Laatste dag seksuologen congres; Schaamte rem op hulp na martelen

AMSTERDAM, 24 JUNI. De creme de la creme van de internationale seksuologenwereld heeft zaterdag reeds de koffergepakt. Het aantal aanwezigen op de laatste dag van het tiende wereldcongres voor seksuologie in Amsterdam is op de vingers van twee handen te tellen.

“Vijf dagen is ook wel lang. Mensen worden moe”, verzucht een medewerkster van het Centrum gezondheidszorg vluchtelingen. Ze heeft opdracht tot vier uur 's middags bij de stand te blijven waarop materiaal ligt uitgestald over het laaste congres-onderwerp: seksuele martelingen en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers. Tot een stormloop op de stand heeft het nog niet geleid.

Naast haar zitten twee artsen van Amnesty International zelf bereide boterhammen te eten. De belangstelling voor hun materiaal over dit onderwerp is al net zo gering.

Seksuele martelingen: volgens de Nijmeegse arts V. de Jong, lid van de medische onderzoeksgroep van Amnesty International, is de vindingrijkheid die militairen, (geheime) politie of doodsskaders in sommige delen van de wereld terzake aan de dag leggen zo groot dat je er met je verstand niet bij kunt.

Er zijn gradaties, varierend van naakt verhoord worden, verkrachting, al dan niet door een politiefunctionaris of door een daarvoor getrainde hond, en het stoppen van voorwerpen in de vagina of de anus.

In de jaren zeventig waren het met name Latijns-Amerikaanse landen zoals Chili en Argentinie waar het adagium 'Wee de mens die in handen van mensen valt' opgeld deed. Waar de onschendbaarheid van het menselijk lichaam met handen en voeten werd getreden.

Tegenwoordig zijn het volgens De Jong vooral vluchtelingen uit bijvoorbeeld Somalie, Ethiopie en Iran die het slachtoffer zijn geweest van seksuele martelingen. In Turkije met zijn lange staat van dienst op het terrein van het schenden van mensenrechten klinken, zegt hij, gelukkig steeds luidere protesten tegen wetsverkrachters.

Hoewel seksuele martelingen niet alleen (zwangere) vrouwen treff, maar ook mannen is er wel een verschil, zegt L. van Willigenburg, directeur van het Centrum gezondheidszorg vluchtelingen: “Ons is uit onderzoek gebleken dat het mannen vooral overkomt tijdens hun gevangenschap terwijl vrouwen al tijdens de huiszoeking het gevaar lopen te worden verkracht.” Of tijdens de rit naar het politiebureau en voor of tijdens de ondervraging. Zien ze uiteindelijk kans om te vluchten dan zijn ze nog niet veilig voor evenuele overweldigers.

Eenmaal in bijvoorbeeld Nederland weerhoudt schaamte veel vluchtelingen ervan te vertellen dat ze tijdens hun gevangenschap ook seksueel gemarteld zijn. Van Willigenburg: “De gemiddelde Nederlander vindt het al niet gemakkelijk te praten over ervaringen op het gebied van seksueel geweld en dat geldt ook voor hulpverleners. Vluchtelingen hebben het wat dat betreft nog moeilijker: ze komen vaak uit landen waar een groot taboe rust op seksualiteit en seksueel geweld. Daarover wordt niet gesproken. In veel Arabische landen is het ook zo dat niet de verkrachter maar het slachtoffer wordt vervolgd, immers zij heeft de familie-eer geschonden. Seksueel geweld tegen een man roept associaties op met homoseksualiteit waarop in veel landen evenzeer een taboe rust.”

De gevolgen van seksuele martelingen varieren maar de slachtoffers hebben in het algemeen een ding gemeen: ze zijn geestelijk kapot gemaakt. Dat is, zegt van Willigenburg meestal ht doel van welke fysieke marteling dan ook: het breken van de psyche waardoor het slachtoffer zijn (vermeende) oppositie tegen het regime opgeeft.

Volgens Van Willigenburg hoeven seksuele problemen bij vluchtelingen niet direkt het gevolg te zijn van doorstane seksuele martelingen.

“Die problemen kunnen door verschillende factoren ontstaan: ze zijn vaak ook op andere manieren gemarteld, ze zitten in spanning om hun familie enverkeren in onzekerheid over de vraag of ze bijvoorbeeld asiel kunnen krijgen. Dat alles bij elkaar remt een enigszins ontspannen seksleven af.”

In een resolutie verwierp het congres deze vorm van martelingen. Dat seksuologen zich ertegen keren is volgens congres-voorzitster drs. W.

Bezemer van belang omdat zij bij uitstek weten hoe groot de schade is die slachtoffers oplopen, zo zei ze vorige week. Bij het Centrum gezondheidszorg vluchtelingen zijn geen seksuologen werkzaam. En volgens een woordvoerder van Amnesty Inter(JHnational komen de slachtoffers wanneer zij naar Nederland gevlucht zijn ook zelden met seksuologen in aanraking: “Ze komen hooguit bij een arts van de medische onderzoeksgroep van Amnesty of bij de geneeskundig inspecteur van het ministerie van justitie.”