Konte tokkelt Poetry-publiek in vervoering

Om 20.00 uur begint vandaag in de Doelen een Afrikaanse avond met o.a. Breyten Breytenbach, Abdilatif Abdalla, Kofi Anyidoho, Kofi Awonoor, Paul Dakeyo, Chenjerai Hove, Niyi Osundare en de musici Francis Bebey en Lamine Konte.

ROTTERDAM, 24 JUNI. Met een getokkel van jewelste is dit weekeinde Poetry International begonnen. Het festival, dat voor de 22ste keer wordt gehouden, staat dit jaar in het teken van Afrika. Voor een eerste kennismaking was zaterdag in de Rotterdamse Doelen de Senegalees Lamine Konte aangezocht. De in een witte kazuifel gehulde dichter bespeelde de kora, een snaarinstrument dat als een grote voetbal op de buik van de bespeler hangt en is voorzien van een lange stok. Vervolgens bracht hij met niet meer dan twee duimen en twee wijsvingers het Poetry-publiek in vervoering. Tijdens het tokkelen zong Konte over zijn liefde voor de wereld, voor de armen en de rijken, voor ouden van dagen en voor kinderen, en voor de vrede in het algemeen.

Poetry International telt dit jaar zo'n veertig deelnemers. Enkelen van hen traden zaterdag voor de enige keer op. De Tsjech Miroslav Holub bij voorbeeld was op doorreis van Ierland naar zijn vaderland.

Hij zou het kort houden maar verklaarde nog wel dat de moderne mens van zijn instinct is beroofd en zich moet behelpen met de wetenschap.

Een relativist dus, Holub, die daarna een gedicht voorlas over een soldaat die elke dag om 18.00 uur precies een kanon afschiet en daarbij de tijd in de gaten houdt door elke dag om 17.45 uur op de klok van een klokkenmaker te kijken, die op zijn beurt verklaart zijn klok gelijk te zetten op het afschieten van een kanon, elke dag m 18.00 uur precies.

Ook alweer verdwenen is de Japanse dichter Makoto Ooka, die door organisator Martin Mooij werd geroemd om zijn enorme produktie; elke dag schrijft Ooka in een krant een gedicht met een commentaar erbij.

Op enigszins driftige toon droeg Ooka kalmerende gedichten voor om te besluiten met:

Ik ben vuur.

Ik ben ziel.

Opmerkelijk was verder het optreden van de Engelse Maura Dooley, van wie de organisatie vertelde dat bij toeval was ontdekt dat zij gedichten schreef. Zij stond timide op het podium en las niet al te ingewikkelde poezie voor, over een man die haar ansichtkaarten stuurde en over haar ergernis tijdens het bellen van antwoordapparaten. Later op de avond traden drie andere Engelse dichters gezamelijk op. Adrian Henri eerde de in 1989 in het Hillsborough-stadion omgekomen voetbalsupporters met een gedicht. De wat bozige Carol Ann Duffy bezong het moderne stadsleven van Londen. En Roger McGough las over een tennissend echtpaar en bewoog daarbij zijn hoofd heen en weer.

Tot besluit gaf de Senegalees Lamine Konte opnieuw een optreden, ditmaal bijgestaan door de muzikanten Abdoula Diebate en Malamine Sane. Opnieuw raakte de zaal in vervoering; in een hoekje van de Poetry-zaal sloegen zelfs enkele als verlegen te boek staande dichters aan het dansen.

Mooiste regels van de avond: We zijn hier om wat gebeurt te prijzen, het moment waarop een rode vogel een lege kom op zijn rug draagt (van de Canadees Patrick Lane) en, als ik het goed verstaan heb: Wie zegt dat de doden elkaar omhelzen als paarden (van de Chinees Yang Lian).