weg van lood en dood kiezen, bevinden zich rechtse paramilitaire bendes van grootgrondbezitters, sectoren binnen het Colombiaanse leger, de Colombiaanse geheime dienst DAS en de Amerikaanse drugsbestrijdingsorganisatie DEA, zo hoort men. Escobar lijkt voor zijn leven te moeten vrezen.

Pag. 5

'Pablito' heeft goede en slechte dingen gedaan

De opvallendste eigenschap van de gevangenisboerderij Claret is zijn onbereikbaarheid en niet zozeer de luxe inrichting. Voorafgaand aan Escobars overgave werd met name door Amerikaans media gemeld dat de drugsbaron zijn zelfgekozen gevangenschap zou doorbrengen in weelde.

Maar van het zogenaamde vijf-sterrenhotel 'Plaza Escobar' is blijkens dit weekeinde door Colombiaanse tijdschriften gepubliceerde interieurfoto's geen sprake. En noch in Medellin, noch in het nabijgelegen Envigado hoort men deze benaming.

De - weliswaar ruime en van aparte toiletruimte voorziene - cel van Escobar is Spartaans. De luitenants slapen in stapelbedden. Gouden kranen, marmeren vloeren, overladen bars en rijen zijdn hemden - zoals die in augustus 1989 werden aangetroffen in Escobars huizen die het leger toen in beslag nam - zijn in Claret (nog) niet te vinden. De bewoners zijn gevangenen. De luxe van een biljart delen Escobar en de zijnen met gedetineerden in de hele wereld.

Het wordt overigens dringen rondom het groene laken, want pater Rafael Garcia Herreros, de 84-jarige geestelijke die bemiddelde bij Escobars overgave, voorspelde dit weekeinde dat nog eens honderd mafiosi zich zullen overgevn. Kapitein Duarte bij de wegversperring naar Claret verwacht de komende dagen “nog vijftien andere gedetineerden” in de gevangenis van Escobar, die plaats biedt aan in totaal vijftig bewoners.

De half-uur-durende rit omhoog van Envigado naar de wegversperring kan maar op een manier: met een vierwiel-aangedreven terreinauto. In gezelschap van chauffeur Vladimir (20) en zijn vriendinnen Luz Amparo, een 21-jarige secretaresse en de 14-jarige alleenstaande moeder Yolima met haar zes maanden oude baby Daniela, ging het over het smalle, niet-geplaveide bergpad langs steile afgronden, over rotsblokken en door kuilen in het uitbundig-groene berglandschap van Antioquia.

Onderweg werd uiteraard gesproken over de overgave van 'Don Pablo', of 'Pablito' zoals Escobar eerbieding respektievelijk liefkozend wordt genoemd. De recente geschiedenis van Envigado is nauw verbonden met die van Escobar. Hoewel de drugskoning werd geboren in het nabijgelegen Rio Negro is hij opgegroeid in Envigado, een - mede dank zij hem maar niet alleen daardoor - uiterst welvarend buurstadje van Medellin.

De voormalige volksjongen bleef de mensen uit zijn jeugd trouw. Als een mecenas heeft Escobar met name Envigado's armen bedacht met speeltuinen, gesubsidieerde supermarkten, voetbalvelden en andere voorzieningen. In de wijken La Paz en El Dorado, waar Escobar zijn jeugd heeft doorgebracht, woont zijn leger - van aanhangers en sympathisanten, maar ook dat van de sicarios, de vaak uiterst jeugdige huurmoordenaars: kansarme, gedesillusioneerde en innerlijk versteende tieners. Zij zijn het die - samen met de doodseskaders van politiemensen in hun vrije tijd - Colombia's welvarende industriestad Medellin de reputatie van 's werelds meest misdadige stad gegeven hebben. Mede dank zij hen opende het lokale televisiestation zaterdagavond zijn nieuwsbulletin met de mededeling dat er in de eerste-hulpposH)ten van de ziekenhuizen in Medellin geen plaats meer is om de toevloed van geweldsslachtoffers op te vangen.

'Don Pablo' geniet geen onverdeeld gunstig imago in de volkswijken van Envigado. Met gevoel voor nuance vertelt het drietal in de jeep dat Escobar Envigado weliswaar rijkelijk heeft laten delen in de winst van zijn miljarden-imperium, maar dat die winsten mede over de ruggen van de talrijke jonge drugs-gebruike in Envigado werden gemaakt. “Het drugsgebruik hier is enorm”, zegt Luz Amparo. “Voor 500 peso (zo'n anderhalve gulden) kan je al een gram basuca (cocane-afval) kopen, voor 100 een marihuana-sigaret. Het drugsgebruik heeft veel straatgeweld veroorzaakt.”

Later bezoeken wij het door de sportminnende Escobar gefinancierde voetbalveld van de wijk El Dorado. Er wordt een vriendschappelijk potje gespeeld tussen de clubs van Envigado en Tarzu. De 21-jarige werkloze Gustavo Herrera volgt de wedstrijgeleund over het stuur van zijn fiets. “Ik denk dat Pablito zich heeft overgegeven omdat het hem goed uitkwam”, zegt hij. “Hij heeft zeker niet alles op zijn geweten waarvan hij nu wordt beschuldigd. Zoals alle mensen heeft hij goede en slechte dingen gedaan.”

Gustavo erkent dat drugshandel in de categorie slecht valt, maar “als de mensen niet zouden gebruiken, zou er geen vraag naar zijn”. Om vervolgens openhartig te erkennen dat hij zelf geen “poeder” gebikt, “maar wel driemaal daags marihuana” rookt.

Ook het in Medellin wonende en werkzame journalistenpaar Hector Rincon en Ana Maria Cano behoort tot degenen die Escobar in een gematigd licht bekijken. Ana Maria Cano had tot voor kort een wekelijkse column in het liberale en fel tegen de kartels gekeerde dagblad El Espectador. Na de aan het kartel toegerekende bomaanslag op een verkeersvliegtuig van Avianca in november 1989 bestond haar bijdrage die week uieen opsomming van namen van de 107 dodelijke slachtoffers, gevolgd door de vraag: waarom dit geweld?

Nu toont ze zich blij met de overgave van Escobar. “Het geweld in dit land zat de mensen tot hier. Het belangrijkste is dat er nu rust en vrede komt.” En dat “het Colombiaanse rechtsgevoel weer wordt hersteld”, voegt Hector Rincon er aan toe. Natuurlijk, zo erkent hij, “heeft het narco-terrorisme nu gewonnen”. Maar, wat dan nog, hoor je ze denken, albuiten de enige knallen die avond de donderslagen zijn van het onweer dat samen met een straffe regenbui over Medellin raast en in de heuvels hoog boven Envigado de gevangenis van vriend en vijand nummer een aan het gezicht onttrekt.