Op de stoel van de dictator

Zaterdag

Na twee maanden terug in Bulgarije. In de Opera van Sofia kost een goede plaats in de zaal nu (f) 1,50. Nog betere plaatsen kunn worden geboekt via het Sheraton in de Bulgaarse hoofdstad. De manager van dit luxe hotel besprak voor het complete seizoen de ere-loge boven de orkestbak direkt naast het toneel. Tot de vreedzame omwenteling van 10 november 1989 zat daar dictator Todor Zhivkov. De ereplaatsen kosten veertig gulden per stuk - te betalen in harde valuta.

Zo zat uw columnist voor een avond op de fluweln zetel van de dictator, of misschien van zijn matresse. Het spannende van zo'n plaats helemaal vooraan bij opera of ballet is dat je mee kunt leven met het wel en wee van de voorstelling. De Bulgaarse tenor miste een hoge noot in 'Che gelida manina' en forceerde daarna de volgende maten op zo'n luidruchtige manier dat twee violisten berustend de blik naar het plafond opsloegen. Na het eerste bedrijf dacht ik nog dat deze Rodolfo urgenter een dokter nodig had dan zijn Mimi, maar daaa bereikte de voorstelling een hoog peil. Het was de eerste nieuwe produktie van 'La Boheme' in vijfentwintig jaar, want onder het vorige bewind moest het operaseizoen ruim baan laten voor nieuwe produkties uit de school van het socialistisch realisme.

Dat er nog niet veel klopt van de toegangsprijzen is onvermijdelijk. De wisselkoers van de Bulgaarse Leva is sinds februari stabiel maar op een heel laag niveau om evenwicht te bereiken bij de internationale handel.Daardoor verdient een Bulgaarse werknemer omgerekend in guldens niet meer dan (f) 110,- per maand en dus kan het niet anders of uitvoeringen van opera, dans of muziek zijn naar onze maatstaven spotgoedkoop. Houden we als vuistregel aan dat een plaats voor de opera ongeveer drie procent is van een maandsalaris (en dan moet er nog een aanzienlijke subsidie bij!), dan zouden de kaartjes in Sofia nog wel drie maal zo duur moeten worden, maar ook dan blijft een avond in de Opera voor de Westerse toerist of zakenman bijna gratis.

Maandag

Colleges voor een groep Bulgaarse managers dankzij steun van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken. We spreken over de politieke economie van de privatisering. Hoe komt het dat verschillende Oosteuropese landen, met name Polen, Hongarije en Bulgarije, zoveel succes hebben geboekt bij het verminderen van subsidie, het aanpassen van kunstmatig lage binnenlandse prijzen voor energie en openbaar vervoer en het liberaliseren van de wisselkoers, terwijl nu de essntiele privatisering van staatsbedrijven hapert? Niet omdat de publieke opinie ertegen is: overal in Centraal- en Oost-Europa accepteren de burgers dat politieke vrijheid moet wortelen in economische vrijheid en dat de kloof in welvaart tussen Oost en West uitsluitend kan gaan verdwijnen wanneer ondernemers kansen krijgen. Politieke steun voor het principe van privatisering is breed genoeg, in tegenstelling tot de aanpassingen op het geied van prijzen en wisselkoersen die overal controversieel waren. En toch is er op het gebied van de prijzen al zoveel gebeurd, terwijl de privatisering zich nog maar moeizaam verder uitstrekt dan het bekende terrein van taxi's, restaurants en handelsfirma's.

Dat privatisering zo begint is logisch. Tien jaar geleden wilden toch ook veel Turkse werknemers in ons land terug naar Turkije om daar - precies - een taxibedrijf of een restaurant te openen? He zijn, net als handelsfirma's, voorbeelden van bedrijven die na een snelle investering bijna direct geld kunnen verdienen, makkelijk kunnen reageren op een onverhoopte hevige binnenlandse inflatie of externe devalutatie en bovendien geen investeringen vereisen in machines die straks op de tweedehands markt misschien niets meer waard zijn. Nu heeft de Turkse economie zich de laatste jaren al veel verder ontwikkeld en zijn de lonen in de industriele sector daar vier maal hoger dan in het nabijgelegen Bulgarije. Zodra er immers voldoende bestuurlijke en financiele stabiliteit heerst, worden middellange-termijn investeringen zinvol en kunnen ook buitenlandse bedrijven profiteren van de lage lonen. Het gaat er nu vooral om dat de burgers in Oost-Eurpa hun politiek geduld behouden ondanks de huidige armoede, totdat de nieuwe economische en politieke orde beter wortel heeft geschoten. Steun daarbij vanuit het westen is niet meer dan onze plicht: wij moeten onze markt openstellen voor produkten uit Oost-Europa en generus zijn met steun voor managementtrainingen, exportbevordering en herstel van het milieu in Oost-Europa.

Privatisering van grote staatsbedrijven blijft politiek moeilijk omdat de direct betrokkenen vaak niet staan te trappelen van enthousiasme.

De werknemers zijn uiteraard bezorgd dat nieuwe eigenaars krachtig zullen schrappen in het personeelsbestand. Ook de managers zijn zich goed bewust van de persoonlijke risico's bij privatisatie van hun staatsbedrijf. Nu kunnen ze zich nog verscuilen achter de anonieme bureaucratie op het ministerie in de hoofdstad, straks zijn ze zelf zichtbaar verantwoordelijk. Koudwatervrees bij het management blijkt ook in Nederland als het bij voorbeeld gaat om meer vrijheid bij het management van scholen. Onder het huidige Nederlandse systeem weten de ouders dat het schoolhoofd zich makkelijk aan veel kritiek kan onttrekken: “Ik ben het helemaal met u eens, maar mijn school krijgt geen toestemming van de gemeente . . .”, of: “dat zouden we graag doen, maar het ministerie in Zoetermeer . . .” Als de school meer vrijheid had met een eigen budget en minder regels van bovenaf, dan moest ook de directeur van de school zelf de kritiek van ouders en leerlingen pareren, of, zoals dat tegenwoordig heet op management-seminars 'zijn eigen broek ophouden'.

Dinsdagavond

Na twee dagen colleges een voorstelling in het Cultureel Paleis van het Nationaal Folkloristisch Theater 'Philip Kotev'. Meestal reist dit beroemde gezelschap buitenlands - evenals 'Le Mystere des voix Bulgares' - maar nu speelden ze een thuiswedstrijd voor een enthousiaste zaal die veel zangnummers na de eerste paar maten met herkennend applaus begroette. De dansers blijven professioneel glimlachen, ook bij de moeilijkste ritmes met vijf of negen tellen in een maat. Onze grote muziekencyclopedie wijdt terecht vele pagina's aan de gecompliceerderitmes in de Bulgaarse volksmuziek, en slechts een paar alinea's aan de Nederlandse volksdans. De Bulgaren dansen sophisticated, wij - ook vanwege onze protestantse historie - simpel en sober.

Zeker, de Oosteuropese medeburgers dragen meer grijze kunstvezels in hun kostuums en de visitekaartjes komen van een goedkopere drukpers.

Ook moeten ze nog ervaring opdoen met de normen van een ontwikkelde markteconomie. Maar wie de Oost-Europeanen anno 1990-1991 als primitief zou willen afdoen, moet maar dankbaar zijn dat in 1945 onze Amerikaanse berijders niet evenzo op ons neerkeken, maar (omgerekend in prijzen van vandaag) driehonderd miljard dollar gaven via de Marshall hulp. Toen verdienden wij steun, nu de mede-erflaters van onze beschaving in de nieuwe democratieen van Centraal- en Oost-Europa.